Reportage

Zoeken naar een verdronken dorp in het Markermeer

Archeologie De bewoners van het dorp Etersheim verloren rond 1630 de strijd tegen het water. Archeologen zoeken nu naar resten ervan.

De ponton waarop de archeologen werken die onderzoek doen naar het dorp Etersheim.
De ponton waarop de archeologen werken die onderzoek doen naar het dorp Etersheim. Foto’s Theo Toebosch en Wouter Waldus

De sloep scheert over het Markermeer. Stapelwolken hangen tegen een blauwe lucht boven de kust. Het kerkje zonder toren van Etersheim, de geboorteplaats van ‘C. Joh. Kieviet’, de geestelijk vader van Dik Trom, steekt boven de dijk uit. Vroeger lag het dorp buitendijks; in de loop van de zeventiende eeuw is het verdronken. Op de bewuste plek, amper honderd meter uit de kust, ligt nu een ponton in het water. Hier is Wouter Waldus van ADC Archeoprojecten bezig om de vroegste sporen in kaart te brengen en op te graven.

Etersheim is het bekende verhaal van hoe er een oorzakelijk verband is tussen menselijk handelen, natuur, klimaatverandering en de strijd tegen het water, vertelt Waldus. De nederzetting is in de twaalfde eeuw ontstaan, toen mensen het veengebied aan het Almere gingen ontginnen en er boerderijen en een kerk bouwden. Door de stijging van de zeespiegel drong de Noordzee via het Vlie steeds verder door in het Almere. Een reeks stormvloeden spoelde de akkers en weiden aan de randen van de kust weg en zorgde voor het ontstaan van de Zuiderzee. Rond 1630 trokken de bewoners van Etersheim weg om binnendijks het dorp opnieuw op te bouwen.

De strijd tegen het water gaat nog door, want 33 kilometer dijk tussen Hoorn en Amsterdam wordt nu verzwaard. In dat kader doet Waldus met ondersteuning van archeologen van Baars-CIPRO, die de ponton en apparatuur leveren, onderzoek naar het oude Etersheim, vertelt hij in de kleine container die als kantoor dienst doet. „In 2009 hebben we al een ruim twee meter lange twaalfde-eeuwse sarcofaag opgegraven. Zo’n kist stak in de grond, waarbij het deksel, dat versierd was met vroegchristelijke motieven, als een grafzerk boven de grond lag. Hierdoor was het mogelijk in de loop der tijd meerdere mensen in de sarcofaag bij te zetten.”

De plattegrond is niet meer te reconstrueren

Wouter Waldus archeoloog

Waldus wijst op een kaart aan de wand. „Met geofysische apparatuur hebben we de hoogteverschillen van de bodem en daarmee het oude landschap in kaart gebracht.” Duidelijk zichtbaar zijn ontginningssloten en twee geulen. Aan weerszijden van de noordzuidgeul zijn stevige veenpakketten die bewoond zijn geweest. Een kruisje markeert de plek waar de sarcofaag is gevonden, precies aan de rand van een veenpakket. Waar ook de oude kerk gestaan moet hebben, zijn ze nu bezig met opgraven.

Op de ponton zijn nog vier archeologen aan het werk. Een bedient de kraan met grijpbak. Twee anderen, in waterwerende kleding, staan bij het zeefapparaat, waar een waterstraal de inhoud van de grijpbak door steeds kleiner wordende mazen stuwt. Nummer vier is op een werkbank bezig de inhoud van de verschillende zeefbakken te sorteren.

Medewerkers selecteren vondsten die naar boven zijn gekomen.

Foto Theo Toebosch

Vijf weken onderzoek hebben de nodige vondsten opgeleverd. Waar de kerk stond, hebben ze grote tufstenen gevonden en stukjes raamglas. Waldus: „Alles ligt door elkaar, dus de plattegrond is niet meer te reconstrueren.” Behalve menselijke botten, hebben ze ook nog twee fragmenten van twee andere sarcofagen opgegraven. Bijzonder zijn de twee leren zooltjes van kinderschoenen. Vele brokken aardewerk van potten en pannen geven aan dat rond de kerk volop gewoond is.

Een 1 aprilgrap

Een koperen vroeg-zestiende-eeuws Spaans muntje herinnert aan de Spaanse overheersing én de mythe rond de Schat van Etersheim. „Een rijke boer die weigerde belasting te betalen aan de Spanjaarden zou zijn vermogen hebben begraven”, weet Waldus. De mythe zorgde er in 1938 voor dat mensen na een bericht in de Nieuwe Hoornsche Courant uitliepen en uitvoeren om een blik te werpen op een geheimzinnig baggerschip dat goud bij Etersheim zou hebben gevonden – een 1 aprilgrap. In 2016 publiceerde de achterkleinzoon van Kieviet op verzoek van het schoolmuseum in Etersheim een modern Dik Trom-verhaal: Dik Trom en de verdronken schat van Etersheim.

In het gebied zijn veel onderwateramateurarcheologen actief. Waldus heeft ze zo ver gekregen dat ze hun vondsten hebben gemeld en afgestaan. „Vaak weten ze nog de locatie van hun vondsten.” Vanwege het slechte zicht onder water hebben ze echter geen idee hoe het oude landschap eruit heeft gezien. „Met behulp van onze bodemkaart krijgen we daar nu wel een idee van en daarmee ook een beeld van de oude bewoning.”

Een twaalfde-eeuwse sarcofaag die al in 2009 werd opgegraven.
Foto Wouter Waldus
Een van de vele aangetroffen schedels.
Foto Wouter Waldus
Een gevonden kookpot uit de zestiende eeuw.
Foto Wouter Waldus
Een baardmankruik uit de zeventiende eeuw.
Foto Wouter Waldus