Opinie

Worden Hongarije en Polen het nieuwe Turkije?

Aylin Bilic

Vorige week heeft het Turkse parlement een nieuwe wet aangenomen om sociale media te controleren. Internationale mediabedrijven worden verplicht om kantoren in Turkije te openen. Turkije wil „beledigende inhoud” kunnen verwijderen. Facebook, Twitter en Youtube worden bestraft als ze niet meewerken.

In de zomer van 2007, toen mijn vriend en ik elkaar net kenden, bespraken we na een rondje Artis een interview in NRC met Erik-Jan Zürcher, hoogleraar Turkse talen en cultuur. ‘EU kan niet meer om Turkije heen’, luidde de kop. Zürcher pleitte ervoor om meer draagvlak te creëren bij de Nederlandse bevolking voor toetreding van Turkije tot de Europese Unie.

Net als Zürcher was ook mijn vriend gecharmeerd van alle democratische stappen die premier Erdogan ondernam onder toeziend oog van de EU. Een verhitte discussie volgde. Hoe democratisch was mijn hart eigenlijk, was de vraag van de man waarmee ik het jaar erop een huis kocht en later een kind kreeg. Gezellig.

De (politieke) macht van het leger werd door Erdogan in 2007 gebroken. Het leger verloor zijn rol als ondemocratische hoeder van de seculiere traditie in de Turkse republiek. Zelf was ik een stuk sceptischer en vermoedde dat Erdogan een verborgen agenda had. Zo verborgen was die agenda overigens niet eens. Al in 1994 vertelde Erdogan, toen nog burgemeester van Istanbul, in een ruzie met schrijver Aziz Nesin over shariawetgeving: „Democratie is net een trein, je stapt uit als je je bestemming bereikt hebt”. Een politicus aan de macht met een imamopleiding die respect voor de sharia en onafhankelijke rechtsstaat kan verenigen zou heel uniek zijn. Vol ongeloof volgde ik sindsdien de ontwikkelingen.

Het enthousiasme voor Erdogan in Europa had begrijpelijke gronden. Erdogan was aan de macht gekomen via vrije verkiezingen, via de democratie dus. Ook in Spanje, Portugal en Griekenland was het gelukt om zo te breken met autoritaire staatstradities en een ware rechtsstaat te grondvesten. Dat zou nu in Turkije ook lukken. De Turkse staat trok zich ook terug uit bedrijven. IMF en de Wereldbank hadden Turkije zover om zoveel mogelijk te privatiseren. Europarlementariër Joost Lagendijk (GroenLinks) wond er in die jaren geen doekjes om: de Turkse islamitische partij van Erdogan moest steun krijgen van de EU en van Nederland in het bijzonder. Democratie, vrijheid en het grondvesten van een rechtsstaat: wat de VS niet lukten in Irak, zou de EU nu wel lukken in Turkije, was zijn stellige overtuiging.

Het is anders gelopen. Want na het leger bracht Erdogan ook de media en rechterlijke macht onder zijn controle. Honderden televisiestations, persdiensten, kranten, tijdsschriften en uitgeverijen werden gesloten. Het ambtenaren- en docentenkorps werden gezuiverd; duizenden tegenstanders zitten al jaren in de gevangenis. Nadat Erdogan van premier president was geworden, werden de presidentiële bevoegdheden verruimd.

Terwijl de rechtsstaat in Turkije grondig is afgebroken, hield het land wel altijd wat decennialang in het Westen als lakmoesproef voor democratisering en vooruitgang gold: vrije verkiezingen. Erdogans partij voor ‘Rechtvaardigheid en ontwikkeling’ (AKP) kwam vanaf 2002 via parlementsverkiezingen aan de macht. Mijn vriend en ik zijn het tegenwoordig wél eens: ‘democratie’, in de betekenis van netjes om de paar jaar verkiezingen houden, is al lang geen garantie meer voor vrijheid (waaronder vrije pers), een onafhankelijke rechterlijke macht, en mensenrechten.

Wat in Turkije is gebeurd, zien we wereldwijd. In Rusland is van rechtsstaat, vrije media en meningsuiting weinig meer over, maar verkiezingen worden er om de zoveel tijd keurig gehouden. Binnen de EU zijn Hongarije en Polen volbloed democratieën, maar inmiddels twijfelt Nederland of we nog langer verdachten aan dat laatste land kunnen uitleveren omdat van een eerlijk proces geen sprake meer is. Hongarije gebruikt een coronanoodwet om onafhankelijke journalisten te muilkorven en wie de waarden van de Hongaarse natie schendt kan rekenen op bestraffing.

Hoogleraar Zürcher schreef in 2016 in NRC: ik had het bij het verkeerde eind, Turkije kan geen deel uitmaken van de EU, fundamentele vrijheden bestaan er niet meer. Zelfs van Joost Lagendijks liefde voor Erdogan is weinig meer over. Gelukkig maar, al zijn we in Europa rijkelijk laat tot dat inzicht gekomen.

Voor wat betreft Hongarije en Polen zien sommigen het nog niet: het uiteenlopen van democratie aan de ene kant, en rechtsstaat, mensenrechten en vrijheid aan de andere kant. Hoe daarmee om te gaan, wordt de politieke hamvraag voor het komend decennium.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.