Opinie

Moet er echt een plastic velletje om een komkommer?

Gerecycled plastic

Commentaar

In de wereld van Barbie mag, zo gaat het liedje, plastic dan „fantastic” zijn, de echte wereld probeert juist bewuster om te gaan met plastic. Dat immers makkelijk zwerfvuil wordt, niet afbreekt en in dierenmagen verdwijnt. Voor boodschappentasjes moet inmiddels worden betaald, volgend jaar komt er statiegeld op kleine frisdrankflessen en zijn rietjes, roer- en wattenstaafjes verboden, en her en der verschijnen verpakkingsvrije winkels waar de consument zelf zijn potten kan bijvullen.

Belangrijker: sinds enkele jaren geldt als uitgangspunt dat afval opnieuw gebruikt moet worden. Van het gescheiden ingezamelde afval – 288 van de 494 kilo die elke Nederlander per jaar weggooit – kunnen nieuwe producten worden gemaakt. Liever recyclen dus dan verbranden, zeker waar het om plastic gaat.

Dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Allereerst scheidt niet iedereen zijn plastic. En wie dat wel doet, twijfelt regelmatig of de tandpastatube wel of niet in de recyclebak hoort (ja). Veel gemeenten merken dat er zoveel restafval in de plastic-, metaal- en drinkpakkencontainers wordt gegooid, afvalverwerkers zien dat er zoveel rotzooi tussen de rotzooi zit, dat wat er binnenkomt alsnog moet worden verbrand. In sommige gemeenten is het gescheiden inzamelen daarom maar weer opgegeven en wordt nagescheiden.

Lees ook: Afval scheiden moet, maar heel Nederland doet het anders

Dat bevordert de bewustwording over afval geenszins. Terwijl gedragsverandering van de consument nodig is om hergebruik – of nog liever, het minder kopen van plastic spullen en het weigeren van onnodige plastic verpakkingen – te stimuleren.

Lees ook: De recyclaar heeft nog last van het vuilniszakkenimago

Alleen is dit plasticprobleem niet louter neer te leggen bij de eigen verantwoordelijkheid van consument. Want als het plastic gerecycled wordt, blijkt het last te hebben van een ‘bermpaaltjesimago’. Afnemers zijn onvoldoende overtuigd dat er meer van kan worden gemaakt, en dat het gerecyclede materiaal van hoogwaardige kwaliteit is. Of dat er wel degelijk creatief mee kan worden omgegaan – zie Almere, waar er op het Floriade-terrein een huis wordt gebouwd van 7.482 kilo Almeers huishoudafval.

Bovendien grijpen afnemers, nu de olieprijs laag is en plastic dus ongekend goedkoop, vaker terug op wat ze kennen: nieuw en glimmend. Terwijl de shampoofles heus niet het pronkstuk in huis hoeft te zijn, of zelfs in de supermarkt.

Lees ook: Europees plasticpact ontbeert harde afspraken

Het doel van het kabinet is dat over vijf jaar al het plastic dat Nederland gebruikt recyclebaar of te hergebruiken is. Het nam, samen met Frankrijk en Denemarken, het initiatief tot een Europees Plastics Pact, waarin staat dat in 2025 het gebruik van plastic gemaakt uit aardolie met ten minste 20 procent moet zijn afgenomen. Dat is een mooi streven. Alleen is het plasticpact van elastiek: het is een vrijwillige overeenkomst zonder verboden of sancties als de zeventien landen of 73 bedrijven die het hebben ondertekend er niet aan voldoen. Ze belóven zich alleen in te zetten voor minder nieuw plastic.

Echte Europese regelgeving is cruciaal om het plasticprobleem aan te pakken. Alleen dan kunnen producenten bijvoorbeeld verplicht worden een bepaald percentage gerecycled plastic te gebruiken, zoals dat al in 2025 ingaat voor plastic flessen. Die moeten dan voor een kwart uit gerecycled materiaal bestaan. Bovendien ligt de nadruk te veel op recycling en te weinig op het terugdringen van afval. Want moet er echt een plastic velletje om een komkommer?