Reportage

In de verwoeste stad is iedereen geschokt. En vooral woedend

Ravage Een dag na de rampzalige explosie zijn geschokte Libanezen begonnen met puin ruimen en het inventariseren van de enorme schade. Op straat groeit de woede over nalatigheid van de politieke elite. „Ze moeten vertrekken, allemaal.”

Een man loopt door de modder, woensdag in het verwoeste gebied rond de haven van de Libanese hoofdstad Beiroet.
Een man loopt door de modder, woensdag in het verwoeste gebied rond de haven van de Libanese hoofdstad Beiroet. Foto Ibrahim Dirani/EPA

De dag na de grootste explosie uit de Libanese geschiedenis zit ober Charbel Bassil verslagen tussen een zak kikkererwten en plastic bakjes tomatensaus. In de keuken achter hem bergt een collega het overige eten op. Op de toonbank ligt een familieportret van de jonge Bassil met zijn vader. De glazen lijst ligt aan scherven.

‘Le Chef’ is een vast adres voor de inwoners van Gemmayzeh, een wijk in het centrum van Beiroet op nog geen tien minuten lopen van het havengebied dat dinsdag verschroeid werd door twee zware explosies. Al sinds 1967 serveert het volksrestaurant dezelfde gerechten uit grootmoeders keuken. Zelfs tijdens de Libanese Burgeroorlog (1975-1990) bleven de deuren hier geopend.

Maar nu is Le Chef verwoest. Bassil wijst op de stukken plafond die naar beneden bungelen, de weggeblazen voorruiten, de omgevallen koelkast. „Ik kan de explosie niet vergeten”, zegt hij verstijfd. „De klanten begonnen te gillen. Een stofwolk maakte alles donker. Dit was erger dan alle explosies die we tijdens de burgeroorlog hebben meegemaakt.”

De ober vreest dat zijn familiezaak na ruim vijftig jaar haar deuren moet sluiten. „Ik weet niet hoe we dit overleven”, stamelt hij. „Eerst een economische crisis, dan corona, nu dit. Ik houd van Libanon, maar dit land is verloren.”

Ober Bassil van Le Chef vreest dat zijn familiezaak na ruim vijftig jaar haar deuren moet sluiten. Foto Melvyn Ingleby

Lees ook: Een schokgolf, sneller dan het geluid

Ineens klinkt er buiten geschreeuw. Een tiental studenten met mondkapjes en bezems passeert het restaurant. „Schouder aan schouder, laten we ons verenigen!”, roepen de jongeren terwijl ze door de met puin bezaaide straat trekken. Een jonge vrouw die de stoet leidt balt haar vuist en probeert goedkeurend knikkende omstanders op te hitsen met het gedroomde woord: „Revolutie! Revolutie! Revolutie!”

De studenten zijn ’s ochtends vroeg vanuit verschillende delen van Libanon naar Beiroet afgereisd om te helpen met puin ruimen. „Van de regering hoeven we toch niets te verwachten, dus doen we het zelf”, verklaart de jonge vrouw, Siba Mroueh. „Onze politici zijn zo incompetent dat ze nog geen buurtwinkeltje zouden kunnen beheren. Laat staan een ramp als deze.”

Net als honderdduizenden andere Libanezen ging de studente afgelopen oktober de straat op om te protesteren tegen de graaizucht van een corrupte politieke elite die de Libanese economie heeft verwoest. Diezelfde politici zijn volgens haar verantwoordelijk voor de explosie van afgelopen dinsdag. „Wie slaat er nu duizenden tonnen explosieven in de haven op?”, sist ze. „Ze moeten vertrekken, allemaal.”

Lugubere hashtag

Haar woede wordt breed gedeeld. Twee straten verderop staat een groepje mensen voor het zwaar beschadigde hoofdkantoor van Electricité du Liban, het staatselektriciteitsbedrijf dat er al decennia niet in slaagt om de Libanezen van stroom te voorzien. Op Twitter was woensdagmiddag een lugubere hashtag tegen de bestuurders van het land trending: hang de stroppen op.

Lees ook: Een ramp die was voorspeld

Het lijkt erop dat de grootste explosie in de Libanese geschiedenis veroorzaakt is door pure nalatigheid en wanbeleid. De 2.750 ton ammoniumnitraat die Beiroet dinsdagavond in puin legde, lag al bijna zeven jaar opgeslagen in het drukke havengebied van de hoofdstad. Vanaf 2014 is de regering ieder jaar verzocht iets aan de levensgevaarlijke opslag te doen, zo verklaarden zowel de voorzitter van de Libanese Douane als de havenmeester van Beiroet woensdagmiddag tegenover Libanese media. Maar er gebeurde niets - totdat er dinsdagmiddag brand uitbrak tijdens laswerkzaamheden en de explosieven de lucht in vlogen.

