Thuiswerken is de norm, dus dan nu wél dat grote huis in Drenthe?

Reistijd Woningen in provincies als Friesland, Zeeland en Drenthe zijn goedkoper, maar in de Randstad is meer werkgelegenheid. Is het denkbaar dat meer mensen naar deze provincies verhuizen, als ze niet meer hoeven reizen?

Een huis in Drenthe. Voor de gemiddelde prijs van 328.000 koop je in een aantal provincies een huis met aanzienlijk meer woonoppervlakte dan in de Randstad.
Een huis in Drenthe. Voor de gemiddelde prijs van 328.000 koop je in een aantal provincies een huis met aanzienlijk meer woonoppervlakte dan in de Randstad. Foto Olha Rohulya

Ineens had hij er tien tot twaalf uur per week bij. Tijd die hij normaal in de auto zou hebben gezeten. Het advies van het kabinet om thuis te werken zorgde voor een grote verandering in de werkweek van langeafstandsforens Alexander Scheek. Vanuit zijn woonplaats Bontebok (nabij Heerenveen) reed de 45-jarige senior manager bij KPMG normaal dikwijls anderhalf uur naar zijn kantoor in Amstelveen. Of hij zat uren in de auto naar klanten door het hele land. Jaarlijks legde hij zo’n zestigduizend zakelijke kilometers af, schat hij. Vanaf 12 maart werden dat er plotseling nul.

Zijn lange reistijd was een bewuste keuze. Drie jaar geleden besloot Scheek met zijn gezin vanuit Spijkenisse te verhuizen naar een woning zo’n tweehonderd kilometer verderop. Hij was op zoek naar meer rust, ruimte, natuur en een andere mentaliteit. Hij vond dat allemaal in Friesland. Bijkomend voordeel: hij kon zich daar een woning veroorloven die beter bij zijn wensen aansloot. Voor drie ton kocht hij een woonboerderij met 165 vierkante meter woonruimte, 2.000 vierkante meter eigen grond en twee stenen garages. „In Spijkenisse was het met dat budget een rijtjeshuis van honderddertig vierkante meter geworden, met een tuin van vijf bij vier en een houten schuurtje waar de grasmaaier net in zou passen.”

Nederlanders lijken niet bereid lang te reizen voor een goedkoper huis

Dat hij daardoor veel tijd in de auto moest doorbrengen om naar zijn werk te rijden, vond hij absoluut opwegen tegen de voordelen van zijn nieuwe woonplek. „Als ik van het werk terugreed, het bord Lemmer zag staan en Friesland binnenreed, overviel de rust me. Het was alsof ik elke dag op mijn vakantiebestemming aankwam. Bovendien stond ik minder vaak in de file dan toen ik nog in Spijkenisse woonde, dus het verschil in reistijd viel mee.”

Maar nu hij vier maanden vanuit huis heeft gewerkt, kan hij wel concluderen dat het ook best fijn is om die reistijd niet te hebben. De uren die hij overhield, gebruikte hij om meer te leren over zijn vakgebied, iets waar hij voorheen niet vaak de tijd voor vond. „En het was ook heerlijk om uitgebreid een boterham te eten met mijn gezin, of rustig een kop koffie te drinken. Dat gebeurde altijd gehaast onderweg.”

Wat hem betreft is het thuiswerken een blijvertje. Hij verwacht dat het na de crisis gebruikelijker wordt bij zijn werkgever. „Het contact met de klant mis ik wel, maar qua aanwezigheid op kantoor hoeven we van mij niet terug naar het oude.”

Vrijstaande woning

De gemiddelde huizenprijzen in de provincies Friesland, Groningen, Zeeland, Limburg en Drenthe zijn veel lager dan in de Randstad. Voor de gemiddelde verkoopprijs van een Nederlandse koopwoning (328.000 euro in het tweede kwartaal van 2020) kom je in Amsterdam niet veel verder dan een appartement. Voor diezelfde prijs koop je in Sneek een vrijstaand huis met een ruime tuin. Wie bereid is nog noordelijker te kijken, koopt voor dat bedrag bijvoorbeeld een gerenoveerde woonboerderij met bedrijfsruimte in Ee (ongeveer acht kilometer van Dokkum) met bijna 2.500 vierkante meter eigen grond.

Toch lijken Nederlanders niet bereid lang te reizen voor een betaalbaarder huis. We leggen gemiddeld 19 kilometer af naar ons werk, blijkt uit onderzoek dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) begin dit jaar publiceerde. Die afstand is iets groter dan in 1995, toen de gemiddelde afstand nog 14,6 kilometer was, maar nog steeds verre van ‘provincie-overbruggend’.

Door de coronacrisis lijkt thuiswerken meer te zijn omarmd. Uit recent onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) blijkt dat 45 procent van de thuiswerkers verwacht ook na de crisis vaker vanuit huis te werken. Diverse bedrijven verkennen de opties hun werknemers vaker thuis te laten werken. Is het denkbaar dat mensen bereid zijn verder van hun werk te gaan wonen, als thuiswerken de norm wordt?

