Ben ik asociaal als ik nu in m’n eentje uit eten ga?

Uit eten In coronatijd verandert een solo-gast in een restaurant in een ongewenste gast. Ineens ervaart alleenschaamte.

Illustratie Jet Peters

Nooit heb ik mij ervan laten weerhouden om in mijn eentje ergens naartoe te gaan. Concerten, terrasjes, musea, de bioscoop, restaurants: als ik er zin in had, dan deed ik dat.

En ik genoot met volle teugen. Danste tot ik niet meer kon in een kleine club. Genoot in een bijzonder restaurant zonder krant, boek of telefoon op tafel. Ik had genoeg aan wat op mijn bord lag – en aan het plezier waarmee het was bereid en werd geserveerd. Keek twee of drie films achter elkaar – en in de pauzes mijmerde ik met een latte of een glas bier over wat ik had gezien.

Ik heb lang niet altijd zin in anderen, ik vermaak mij prima met mijzelf. Ik heb een kind, twee bonuszonen, een lentelief die ook deze zomer langs blijft waaien, veel vrienden en vriendinnen. Maar het is ook fijn om mijn eigen gezelschap te zijn. Te kunnen doen waar ik zelf zin in heb, op een moment dat het mij uitkomt en zonder dat ik rekening hoef te houden met een ander.

Egoïstisch? Nee. Eigengereid? Ja, misschien. Maar was het niet Aristoteles die zei: „Het geluk behoort aan hen die genoeg hebben aan zichzelf”? Ik word blij als ik mijn eigen gedachten kan ontrafelen. En een aangenamer mens ook, als ik tijd en ruimte heb voor een eigen leven.

Tot corona arriveerde – en de anderhalvemeter-economie werkelijkheid werd. Plotseling werd ik mij pijnlijk bewust van de plek die ik in mijn eentje inneem. En vooral ook de kostenpost die ik als eigengereide alleenganger veroorzaak.

De eerste keer dat het gebeurde, was toen ik een kaartje reserveerde voor Un divan à Tunis en ontdekte dat er maar één losse stoel in de bioscoopzaal te boeken was. De rest was gereserveerd voor tweetallen. En toen ik een paar dagen later uit eten wilde gaan, merkte ik dat het in mijn favoriete restaurants onmogelijk was om te reserveren voor één persoon. Terwijl dat voor corona nooit een probleem was. Niet voor het restaurant, maar ook niet voor mijzelf.

Alleenzijn-zin

Het is een wonderlijk gevoel. Opeens begin ik mij te schamen voor mijn alleenzijn-zin. Voel ik mij opgelaten. Ongemakkelijk. Alsof ik een privilege opeis dat in deze tijden niet langer done is. En ik vind mijzelf tegelijkertijd een enorme zeur, want hé: geen van mijn naasten is ziek, ik heb werk en doorsta de coronatijd goed.

Toch schrijnt de schroom. En verlies ik een beetje de empathie voor mijzelf. Precies wat schaamte met je doet.

Ik ga zitten in de lustig geductapete zaal – alleen op stoelen zonder tape mag je plaatsnemen.. Na al die bioscooploze maanden ontroert zelfs de reclame van Europa Cinemas mij. Tot mijn verbazing, en ook lichte opluchting, zie ik dat ik niet de enige solist ben. „Mensen die in hun eentje naar de bioscoop gaan, mogen ook een andere stoel reserveren”, verklaart Sjef Stelling, samen met zijn zus eigenaar van het Louis Hartlooper Complex in Utrecht. Nuchter: „Dan bezetten zij twee plekken. En ja, dat levert ons nog meer verlies op.”

Slik. Die komt binnen. Ik kost hem dus echt geld

Hij vertelt dat ze heel even hebben overwogen bezoekers te verplichten om met z’n tweeën naar de film te gaan. Maar dat idee hebben ze snel laten varen. „Wij vinden gastvrijheid belangrijker dan geld en omzet.”

Slik. Die komt binnen. Ik kost hem dus echt geld.

En ook voor concertzalen en restaurants ben ik sinds de anderhalvemeter-economie zo’n verliesgevende gast. Koninklijke Horeca Nederland zegt dat het geen beleid is om alleeneters te weren. En adviseert om het restaurant te bellen als je online geen tafel meer voor één persoon kunt reserveren.

