Oppositie vindt subsidies zonder reddingsplan zinloos

Tweede kamer Culturele instellingen stevenen af op faillissementen, vreest de linkse oppositie. Als het kabinet niet met een reddingsplan komt, heeft verdelen van subsidies geen zin.

De taskforce culturele en creatieve sector berekende hoeveel inkomsten de sector dit jaar misloopt: 2,6 miljard euro.
De taskforce culturele en creatieve sector berekende hoeveel inkomsten de sector dit jaar misloopt: 2,6 miljard euro. Koen Suyk/ANP

„Subsidieverlening op de Titanic”, noemt PvdA-leider Lodewijk Asscher de beoordelingen die het Fonds Podiumkunsten en het Amsterdams Fonds voor de Kunsten maandag presenteerden, net als eerder de Raad voor Cultuur. „Je ziet nu bij bosjes gezelschappen, podia, musea en individuele makers van kunst omvallen die het niet redden. Als er niet een veel duidelijker perspectief komt voor de culturele sector, weet je oprecht niet wat de betekenis is van deze subsidieverdeling”, zegt Asscher.

De PvdA maar ook andere oppositiepartijen vinden dat het hoog tijd wordt dat het kabinet met een langetermijnplan komt voor de culturele sector. Sinds grote bijeenkomsten in maart verboden werden om de corona-uitbraak in te dammen, liggen de meeste poppodia, concertzalen, theaters en festivals plat.

Mondjesmaat worden inmiddels weer optredens en voorstellingen georganiseerd, met een bezetting van een kwart van de zaal of minder, maar die zijn nauwelijks rendabel te maken. De taskforce culturele en creatieve sector, die tijdens de coronacrisis is opgezet als aanspreekpunt voor het kabinet, berekende hoeveel inkomsten de sector dit jaar misloopt: 2,6 miljard euro.

Lees ook: Anderhalve meter afstand houden bij een popconcert?

Om hulp te bieden presenteerde minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66) in april een steunpakket van 300 miljoen euro. Dat was, zei zij, „een eerste tranche” om de ergste pijn te verlichten. Een voorstel van PvdA, GroenLinks en SP om dat pakket uit te breiden met nog eens 700 miljoen euro kreeg in juni geen Kamermeerderheid. Van Engelshoven wees erop dat culturele ondernemers ook een beroep kunnen doen op algemene coronaregelingen, zoals de NOW en de TOZO.

„Als je nú geen subsidie krijgt, is de toekomst pikzwart”, zegt GroenLinks-Kamerlid Corinne Ellemeet. „De inkomsten uit kaartverkoop en andere eigen bronnen zijn helemaal weggevallen. Vinden we het oké als we alleen de cultuur behouden die we nu met subsidies overeind houden? Dat is een vraag die het kabinet zich nooit eerder zo scherp heeft hoeven stellen.”

Vóór de coronapandemie stonden veel kunstenaars en gevestigde culturele instellingen er al niet rooskleurig voor. Het kabinet-Rutte III draaide weliswaar een deel van de bezuinigingen van 200 miljoen euro per jaar terug die Rutte I doorvoerde, maar hield vast aan het uitgangspunt dat eigen ondernemerschap boven subsidies gaat.

Juist dat nieuwe verdienmodel is nu een kwetsbaarheid, zegt Peter Kwint (SP). „Dat is het cynische van deze crisis: de instellingen die afgelopen jaren zich het meest zijn gaan gedragen zoals de overheid wilde – minder subsidie, meer eigen inkomsten – worden het hardst geraakt. Wie geen subsidie ontving, kwam bijvoorbeeld niet in aanmerking voor het hulppakket van Van Engelshoven. En ondertussen heb je nauwelijks eigen inkomsten.”

In juni stemde de Kamer, met instemming van Van Engelshoven, voor extra rijkssubsidies aan balletgezelschap Scapino en popfestival Eurosonic/Noorderslag. Die dreigden in de problemen te komen nadat de Raad voor Cultuur hun subsidieaanvraag had afgewezen.

Lees ook: Weinig regionale spreiding bij toekenning subsidies podiumkunsten

„Eigenlijk is de subsidieverdeling iets waar we ons als politiek niet mee willen bemoeien, wij gaan alleen over het geld”, zegt Lammert van Raan (PvdD). Maar als er een moment is dat kunst en cultuur van groot belang zijn, vervolgt hij, is het nu. „We moeten ook nadenken over hoe we de wereld na corona inrichten. En wie zijn daar de wegwijzers voor? Dat is toch kunst en cultuur.”