Opinie

Wormerveer

Marcel van Roosmalen

In De Koffiezaak in Wormerveer stonden de mensen keurig op anderhalve meter van elkaar te wachten. Ik dacht aan het mooie weer dat eraan zat te komen, maar daar drong een man zich luidkeels mijn persoonlijke ruimte in. „Ik lees over uw worsteling met dit gebied”, trapte hij af.

Ik haat het als mensen me onverwacht in het zonlicht trekken.

Achter me hoorde ik ze mijn naam murmelen, daar stond Marcel van Roosmalen, de man die maar niet wilde nestelen...

„Ik ben als u”, ging de man verder, „ik kom ook van buiten.”

„We komen allemaal van buiten”, zei ik, „en nu staan we binnen in de rij.”

Het meisje dat het koffiezetapparaat bediende, begon als door een wesp gestoken te roepen dat ze er niets aan kon doen dat het allemaal maar duurde en duurde, de mensen wilden allemaal wat anders.

„Rustig”, riep iemand vanachter een tafeltje naar het meisje. „Ze hebben het niet over jou.”

Feind hört mit”, fluisterde de man, die opeens naast me stond.

Daarna op vol volume: „Hebben ze in Wormer al latte macchiato?”

Alsof ik met het oversteken van de Zaanbrug in een totaal andere wereld was terechtgekomen. Hij kon zich de tijd nog heugen dat hij in Wormerveer ook nog gewoon koffie met een klontje dronk.

Stilte van mijn kant.

‘We staan in dit gebied op een tweesprong”, ging de man verder. „Welke kant gaan we op? Hoe hengelen we nog meer Amsterdammers binnen zonder onze eigenheid te verliezen?”

Hij gaf me een por.

„Kom op, denk dan eens mee dan.”

Ik dacht hardop dat die eigenheid de ontwikkeling van het gebied in de weg zat, maar dat werd hardhandig weggelachen.

„Wormerveer is geen Wormer, dat is dus echt een verschil, haha.”

Vooral dat nergens op gestoelde ‘haha’.

Ik was aan de beurt, bestelde een dubbele espresso en kieperde die zo snel mogelijk achterover. Buiten, bij de fiets, iemand die me niet herkende.

Hij zei: „Heb je die zalf nog geprobeerd?”

Waar ging dit over?

Ik kreeg niet eens de kans om het te vragen, want daar sprong mijn nieuwe vriend, hij was me achterna gekomen met een briljant idee voor een column, al voor me in de bres.

„Dat is Marcel van Roosmalen”, wees hij naar mij. „’Niet doorgaan, Richard.”

Daarna kwam de ingeving: „Je hebt in Wormerveer maar twee mensen met corona, als je die binnenhoudt, hoeft de rest geen mondkap voor. Of wel dan?”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.