Met die hoge studieschuld in het vooruitzicht, wordt je startsalaris bepalender

Leenstelsel Het studieleenstelsel heeft weinig invloed op de keuze om al dan niet te gaan studeren, maar beïnvloedt wel de studiekeuze. Het startsalaris wordt belangrijker.

Illustratie Pepijn Barnard

Zijn redenen om te kiezen voor de studie rechten aan de hogeschool van Arnhem en Nijmegen? „De studie staat redelijk goed aangeschreven en het is dicht bij het huis van mijn ouders, waardoor ik niet op kamers hoef.” Maar Diégo Derksen (20) uit het Gelderse Wijchen dacht ook: „Waarin vind ik gemakkelijk een baan die goed verdient?” Volgend jaar begint hij aan de vierjarige opleiding.

Aanvankelijk koos hij voor een studie digitale vormgeving. „Maar toen vroeg mijn moeder of ik niet liever iets met meer perspectief zou kiezen. Dat vond ik wel een goed punt”, zegt Derksen. „Zeker omdat ik geld moet lenen, en uiteindelijk weer terugbetalen, om de studie te kunnen volgen.”

Derksen zocht uit wat de gemiddelde salarissen zijn van verschillende startersfuncties. „Ik kwam uit op ict en rechten, als studies met de beste salarissen. Ik vind omgaan met mensen leuk, dus koos ik voor rechten”, zegt Derksen. Het collegegeld kost jaarlijks iets meer dan 2.000 euro, boeken voor het eerste studiejaar 350 euro. Zijn ouders dragen de helft van deze kosten bij, de rest leent Derksen. Een bijbaantje heeft hij om leuke dingen te kunnen doen.

Alleen nog lenen

Het studieleenstelsel is sinds de invoering ervan in 2015 vaak onderwerp van debat: het zou de toegang tot het onderwijs ongelijker maken. Studenten aan universiteiten en hogescholen ontvingen voor die tijd een tegemoetkoming voor hun studiekosten – zoals collegegeld, aanschaf van boeken en de huur van een studentenkamer. Die tegemoetkoming lag rond de 290 (uitwonenden) of 100 euro (thuiswonenden), afhankelijk van de woonsituatie. Voor de overige kosten konden studenten ook toen al geld lenen bij de overheid, tegen een laag rentetarief. In 2015 werd de ‘basisbeurs’ afgeschaft en bleef enkel het leenstelsel over. Dit jaar staat de rente op 0 procent.

Studenten lenen sindsdien vaker en meer, stelde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vorig jaar vast. In 2019 hadden in totaal 1,4 miljoen Nederlanders een studieschuld, bijna 400.000 meer dan begin 2015. Ook de gemiddelde schuld is opgelopen, van 12.400 euro in 2015 naar 13.700 in 2019. Desondanks heeft het leenstelsel volgens onderzoeksbureau ResearchNed nauwelijks invloed op de keuze van middelbare scholieren om te gaan studeren.

Het stelsel heeft wél invloed op de studie die middelbare scholieren vervolgens kiezen, concludeerde onderzoeker Bas Karreman van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Samen met twee collega’s analyseerde hij bestaande data, onder meer van het CBS, over middelbare scholieren en hun studiekeuze.

Vooral havisten kiezen anders

De onderzoekers vergeleken de keuzes van vmbo-scholieren, die bij een vervolgopleiding vaak nog wel een basisbeurs ontvangen, met die van havo- en vwo-leerlingen in de jaren voor en na de introductie van het leenstelsel. Ook bekeken ze welke functies een relatief hoog startsalaris hebben, en aan welke studies deze banen zijn gekoppeld.

Scholieren met een vwo-diploma maakten nauwelijks andere keuzes ten opzichte van de periode voor het leenstelsel, bleek uit het onderzoek. „Maar bij middelbare scholieren met een havo-diploma zagen we wel effect”, zegt Karreman. Zij kiezen nu vaker dan voorheen voor een studie met een hoger startsalaris. Het aantal havisten dat zich in de studiekeuze laat leiden door het startsalaris, is met 8 procent gestegen, blijkt uit het onderzoek.

Een hoge schuld is niet waar ik over na wil denken als ik begin met werken

Zoë Edelaar student

„Met name vrouwen die naar de hogeschool gaan kiezen anders. Net als scholieren met ouders die een relatief laag salaris hebben”, zegt Karreman. Ook havisten voor wie het onderwijs minder toegankelijk is door hun woonplaats, en die bijvoorbeeld op kamers moeten, kiezen vaker voor een studie met een hoger startsalaris. Het effect dat factoren als woonplaats en het inkomen van ouders hebben op de studiekeuze die scholieren maken, wordt dus versterkt door het wegvallen van de basisbeurs.

Het leenstelsel had ook effect op het aantal studenten dat op kamers ging: tussen 2013 en 2017 halveerde dat aantal, al lag dit ook aan het tekort aan kamers en de stijgende huurprijzen. Door het wegvallen van de basisbeurs kiezen sommige studenten die wél op kamers gaan voor een studie die meer geld oplevert, zodat ze hun schuld na afstuderen sneller kunnen aflossen. Andere studenten blijven juist thuis wonen, waardoor hun studiekeuze überhaupt beperkter is, zegt Karreman.

Lees ook: Willen studenten nog op kamers?

Huis kopen

Ook voor Zoë Edelaar (20) speelde het vooruitzicht op een studieschuld mee bij de studiekeuze. De vierdejaarsstudent ict en business aan de hogeschool van Eindhoven woont nog bij haar ouders in het Limburgse Glashoek en leent geld om haar opleiding te betalen. Ze heeft nu een studieschuld van zo’n 10.000 euro en die zal, met een master aan de universiteit in het vooruitzicht, de komende jaren oplopen.

„Ik wilde een studie met baangarantie en een studie waarmee ik die schuld makkelijk zou kunnen terugbetalen”, vertelt Edelaar. Een vergelijkbare studie aan de hogeschool in Leiden had eigenlijk beter bij haar gepast. „Maar op kamers gaan was te duur en de reistijd te lang”, zegt ze. Spijt heeft ze vooralsnog niet. „Uiteindelijk vind ik deze studie ook erg leuk.”

Waarom ze haar studieschuld zo laag mogelijk wilde houden? „Een studielening is natuurlijk een investering in jezelf”, zegt Edelaar. „Maar ik wil na mijn opleiding zo snel mogelijk een frisse start kunnen maken. Een hoge schuld is niet waar ik over na wil denken als ik begin met werken, of bijvoorbeeld een huis wil kopen.”

Dat beaamt ook aspirant-student Derksen. „Ik zou bijvoorbeeld snel na mijn studie een huis willen kopen. Dat wordt dan lastiger.”

Door het wegvallen van de basisbeurs kiezen een aantal havisten nu minder vrij, constateert onderzoeker Karreman. „Terwijl het onderwijs voor iedereen dezelfde toegankelijkheid en keuzevrijheid zou moeten hebben.”

En wat betekent dit voor studies met een lager salaris in het vooruitzicht? Naar de gevolgen moet verder onderzoek gedaan worden, zegt Karreman. Maar volgens hem kan het ertoe leiden dat bepaalde banen die belangrijk zijn voor de maatschappij, zoals de zorg of het onderwijs, vanwege het lage salaris juist minder gekozen worden.