Maar ja, hoe welkom ben je als je moet smeken om een tafeltje voor jezelf? Wil je dat? Ik niet.

Niet ongezellig

Het wordt mij ook afgeraden. Paul Metzemakers, econoom bij ABN Amro en gespecialiseerd in retail & leisure: „De horeca klaagt steen en been en dan bezet jij in je eentje een plek voor twee. Waarom zou je dat willen?”

Hij raakt een gevoelige snaar. Dit is precies waarom ik mij schaam. In de ogen van Paul Metzemakers gedraag ik mij asociaal – en ik kan hem geen ongelijk geven.

Hij vraagt zich trouwens af waarom je überhaupt in je eentje uit eten zou gaan. „Dat is toch veel leuker om samen te doen? In je eentje eten is ongezellig.” Op verschillende websites voor alleengaanden lees ik dat dit een gangbare mening is. Overal staan tips hoe je zonder stress in je eentje naar de bioscoop kunt gaan. Naar concerten. Naar een restaurant.

Het ongemak en sorry-dat-ik-besta druipt er vanaf. Een gêne die ik zelf tot corona helemaal niet kende.

Want nee, ik vind het niet ongezellig om in mijn eentje op stap te gaan. En voor mij is het nooit vanzelfsprekend geweest dat het leuker is om samen dingen te doen dan alleen.

Lees ook: Bieden mondkapjes bescherming of creëren ze schijnveiligheid? Dit zegt de wetenschap

Ik ben bijvoorbeeld ooit enkel en alleen gaan samenwonen met mijn toenmalige geliefde omdat een buitenlands leven daardoor bereikbaar werd: het was simpelweg goedkoper om een huis te delen. Ik had mij altijd voorgenomen dat nooit te doen. En nee, dat is geen bindingsangst, maar angst om mijzelf te verliezen. Mijzelf ongemerkt en ongewild zo aan te passen aan de ander, dat ik vervaag en langzaam oplos in een groot gezamenlijk wij.

Na het buitenlandse avontuur ging ik dan ook weer alleen wonen. Maar leven in twee verschillende steden bleek niet erg praktisch, dus zwichtte ik na een paar jaar opnieuw. Er kwam een kind en – gelukkig voor ons alle drie – een paar jaar later ook een scheiding. Ik vertrok, kocht een huis en voelde mij bevrijd.

En zo voel ik mij tien jaar later nog steeds. Ik weet inmiddels dat ik mijn eigen ruimte nodig heb om mijzelf te blijven. Een eigen plek om autonoom te kunnen zijn.

Maar door de alleenschaamte die ik sinds kort voel, begin ik ook over die keuze te dubben. Ik woon de helft van de maand in mijn eentje in een huis waar een heel gezin in zou kunnen leven. De andere helft van de maand co-ouder ik. Moet ik mij ook bezwaard voelen over de ruimte die ik inneem op de woningmarkt? Mij generen voor mijn ingeloste verlangen naar een eigen plek?

Nee, dat gaat te ver. Maar alle verhalen over dreigende faillissementen in de horeca en de cultuursector raken mij wel. Het voelt heel ongemakkelijk als ik hoor dat volgens Koninklijke Horeca Nederland bijna de helft van de horecabranche inmiddels technisch failliet is.

Zonder schaamte

„Laat dat je vooral niet weerhouden om een tafel voor jezelf te reserveren”, reageert Herman Godijn van het Rotterdamse restaurant Dertien. „Iemand in zijn eentje geeft soms meer uit dan een stelletje dat alleen twee hoofdgerechten en kraanwater bestelt. Dus waar maak je je druk om?”

Lees ook: Een eigen kroeg, maar nu toch op zoek naar een tweede baan

Zijn woorden verlichten mijn alleenschaamte enigszins. En ik zie ook mogelijkheden om mij minder schuldig te voelen, al kan dat ook ingegeven zijn door mijn katholieke achtergrond. Daarom vraag ik mijn geld niet terug voor alle concerten die de afgelopen maanden niet zijn doorgegaan. Steun ik de afgelaste-festival-alternatieven die worden bedacht. Koop werk van kunstenaars. Reserveer alleen solostoelen in de bios. Eet en drink copieus.

En die coronakilo’s? Die sport ik er wel weer vanaf. Sans gêne.