Alles wat ik zing, is echt gebeurd

Deep Purple Vijftig jaar geleden verscheen het invloedrijke album ‘Deep Purple in Rock’ met de onuitroeibare Top 2000-topper ‘Child in Time’. Zanger Ian Gillan praat liever over zijn nieuwe album ‘Whoosh!’.

Deep Purple in 2019.
Deep Purple in 2019. BEN_WOLF

„Dagboekaantekeningen waren het, niet veel meer.” Ian Gillan (74) blikt terug op de tekst van ‘Smoke on the Water’, een van de bekendste nummers van zijn groep Deep Purple. „Alles wat ik zing, is echt gebeurd. In december 1971 waren we in Montreux om een plaat op te nemen met de mobiele opnametruck van de Rolling Stones. Frank Zappa & the Mothers traden op in het casino. Een gek met een seinpistool vond het nodig om een patroon naar het plafond af te vuren. Het gebouw brandde tot de grond toe af.”

Heeft hij Frank Zappa (overleden in 1993) later nog wel eens gesproken over het voorval? „Nee, helaas niet. De laatste keer dat ik hem zag, rende hij met gitaar en apparatuur onder zijn arm het rokende gebouw uit. Ik had hem graag willen bedanken voor de inspiratie.”

De Engelse hardrockband Deep Purple had deze zomer grootscheeps mogen vieren dat hun invloedrijke album In Rock met de onuitroeibare Top 2000-hit ‘Child in Time’ precies vijftig jaar geleden verscheen. Ian Gillan, aan de telefoon vanuit coronaretraite in Zuid-Portugal, vindt het niet erg dat de pandemie hem weerhoudt van reünieverplichtingen. De muziek van het nieuwe album Whoosh! windt hem meer op dan de gedachte dat Deep Purple vijftig jaar geleden een pionier was van het toen nog prille hardrockgenre. „Nieuwe muziek houdt me scherp”, zegt de joviale zanger, die in producer Bob Ezrin (bekend van Alice Cooper, Kiss en Lou Reed) de ideale sparringpartner vond op de laatste drie Deep Purple-albums.

Frontman

In het turbulente bestaan van Deep Purple was Ian Gillan niet altijd de frontman. Hij verving de oorspronkelijke zanger Rod Evans in 1969 en vertrok in 1973, na de gouden jaren van Deep Purple In Rock, Machine Head en Made In Japan. Een blauwe maandag was hij zanger van Black Sabbath. David Coverdale verving hem in de artistiek minder interessante jaren. Er volgde een reünie in de jaren tachtig. Gitarist Ritchie Blackmore verliet de band in 1993 definitief. Sindsdien bestaat Deep Purple uit Gillan en oorspronkelijke bandleden Ian Paice (drums) en Roger Glover (bas), naast toetsenman Don Airey die de in 2012 overleden Jon Lord vervangt. Blackmores plaats werd ingenomen door gitarist Steve Morse, de enige Amerikaan in het gezelschap en volgens Gillan „het beste wat onze band kon overkomen. Als Morse een solo speelt, doe ik graag een stapje terug op het podium. Hij verbaast me telkens weer met zijn briljante ingevingen.”

Een standaard-setlist van vlak voor de coronacrisis bevatte klassiekers als ‘Black Night’, ‘Highway Star’ en het onvermijdelijke ‘Smoke on the Water’. Het langgerekte ‘Child in Time’ staat allang niet meer op het programma. „Twintig jaar geleden ben ik opgehouden met de falsetzang die dat nummer in het laatste gedeelte nodig heeft”, zegt Gillan zonder spijt. „Mijn stem is dieper geworden en mijn stembanden konden de spanning niet meer aan. In de jaren zeventig ben ik al eens behandeld voor een knobbeltje op mijn stembanden. Doktoren wilden er meestal onmiddellijk het mes in zetten, met het risico dat ik helemaal niet meer zou kunnen zingen. Totdat ik in Duitsland een arts trof die opmerkte dat mijn amandelen ontstoken waren. Toen die verwijderd waren, heb ik nooit meer last gehad van keelpijn na een optreden.”

Had u anno 1969 het gevoel dat u met Deep Purple in het middelpunt stond van een muzikale revolutie?

