Een kinderkamp vol covid, wat zegt dat over school?

Epidemiologie Op een kamp in de Verenigde Staten is een groot aantal kinderen besmet geraakt met het coronavirus. Dat geeft te denken over het nieuwe schooljaar. „Ook daar zitten kinderen lang bij elkaar, dicht opeen, in slecht geventileerde ruimten.”

Kinderen spelen op het Farmington Family YMCA Summercamp om Michigan in de VS. In een soortgelijk kamp in Georgia raakten 260 kinderen en tieners besmet met het nieuwe coronavirus.
Kinderen spelen op het Farmington Family YMCA Summercamp om Michigan in de VS. In een soortgelijk kamp in Georgia raakten 260 kinderen en tieners besmet met het nieuwe coronavirus. Foto REUTERS/Emily Elconin

Op een zomerkamp in de Amerikaanse staat Georgia zijn eind juni minstens 260 kinderen en tieners besmet geraakt met het nieuwe coronavirus. Dat meldde de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC afgelopen vrijdag. En in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen moeten basis- en middelbare scholieren voorlopig met mondkapjes op naar school, werd maandag bekend.

Tot nu toe gingen onderzoekers ervan uit dat kinderen slechts een beperkte rol spelen bij de verspreiding van het virus, ook al kunnen ze zelf wel besmet raken. Begin juni schreven RIVM-onderzoekers in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde bijvoorbeeld over de transmissie (overdracht) van het coronavirus: „Transmissie vindt vooral plaats tussen volwassen leeftijdsgenoten en van volwassen gezinsleden naar kinderen. Transmissie onder kinderen onderling of van kinderen naar volwassenen, zoals bij influenza bekend is, lijkt minder vaak voor te komen.” Ook Chinese onderzoekers trokken die conclusie eind juni in het tijdschrift Science. Tegelijkertijd meldde de Duitse viroloog Christian Drosten in een voorpublicatie dat besmette kinderen gemiddeld evenveel virusdeeltjes bij zich dragen als besmette volwassenen.

In het Amerikaanse zomerkamp raakten in drie dagen tijd ruim vier op de tien kinderen besmet. Juist onder 6- tot 10-jarigen was het aandeel besmette kinderen hoog: vijf op de tien. Onder 11- tot 17-jarigen was dat vier op de tien en onder 18- tot 21-jarigen drie op de tien. Van de volwassen stafleden raakten bijna zes op de tien besmet. Driekwart van de besmette deelnemers en stafleden vertoonde symptomen van Covid-19.

De studie kent wel beperkingen, aldus de onderzoekers: het is niet bekend hoeveel kinderen en stafleden al besmet waren voordat zij naar het kamp kwamen. Ook kunnen sommigen vlak ná het kamp besmet zijn geraakt. Aan de andere kant kan het aantal besmettingen tijdens het kamp hoger zijn dan gemeld, omdat maar tweederde van de deelnemers zich achteraf liet testen.

Slecht geventileerde ruimten

„De omstandigheden op dat kamp waren verre van ideaal”, reageert Patricia Bruijning, kinderepidemioloog van het UMC Utrecht. „De kinderen lagen met zijn vijftienen bij elkaar op slaapzalen die slecht geventileerd waren. In sommige slaapzalen was bijna iedereen besmet en op andere bijna niemand. Mijn gevoel is dus dat de besmettingen dáár plaatsvonden.”

Die bevindingen zijn zorgelijk als je denkt aan de situatie op scholen, vindt Bruijning. „Ook daar zitten kinderen lang bij elkaar, dicht opeen, in slecht geventileerde ruimten”, zegt ze. „Kinderen zijn minder bevattelijk dan volwassenen, dat denken we nog steeds, en hun rol bij transmissie is relatief klein. Maar onder die omstandigheden kunnen ze blijkbaar toch het virus verspreiden.”

Zou dit nieuwe inzicht gevolgen moeten hebben voor de scholen in Nederland? „Ik denk dat we nog eens heel goed moeten kijken naar het besluit dat jongeren van 12 tot 18 onderling geen afstand meer hoeven te houden”, antwoordt Bruijning. „Dat voelt nu voor hen als een vrijbrief: alles kan blijkbaar weer.”

Mondkapjes zijn niet de oplossing, vindt ze. Allereerst omdat het beschermende effect van mondkapjes nog steeds onderwerp is van wetenschappelijk debat. Maar ook omdat het praktisch moeilijk uitvoerbaar is. „Ik probeer me voor te stellen hoe dat gaat, als kinderen straks in de klas zeven uur lang een mondkapje moeten dragen”, zegt Bruijning. „Dat is geen pretje. Ik vermoed dat ze hem onder hun neus gaan dragen. Of afdoen.”

Feestjes beperken

Het RIVM benadrukt op zijn site dat er nog te weinig bekend is om iets te kunnen zeggen over het nut van scholensluiting. Verschillende onderzoeken zijn nog in volle gang. Ook komen er gegevens binnen uit de GGD-teststraten. Tussen 1 en 25 juni zijn er ruim 16.500 testen afgenomen bij kinderen tot en met 12 jaar. Hiervan was 0,3 procent positief. Van ruim 4.800 testen bij kinderen van 13 tot en met 18 jaar was 1,4 procent positief. In dezelfde periode zijn bijna 14.000 professionals uit het onderwijs en de kinderopvang getest. Van deze testen was 0,5 procent positief: veel lager dan de 1,3 procent positieve tests bij alle mensen die getest zijn in de teststraten.

„Tijdens deze periode waren de middelbare scholen nog niet of nauwelijks open”, relativeert Bruijning, „en moesten kinderen ouder dan twaalf nog afstand van elkaar houden. Dat is nu niet meer zo.” Met andere woorden, deze gegevens zeggen dus niets over de rol van middelbare scholieren. Maar als ze niet voor een scholensluiting pleit, wat is dan volgens Bruijning wel de oplossing? „We moeten weer véél meer op die algemene maatregelen gaan zitten. Afstand houden. Feestjes beperken. Uitleggen waar we op af stevenen als we dat niet doen.”