Ik stem op dikke politici

Nicolien Mizee

Net op het moment dat ik een pleidooi wil houden voor meer dikke mensen in de regering, lees ik dat een Franse hoogleraar beweert dat hoe dikker een politicus is, hoe groter de kans dat hij corrupt is.

En ik wilde nou juist meer dikke ministers, en bij voorkeur met een rare naam! In België hebben ze een zeer dikke, zeer populaire minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid die ook nog Maggie de Block heet. Wat zo iemand aan hoon en lachlust heeft moeten overwinnen tijdens haar klim op de maatschappelijke ladder, is onvoorstelbaar. Dat dwingt tot groot respect en stuurt onze hand in het stemhokje.

Als ik Hugo de Jonge zie, wil ik de televisie uitzetten, maar wanneer Wouter Koolmees achter hem aan dribbelt, blijf ik kijken. Als ik Mark Rutte was, zou ik Hubert Bruls vragen voor een ministerschap.

De allereerste keer dat mijn oudste zuster en ik mochten stemmen was in 1984, voor het Europees Parlement. Tot onze schrik stond er een lange lijst met namen op het stembiljet. Fluisterend overlegden we. Ergens onderaan stond de naam ‘Ineke Walvis’. Onze betrokkenheid met bedreigde diersoorten had ons voor de Groenen doen kiezen, dus we vatten die naam op als een teken. Mevrouw Walvis, mocht u dit lezen: die twee voorkeurstemmen uit 1984 waren van ons.

Ik selecteer niet alleen op uiterlijkheden, maar ook op gevoel voor humor. Extreem-links en -rechts vallen daardoor direct af. Toch is dit een gevaarlijk criterium, want rechtse mensen hebben vaak meer gevoel voor humor dan linkse, maar ik ben nu eenmaal links, zo ben ik opgevoed. Politieke voorkeur is overerfbaar en al het werk dat politici verzetten om ons stemgedrag te beïnvloeden is min of meer zinloos.

Ik raadpleegde een vriendin van mij over mijn voorgenomen pleidooi voor dikke mensen. Ze is dik en rechts, net als haar vader. „Ja, dikke mensen en corruptie, dat klopt. Die zitten elkaar bij het eten en drinken baantjes toe te schuiven. Dat doen wij in de familie ook al generaties lang. Dat gaat heel goed.”

Vervolgens belde ik mijn oudste zuster. „Dikke ministers? Wat kan mij dat nou schelen”, riep ze kribbig. „Ik laat me leiden door uitstraling, en een klein beetje door wat ze zeggen, en dik of dun kan me niet schelen. Belachelijk, telkens laten we ons in nieuwe dwangbuizen stoppen. Nou heet het ineens ‘obees’ en is er zogenaamd wetenschappelijk bewijs hoe slecht het is. Ik word er misselijk van! Hou op!”

„Weet je nog de eerste keer dat we gingen stemmen?”

„Ja, op mevrouw Nijlpaard, of hoe heette ze. Dat moest van jou. Uitstervende dieren beschermen.”

Dat was het! Ik wil bedreigde soorten beschermen! Dikke mensen zullen binnenkort de maatschappelijke ladder niet meer op mogen. Ze zijn er wel, het zullen er zelfs steeds meer worden, maar ze komen niet omhoog.

Op het bordes van de koning zal komend voorjaar een nieuw kabinet aantreden van mannen, vrouwen, zwarten en homo’s. Allemaal slank. De ene soort komt, de andere verdwijnt. En ik zal blijven stemmen op de uitstervende soorten, tot ik er zelf niet meer ben.

Nicolien Mizee is schrijver en vervangt Frits Abrahams tijdens zijn vakantie.