Sommige patiënten hadden glasscherven in hun ogen

Antoine Zoghbi arts

De gevolgen zijn niet de overzien. Volgens het Libanese ministerie van Gezondheid kostte de ramp aan zeker 135 mensen het leven. Dat aantal zal nog stijgen, want van de vijfduizend gewonden verkeren naar schatting vele tientallen tot enkele honderden in kritieke toestand. Ruim driehonderdduizend mensen kunnen voorlopig niet terug naar hun verwoeste huizen, aldus de gouverneur van Beiroet.

„Het is een catastrofe”, zegt directeur van het Libanese Rode Kruis Antoine Zoghbi in een kamertje van het Hotel Dieu ziekenhuis in de wijk Achrafieh. De arts heeft de hele nacht geprobeerd om mensenlevens te redden. In dertien gevallen lukte dat hem niet. De meeste dodelijke slachtoffers stierven volgens hem vanwege opgeblazen ingewanden, rondvliegende brokstukken en interne bloedingen. „Sommige patiënten hadden glasscherven in hun ogen”, aldus Zoghbi. „Het ziekenhuis lag vol met bloed.”

Op de intensive care gaan de operaties door. Tussen de rondrennende artsen en bebloede slachtoffers zit Patrick Nakhli op een bankje voor zich uit te staren. Zijn vrouw ligt even verderop op een operatietafel. „We denken dat ze het overleeft”, zegt hij. „Maar misschien liggen haar zenuwen open.” Ook zijn eigen gezicht zit onder de hechtingen. Gevraagd waar hij dinsdagavond was, haalt de advocaat zijn telefoon tevoorschijn en laat hij een filmpje zien. „Dit is mijn kantoor”, zegt hij. „Of beter: dit was mijn kantoor.”

Het filmpje toont een verwoesting die duizenden Libanezen delen. Een met glasscherven bezaaide vloer. Een balkon dat dreigt in te storten. Opengereten muren. Stoelen en tafels die door de kamer zijn geslingerd. „Ik ben in één klap mijn huis, mijn kantoor en mijn auto kwijt”, aldus Nakhli. „Maar gelukkig heb ik mijn vrouw nog.”

Anderen zijn het leven van hun geliefden nog altijd niet zeker. Terug in de wijk Gemmayzeh staat een nerveuze menigte op een ingestorte woning. Een graafmachine baant zich een weg door de brokstukken. Soldaten zoeken naar een teken van leven.

„Er liggen nog twee mensen onder het puin”, vertelt Malou Khater, een vrouw die de slachtoffers zegt te kennen via haar echtgenoot. „Gisteravond hebben een groep Palestijnse jongens al een dienstmeisje uit het gebouw getrokken. Vannacht volgde een tweede overlevende, maar nu moeten we afwachten.”

Gepensioneerde militairen

De soldaten die staan te graven dragen geen officiële uniformen, maar zwarte T-shirts met het logo van het Libanese leger. Het zijn gepensioneerde militairen, legt Khater uit, gestuurd door voormalig generaal Chamel Roukoz. „Laat dit soort werk maar aan ons over”, grijnst één van de mannen terwijl hij aan zijn sigaret trekt. „De regering kan er toch niets van.”

Roukoz is naast ex-generaal ook de schoonzoon van de Libanese president Michel Aoun. Na de anti-regeringsprotesten van afgelopen herfst stapte hij uit Aouns ‘Vrije Patriottische Beweging’ en schaarde zich achter de demonstranten. Cynici zagen daarin vooral een opportunistische worp naar de baan van zijn stokoude schoonvader en een poging diens andere schoonzoon Gebran Bassil voorbij te streven in strijd om het presidentschap.

Gepensioneerde militairen staan te graven in de wijk Gemmayzeh. Foto Melvyn Ingleby

Maar in de afgelopen maanden wist Roukoz zijn populariteit verder uit te bouwen. Als oud legerleider kan de 61-jarige rekenen op een zekere aanhang buiten zijn eigen christelijke achterban. Bovendien is hij één van de weinige hooggeplaatste figuren die nog altijd oproept tot demonstraties tegen de regering. Het valt dan ook te verwachten dat Roukoz de nasleep van de explosies wil aangrijpen op zich op te werpen als nieuwe leidersfiguur.

Maar daar moeten de demonstrerende studenten in Gemmayzeh niets van weten. „Roukoz is onderdeel van dezelfde politieke elite die dit land al dertig jaar leeg plunderen”, zegt Sibra Mroueh fel. „Dan kun je niet ineens opstappen en de held gaan uithangen.” Eerder verlangt de studente terug naar de massale volksopstand van afgelopen oktober. „Ik hoop dat de mensen na deze explosie opnieuw de straat opgaan”, zegt ze. „Uit de verwoesting kan een nieuwe revolutie voortkomen. Dat is onze laatste kans.”