„Er gebeurde veel in die tijd. Ik was sopraan geweest bij het kerkkoor en had samen met Jon Lord in een closeharmonygroep gezeten waar we Beach Boys-achtige muziek speelden. Bij Deep Purple trof ik muzikanten die geen popliedjes instudeerden, maar die improviseerden in de oefenruimte. Zelf noemden we het geen hardrock. Chopin, Ella Fitzgerald, Elvis en Tamla Motown waren grotere invloeden dan andere rockbands die we hoorden. Er was één stelregel: het moest origineel zijn.”

Deep Purple werd in 1972 de hardste band ter wereld genoemd. Hebt u door al die blootstelling aan extreme geluidsvolumes geen tinnitus opgelopen?

„Tinnitus is te genezen door middel van meditatie. Toen Jim Marshall zijn keiharde Marshall-versterkers begon te produceren, kregen zangers het moeilijk. Het was een elektronische revolutie, maar er waren nog geen goede monitorsystemen en gitaristen gingen steeds harder spelen. Na een optreden had ik vaak een ruis of een piep in mijn oren. Als je jong bent, gaat dat over. Op den duur kreeg ik symptomen van tinnitus. Mediteren was de enige remedie. Voor collega’s als Pete Townshend was het al te laat.”

In januari 1973 kwam het publiek in de Oude RAI in Amsterdam in opstand omdat Deep Purple te kort gespeeld zou hebben. Waren er meer van dat soort incidenten?

„Popconcerten waren veel slechter georganiseerd dan nu. Ik kan me dat incident niet herinneren, maar rellen waren er vaker. Rock-’n-roll vertegenwoordigde de tegencultuur en ons publiek bestond niet uit lieverdjes.”

Op ‘In Rock’ werden de bandleden van Deep Purple afgebeeld als uitgehakte hoofden op Mount Rushmore. Streefde u naar de legendarische status van de Amerikaanse presidenten die daar zijn afgebeeld?

„De enige gedachte die daarachter zat, was dat we niet met alle modes wilden meelopen. Muziek die van zijn tijd is, kan morgen alweer achterhaald zijn. We trokken ons niets aan van de pers of de wensen van de platenmaatschappij. Het heeft in ons voordeel gewerkt dat we na 1973 als band niet altijd zichtbaar zijn geweest. De fans hebben ons erdoorheen gesleept.”

Was Ritchie Blackmore de spelbreker?

„Welnee. In het begin waren we roommates, vrienden door dik en dun. Ritchie is op zeker moment gaan doen wat hij liever deed met zijn groep Rainbow. Ik spreek hem soms en we maken zelden ruzie.”

Lees ook: Ruige rockmuzikant met voorliefde voor bombast

Deep Purples kenmerkende sound zat in het samenspel tussen zware orgelklanken en het heavy gitaarspel. Streeft de huidige bezetting naar een reproductie van dat handelsmerk?

„Jon Lord is niet te vervangen, met zijn klassieke achtergrond en zijn expansieve spel. Als we oude nummers spelen, proberen we ze recht te doen. Op Whoosh! zijn we een ander beest geworden. Maar de basis van onze nummers is nog altijd improvisatie. Sinds we met Bob Ezrin werken in zijn studio in Nashville is ons geluid compacter geworden. De nummers mogen nog altijd langer dan drie minuten duren.”

In songs als ‘Drop the Weapon’ en het apocalyptische ‘Man Alive’ behandelt u maatschappelijke problemen. Is Deep Purple een geëngageerde band geworden?

„Ik kan niet anders dan schrijven over dingen die me raken. In ‘Drop the Weapon’ uit ik mijn bezorgdheid over kinderen die uit wanhoop naar een mes grijpen om anderen te vermoorden. Ze doen het vaak om zich een plaats te verwerven tussen oudere jongens die hun het vuile werk laten opknappen. Er zijn andere manieren om respect te verdienen, wil ik ze zeggen. ‘Man Alive’ gaat over de laatste man op aarde; een doembeeld omdat er altijd een vrouw nodig zal zijn om voor nageslacht te zorgen. Whoosh!, daar gaat de mensheid!

„Voor het overige ben ik positief ingesteld. Er wordt veel gezeurd op tv, over Brexit, over mondkapjes, over waar het naar toe moet met de wereld. Ik probeer me ervan af te sluiten en de beste muziek te maken die ik nog in me heb. Zo lang ik kan, zal ik van me laten horen.”

Whoosh! van Deep Purple verschijnt 7 augustus bij earMusic/V2. Een Europese tour is aangekondigd voor zomer 2021: Inl: deep-purple.com