Reportage

Brak water uit de duinen om te drinken

Droogte Periodes van droogte zullen vaker voorkomen. Nederland moet zich aanpassen. Aflevering 5 uit een serie: een zoete en een brakke bel bij het drinkwaterbedrijf.

Gertjan Zwolsman bij de put in de Scheveningse duinen (rechtsboven), met daarin twaalf peilbuizen. Linksonder toont hij twee watermonsters.
Gertjan Zwolsman bij de put in de Scheveningse duinen (rechtsboven), met daarin twaalf peilbuizen. Linksonder toont hij twee watermonsters. Foto’s Olaf Kraak

Geohydroloog Teun van Dooren buigt voorover, maakt een spanband los, en trekt een groot stuk helderblauw plastic weg. Uit de grond steekt de bovenkant van een grote stalen buis. Het is een monitoringsput, vertelt Van Dooren, en hij is begin maart geslagen. Binnenin zijn plastic buizen zichtbaar, elf blauwe en een zwarte. Dat zijn peilbuizen, zegt Van Dooren, bedoeld om metingen aan grondwater te doen. „Die zwarte buis gaat het diepst de grond in”, zegt hij. „Tot hoe diep denk je?”

We staan op het terrein van drinkwaterbedrijf Dunea in Scheveningen, waar medio 2021 een belangrijke proef moet beginnen. De put is er een onderdeel van. Hier in de duinen bevindt zich een zoetwaterbel, bron van drinkwater. De bel drijft als het ware op dieper brak en zout grondwater, legt Van Dooren uit. Dunea wil behalve het zoete water ook het brakke water gaan winnen, en er drinkwater van maken. Ook moet er zo ondergronds meer ruimte komen om de zoetwaterbel uit te breiden. Dat moet Dunea minder kwetsbaar maken voor bijvoorbeeld lange periodes van droogte, die zich in de toekomst naar verwachting vaker zullen voordoen.

Een van de partners in deze proef is wateronderzoeksinstituut KWR, waar Van Dooren werkt. Al snel geeft hij antwoord op zijn eerder gestelde vraag: „Tweehonderddertien meter.”

Groeit de zoetwaterbel?

Al die blauwe buizen, legt hij uit, gaan tot verschillende dieptes. In de onderste meter van elke buis zitten filterspleten. Water in de ondergrond sijpelt via die spleten de buizen in. Elke maand wordt dat water onderzocht, onder andere op zoutgehalte. En met een speciale sonde wordt over de hele lengte van de put de elektrische geleidbaarheid gemeten. Het is allemaal bedoeld om de verdeling van zout, brak en zoet grondwater in de ondergrond te volgen. Verandert die door de winning van het brakwater? En groeit de zoetwaterbel volgens plan?

Slaagt de proef, dan wil het bedrijf op grotere schaal het brakke water gaan onttrekken, vertelt Gertjan Zwolsman, strateeg bronnen bij Dunea en coördinator van het project. „Het is een nieuwe, potentieel grote bron van drinkwater.”

We lopen weg van de put, richting de monumentale watertoren. Zwolsman vertelt intussen dat de brakwaterwinning risico’s moet beperken. Nu onttrekt Dunea bij Scheveningen jaarlijks 52 miljoen kubieke meter water uit de zoetwaterbel. „Dat vullen we gelijk weer aan met voorgezuiverd water uit de rivieren.” Bij Brakel, ten noordwesten van Den Bosch, haalt het bedrijf water uit de Afgedamde Maas. Via een leiding van 80 kilometer wordt het naar de duinen getransporteerd. Een tweede punt bevindt zich bij Bergambacht, aan de Lek.

Afgelopen november konden we een maand geen water uit de Maas halen

Gertjan Zwolsman Dunea

Maar er zijn momenten dat Dunea geen water uit de rivieren mag of kan onttrekken. Vaak is dat bij calamiteiten, als er bijvoorbeeld gifstoffen in het water terecht zijn gekomen, zegt Zwolsman. „Afgelopen november konden we een maand geen water uit de Maas halen, door een ongeluk bij een bedrijf in Luik.” Juist bij droogte kan zo’n innameverbod langer duren, omdat dan de rivierstanden vaak lager zijn, en het langer duurt voordat de concentratie gif in het water voldoende is verdund.

In zulke gevallen kan Dunea overschakelen op de strategische voorraden. „Normaal winnen we zoet water boven in de bel, op een diepte van 20 tot 30 meter”, zegt Zwolsman. Als dat niet wordt aangevuld, schakelt het bedrijf over op de strategische voorraden, die het op zo’n 70 meter diepte oppompt. „Maar daarmee trekken we ook dieper brak water omhoog.” Het bedrijf kan vijf weken overbruggen met de strategische voorraden, voordat er brak water meekomt. „En dan kan het systeem niet verder, want we hebben geen ontzilting paraat.” In de plannen van Dunea zijn straks de uitgebreide strategische voorraden goed om drie maanden te overbruggen.

Lozen op het riool

We houden halt bij een houten paaltje met OP erop. „Onttrekkingsput”, zegt Van Dooren. Hier moet de put komen waar het brakke grondwater straks opgepompt wordt. Er komen op het terrein ook nog drie extra monitoringsputten. En daar, wijst Zwolsman, komt de installatie die het opgepompte brakke water zuivert. „De helft ervan wordt na ontzilting gemengd met zoet duinwater, en dat mengsel wordt gezuiverd tot drinkwater”, zegt hij. De andere helft, waar het zout in is geconcentreerd wordt afgevoerd. „Voor de proef zijn we in gesprek met de gemeente Den Haag of we het concentraat mogen lozen op het riool”, zegt Zwolsman. „Maar als we op grote schaal brak grondwater gaan winnen, komt er waarschijnlijk een leiding richting zee.”

De droogte speelt Dunea op meer manieren parten, zegt Zwolsman. „Door het aanhoudende droge en warme weer in 2018 waren de rivierstanden erg laag. Het bij Brakel ingenomen water was uitzonderlijk warm, en zat soms vol blauwalgen. „Onze filters slibden dicht, waardoor we twee maanden lang onvoldoende water konden innemen. We hebben toen ook het tweede innamepunt bij Bergambacht ingezet.” Maar bij Bergambacht speelt weer een ander risico, verzilting. Bij lage rivierstanden, zegt Zwolsman, heb je weinig stroming richting zee. Als er daarnaast een sterke noordwestenwind staat, of hoog water bij Hoek van Holland, kan zeewater ver de riviermonden instromen. „In 2018 kwam het zoute water tot Krimpen aan de Lek. Dat is maar vijftien kilometer van ons innamepunt bij Bergambacht vandaan.” Een te hoog zoutgehalte vraagt extra zuivering, en maakt de productie van drinkwater duurder. Daarom onderzoekt Dunea ook of het lokaal zoet water kan innemen, bijvoorbeeld uit het Valkenburgse Meer bij Leiden. Dat ligt slechts vijf kilometer van de productielocatie in Katwijk.

We lopen terug, passeren de eerste monitoringsput weer, en komen langs een berg zand. Dat is opgeboord bij het plaatsen van die put, zegt Van Dooren. Hij wijst op de schelpjes in het zand. „De diepste, van tweehonderd meter ondergronds, zijn twee miljoen jaar oud.”