De oude teflon-president van Colombia blijkt niet immuun

Álvaro Uribe Tot verrassing van vriend en vijand is de machtigste man van Colombia, ex-president Uribe, dinsdag onder huisarrest gezet.

Álvaro Uribe, president tussen 2002 en 2010, heeft nog altijd veel invloed.
Álvaro Uribe, president tussen 2002 en 2010, heeft nog altijd veel invloed. Joaquin Sarmiento / AFP

Het net sluit zich rond de Colombiaanse ex-president Álvaro Uribe, al twee decennia de machtigste politicus van het land. Uribe, die het Zuid-Amerikaanse land van 2002 tot 2010 leidde en als partijleider en senator nog altijd grote invloed uitoefent binnen de rechtse regeringspartij Centro Democrático (CD), kreeg dinsdag van het Hooggerechtshof een jaar huisarrest opgelegd. De hoogste rechters besloten hiertoe nu Uribe (68) onderzocht wordt wegens fraude en het manipuleren van getuigen. Hij kan tot acht jaar celstraf krijgen.

Het onderzoek naar Uribe loopt al jaren, toch verraste het besluit van het Hof dinsdag vriend en vijand. Doorgaans weten machtige politici – en zeker een voormalig staatshoofd – vervolging in Colombia te ontlopen via onderhandse afspraken met justitie. Hoewel er nog geen tenlastelegging is, wordt het opgelegde voorarrest gezien als teken dat ook Uribe (bijnaam: ‘El Teflón’) niet langer onaantastbaar is. Als hij daadwerkelijk vervolgd en veroordeeld mocht worden, zou dat een waterscheiding betekenen voor Colombia.

Uribe, die de rechtspraak in het land al jaren aanvalt, maakte dinsdag via Twitter bekend dat hij zich aan het huisarrest zal houden, onder protest. „Het ontnemen van mijn vrijheid zorgt voor diepe bedroefdheid bij mijn vrouw, familie en Colombianen die nog steeds geloven dat ik iets goeds voor het land heb gedaan.”

Ook de huidige president Iván Duque, een politieke leerling van Uribe, reageerde kritisch op het huisarrest van zijn mentor. „Het doet pijn, als Colombiaan, dat een voorbeeldig publiek dienaar, die het hoogste ambt in dit land heeft bekleed, niet wordt toegestaan zich in vrijheid te verdedigen, met onschuldpresumptie.”

Nog populair bij rechts

De zaak tegen Uribe draait rond een klacht die de ex-president in 2012 zelf indiende tegen de linkse senator Iván Cepeda. Deze prominente tegenstander zou extreem-rechtse paramilitairen onder druk hebben gezet valse verklaringen af te leggen over banden tussen Uribe en hun strijdgroep.

Justitie opende in 2018 uiteindelijk geen onderzoek naar dit vermeende linkse complot, maar naar Uribe zelf. Hij zou zich schuldig hebben gemaakt aan precies het misdrijf dat hij Cepeda aanwreef: getuigen manipuleren. Cepeda reageerde dinsdagavond verheugd: „Niemand staat boven Colombia en de justitie, hoe invloedrijk en machtig hij ook is.”

Onder conservatieve Colombianen is de ex-president nog zeer geliefd wegens zijn harde militaire aanpak, met Amerikaanse steun, van linkse guerrillagroeperingen FARC en ELN. Maar juist Uribes decennialange, vaak dubieuze rol in de burgeroorlog maakt hem onderwerp van meerdere juridische onderzoeken.

Zijn regering stopte bijvoorbeeld honderden buitengerechtelijke executies van burgers door het leger in de doofpot. In dit zogenoemde ‘valse positieven’-schandaal werden vermoorde burgers valselijk aangemerkt als guerrillero’s. Ook leunde Uribes regering op de steun van paramilitaire groepen. Opgericht om de belangen van grootgrondbezitters te beschermen begingen zij grove mensenrechtenschendingen en belandden zelf in de drugshandel. Uribe en zijn familie zijn meermaals met deze para’s in verband gebracht.

Uribe kan ook nog problemen krijgen met zijn veronderstelde rol bij een illegale afluisteroperatie van het leger in 2019. Die tapte zeker 130 journalisten, politici, gepensioneerde soldaten en vakbondsleden af. Ook een rechter van het Hooggerechtshof, belast met het onderzoek naar Uribe, werd afgeluisterd. In juni maakte datzelfde Hof bekend hiernaar een nieuw onderzoek te openen.