Voormalige topmagistraten worden niet vervolgd

Vertrouwenscrisis OM Voormalig hoofdofficieren Van Nimwegen en Bloos worden niet vervolgd voor onrechtmatig privégebruik van justitiële diensten.

Marc van Nimwegen was in 2017 hoofdofficier van justitie in Rotterdam.
Marc van Nimwegen was in 2017 hoofdofficier van justitie in Rotterdam. Foto Jan de Groen

Het Openbaar Ministerie zal geen strafrechtelijk onderzoek beginnen tegen de twee voormalige hoofdofficieren van justitie Marc van Nimwegen (Rotterdam) en Marianne Bloos (functioneel parket) wegens onrechtmatig gebruik van justitiële diensten en middelen.

Een jaar lang deed het landelijk parket een „oriënterend feitenonderzoek naar mogelijk strafbaar handelen” tegen de twee die jarenlang logen over hun onderlinge intieme relatie. Dit onderzoek heeft volgens het OM „niet geleid tot een verdenking die een strafrechtelijk opsporingsonderzoek rechtvaardigt”.

Het college van procureurs-generaal gaf in 2019 opdracht tot dit feitenonderzoek, naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek van de commissie-Fokkens naar integriteitsschendingen binnen de top van het OM. De commissie concludeerde dat de top van het OM jarenlang ten onrechte hardnekkige geruchten heeft genegeerd dat twee topmagistraten een intieme relatie onderhielden. Het ontbrak bij de leiding van het OM aan „ethisch leiderschap”, aldus Fokkens na berichtgeving hierover in NRC.

Het onderzoek dat de rijksrecherche het afgelopen jaar deed, richtte zich voor beiden op het „mogelijk privégebruik van door het OM aangeboden en/of betaalde diensten zoals het gebruik van een dienstauto met chauffeur, het maken van afspraken in hotels en restaurants en het om-/bijboeken van een terugvlucht en hotelovernachting tijdens een conferentie in 2012 in Bangkok”. Ook werd onderzocht of en in hoeverre Van Nimwegen, in zijn toenmalige functie van procureur-generaal, de uitkomst van een aanbesteding inhoudelijk zou hebben beïnvloed. Volgens het OM zijn er geen aanwijzingen dat betrokkenen strafbare feiten gepleegd hebben.

Het besluit om geen strafrechtelijk onderzoek in te stellen, is volgens het OM getoetst. „Deze zaak is besproken in een zogeheten reflectiekamer met OM’ers van verschillende OM-onderdelen en een oud-rechter”.

Dienstverband beëindigd

De twee voormalig hoofdofficieren werken sinds 1 januari niet meer bij het Openbaar Ministerie, dat hun dienstverband beëindigde naar aanleiding van de uitkomsten van het rapport van de commissie Fokkens. De commissie heeft onder meer vastgesteld dat er sterke aanwijzingen waren dat de topfunctionarissen vanaf 2011 een relatie hadden toen zij in een hiërarchische verhouding tot elkaar stonden. Zij hebben ten onrechte van de relatie geen melding gemaakt en deze tot 2016 steeds ontkend. ‘Fokkens’ constateerde dat Van Nimwegen in 2011 als procureur-generaal zijn ‘geheime’ minnares Bloos benoemde tot hoofdofficier van justitie. Er is volgens Fokkens daarom „twijfel of de procedure bij de voordracht van Bloos is doorlopen in overeenstemming met normen van integriteit”.

Van Nimwegen heeft allerlei juridische procedures aangespannen tegen onder meer leden van de commissie-Fokkens. Hij maakt ook juridisch bezwaar tegen zijn ontslag en eist schadevergoeding van het OM.