Lees ook: Aanbod huizen sinds coronacrisis gestegen

„De tijd die we gemiddeld per dag kwijt zijn aan reizen is al tientallen jaren – mogelijk zelfs al eeuwen – constant”, zegt Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de Technische Universiteit in Delft. „Uit diverse onderzoeken blijkt dat mensen wereldwijd een dagelijks ‘reisbudget’ van 60 tot 75 minuten hebben. Naast woon-werkverkeer vallen ook reistijd naar familie en bijvoorbeeld een tochtje naar de supermarkt daaronder.”

Dat de gemiddelde afstand tussen werk en woning toch toeneemt, zoals eerdergenoemde cijfers van het PBL laten zien, komt doordat de afstand die je binnen 60 tot 75 minuten af kunt leggen in de loop der jaren is toegenomen, zegt Van Wee. „Dat is onder meer te danken aan ontwikkelingen zoals stijgend autobezit, een verbeterd wegennet en snellere treinverbindingen.”

Het is goed denkbaar dat ook de mogelijkheid tot vaker thuiswerken in dat rijtje komt te staan, denkt de hoogleraar „Als je maar twee of drie keer per week naar kantoor moet, kan het best dat je accepteert dat je op die dagen meer tijd kwijt bent aan reizen, omdat je op andere dagen thuis kan blijven. Forenzen verdelen hun reisbudget dan over de week.” De hoogleraar verwacht niet dat meer mensen zullen verhuizen als thuiswerken de norm wordt, maar wel dat mensen die toch al wilden verhuizen, hun zoekgebied uitbreiden.

De belangrijkste reden dat de gemiddelde reistijd niet langer is, is dat het er simpelweg behoorlijk inhakt, zegt Van Wee. „Er zitten maar 24 uren in een dag, waarvan 8 uur werk en 8 uur slaap al het grootste deel in beslag nemen. Veel mensen vinden het zonde om te veel van de overgebleven tijd te vullen met woon-werkverkeer of reizen om andere redenen.” Daarbij spelen ook de reiskosten een rol. „Lang niet iedere werkgever vergoedt reiskosten over de lange afstand.”

Lees ook: Hoe de Randstad naar Zwolle opschuift

Vrienden blijven logeren

Bij langeafstandsverhuizingen zijn bovendien meer factoren belangrijk dan alleen de reistijd van en naar werk. Sociale relaties spelen bijvoorbeeld een cruciale rol, zegt Clara Mulder, hoogleraar demografie aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Je kan wel voor jezelf bedenken dat anderhalf uur reistijd naar je werk acceptabel is, maar wat betekent verhuizen voor je partner, schoolgaande kinderen, of familie die in de buurt woont?”

Andersom kunnen familie en vrienden ook juist de reden zijn om te verhuizen. „In de wetenschappelijke literatuur is aangetoond dat een belangrijk deel van de langeafstandsverhuizingen om ‘retourmigratie’ gaat, vaak naar een gebied waar familie woont.” Een verhuizing naar een plek ver weg is een ingewikkelde afweging die volgens de hoogleraar om meer draait dan de vraag: vind ik de reistijd naar mijn werk nog wel te doen?

Behoefte aan meer rust, ruimte en natuur zijn vaak redenen voor vertrek uit de Randstad

Dat blijkt ook uit een onderzoek dat onderzoeksbureau Motivaction in 2019 uitvoerde in opdracht van de provincies Gelderland en Overijssel, die benieuwd waren naar de toestroom van Randstedelingen. De ondervraagden gaven aan dat rust, ruimte en natuur belangrijke reden waren voor hun verhuizing. Gevraagd naar de doorslaggevende redenen, bleken degenen die verhuisden vooral hun partner te zijn gevolgd (12 procent) of dichter bij familie of vrienden te willen wonen (10 procent). Pas later op de lijst volgden een baan in Oost-Nederland (6 procent), de mogelijkheid een grotere woning te kopen (5 procent) of lagere woonlasten (4 procent) als doorslaggevend.

Voor Alexander Scheek uit Bontebok was het wel even lastig om verder van zijn familie te gaan wonen. „Niet iedereen was even enthousiast. Als alles goed gaat, is de afstand natuurlijk te overzien. Maar als iets misgaat, bijvoorbeeld een familielid dat in het ziekenhuis belandt, is twee uur reizen ineens heel lang.” Ook wat vriendschappen betreft veranderde de dynamiek. „Sommige contacten zijn verwaterd, maar andere zijn juist waardevoller geworden. We nemen nu echt de tijd als vrienden op bezoek komen, een enkeling blijft slapen.”

Scheek mist de Randstad niet. Behalve dan misschien de Rotterdamse humor. „Mijn vrouw en ik houden allebei erg van cynische humor, de Friezen vinden dat ingewikkelder. Aan het begin schrokken mensen zich nog wel eens kapot van de grappen die we maakten – dus die houden we hier nu maar binnenshuis.”