Recensie

Recensie Boeken

Trumps muur komt er! Maar nu nog even niet

Die muur van Trump, komt die er ooit? Vergeet het maar, aldus Pulitzerprijswinnaar Greg Grandin. De belofte van ondoordringbaar staal of beton, daar gaat het om.
President Trump viert de tweehonderdste mijl van de grensmuur met Mexico in San Luis, Arizona, op 23 juni 2020.

President Trump viert de tweehonderdste mijl van de grensmuur met Mexico in San Luis, Arizona, op 23 juni 2020.

Foto Saul Loeb/AFP

Weggegooid geld? Dat is maar hoe je het bekijkt. De Muur is wellicht te vergelijken met het ruimteschild van Ronald Reagan. Vijandige raketten vóór ontploffing in het luchtruim onschadelijk maken, illegale immigranten blokkeren; het verlangen naar veiligheid en afschrikking is belangrijker dan de inlossing ervan. Fictie, maar bedwelmende fictie. Bedoeld voor eigen consumptie: de acht prototypes van de Muur die er nu al staan dienen vooral als decor voor demonstraties tegen ongewenste vreemdelingen.

En dan nog. Volgens Pulitzerprijswinnaar Greg Grandin is heel Amerika inmiddels grensgebied; overal vliegvelden, overal grenspolitie. Zijn boek verscheen vóór het recente optreden van diverse korpsen in enkele binnensteden, maar hij zal er niet van hebben staan kijken. Een voorloper van de huidige Immigration and Customs Enforcement (ICE) was volgens hem sinds de oprichting in 1924 ‘waarschijnlijk de meest politieke politieorganisatie’ van Amerika. Sindsdien is er niets veranderd. Die militair uitgedoste agenten van de ICE hadden geen duwtje van Trump nodig om de blik van Mexico de andere kant op te richten en binnenstedelijk Amerika schoon te vegen.

Statisch en grimmig

Het project van die ene Muur tussen twee landen is ook nog eens achterhaald. Steeds meer Amerikanen bouwen zelf een zogeheten ‘fuck you-muur’ om hun buitenhuizen, aldus journalist Evan Osnos onlangs in een artikel in The New Yorker (11 mei 2020). Ooit kon je als beursbaron of patriciër in Greenwich, Connecticut toe met een stenen omheining van je villa tot kniehoogte; inmiddels is die opgelengd tot enkele meters.

De welgestelde rug als opgestoken vinger naar de samenleving, zeker. Maar volgens Osnos, die zelf in Greenwich opgroeide, is er meer aan de hand. Die hoge muren staan ook symbool voor een nieuwe mentaliteit bij de Republikeinse inwoners, voor een vorm van kapitalisme die ‘vermogen heeft bevrijd van verantwoordelijkheidsgevoel’ en voor een visie op de politiek ‘die wreedheid vergeeft als de prijs (die je betaalt) voor profijt’. Deed je voorheen als Republikein nog het een en ander voor minderbedeelden, die tijd is nu voorbij. De pretentie van gemeenschapszin is opgegeven.

Iedereen zijn eigen muur. Althans voor wie het zich kan veroorloven. Buiten de poort, in de openbare ruimte, begint slagveld Amerika. Daar stellen agenten van de ICE orde op zaken. Kan je elke dag zien op Fox News en in politieke reclamespotjes van de president.

Terug naar Grandin. Zijn boek is een ideeëngeschiedenis, verteld door een onverbloemd progressieve historicus. Een optimistisch boek is The End of the Myth niet; rode draad is de sublimatie van etnisch, racistisch geweld en sociaal beleid naar grensgebied in binnen- en buitenland. Hij plaatst het concept van de border, de traditionele grens, tegenover dat van de frontier – die zeer Amerikaanse alternatieve naam ervoor.

De frontier was inheems en vloeibaar, een plek waar tot ver in de negentiende eeuw pionier en wildernis een unieke kruisbestuiving aangingen – voordat die kon plaatsvinden moesten de kolonisten wél eerst de indianen verdrijven of uitmoorden – met als resultaat een nieuwe vorm van samenleving. De border was daarvan het tegendeel: statisch en grimmig. En bedoeld om illegale immigranten buiten de deur te houden.

Restjes wildernis

Het boeiende is dat dit begrip van de frontier werd gepopulariseerd én geromantiseerd op het moment dat het als fysiek verschijnsel in rook was opgegaan. Het invloedrijke essay The Significance of the Frontier in American History van historicus Frederick Jackson Turner werd gepubliceerd in 1893. Drie jaar daarvoor had de census vastgesteld dat er van een frontier in Amerika geen sprake meer was. De laatste restjes wildernis waren bevolkt en ontgonnen.

Geen nood. De frontier begon aan een tweede loopbaan als, volgens Grandin, ‘vrij rondfladderende abstractie’. Hij komt woorden tekort om de vele vormen die het woord sindsdien aannam te duiden, van nationale mythe tot samenlevingsvorm en van cultureel fenomeen tot taalbegrip. De frontier was van alles, maar vooral energiek, creatief en geestverruimend. Onder Reagan muteerde het woord wellicht voor het laatst. De frontier werd nu het domein van de ondernemer ‘als actieheld en machtscentrum’.

Sindsdien wordt Amerika verdeeld in makers en takers. De makers gaan grensverleggend én destructief te werk op de beurs, in bedrijven, bestuur en (buitenlandse) politiek. Daarmee stuitte de frontier op zijn tegendeel; het gaat nu om eten of gegeten worden. Van sublimatie is geen sprake meer. Trumpisme, schrijft Grandin, ‘cultiveert een ziedende ontkenning van grenzen’ in een land dat ‘zichzelf in toenemende mate definieert door wat het haat’.

Bij afwezigheid van de frontier voorspelt Grandin binnenkort een grote interne afrekening. De keuze, schrijft hij, is tussen barbarij of socialisme. Trump ziet dat natuurlijk net zo. De verkiezingen in november gaan over radicaal links of meer van hemzelf. Hoe het ook zij - fort Amerika richt zijn destructieve energie voorlopig vooral op zichzelf.