‘Als de computer proefwerken nakijkt houd je tijd over voor andere dingen’

Digitaal onderwijs Docenten zijn door de coronacrisis meer ict gaan gebruiken. Ze denken dat het onderwijs er efficiënter en persoonlijker van wordt.

Een leraar geeft eind maart online les op een Amsterdamse school. Online lesgeven vonden leraren van tevoren spannend, maar bleek achteraf mee te vallen.
Een leraar geeft eind maart online les op een Amsterdamse school. Online lesgeven vonden leraren van tevoren spannend, maar bleek achteraf mee te vallen. Foto Koen van Weel/ANP

Toen in de lucht hing dat de scholen door corona zouden sluiten, gingen online-onderwijsonderzoekers van de Hogeschool Utrecht Irene van der Spoel, Stan van Ginkel en Ellen Schuurink direct aan de slag. In één dag maakten ze een enquête, in het weekend gaven experts er feedback op en vulden tien proefpersonen de vragenlijst in, en op maandag 16 maart, de eerste dag van de schoolsluiting, werd de enquête gepubliceerd.

„Dit was een unieke kans voor mijn vakgebied”, zegt Van der Spoel, die onderzoek doet naar online onderwijs en lesgeeft op de Hogeschool Utrecht. „Hoe zouden docenten zich ontwikkelen op het gebied van digitalisering?” Ze maakte dat weekend ook nog een gratis cursus in online onderwijs voor docenten, die ruim 230.000 keer werd bekeken op haar site Today’s Teachings Tools.

Zo’n 300 docenten – van basisschool tot hoger onderwijs – vulden de enquête de eerste week dat de scholen dicht waren in. Na een maand werd een tweede enquête verspreid. Dit zijn de vier belangrijkste conclusies.

1. Door de crisis zijn docenten beter geworden in hun vak

Veel docenten gaven van tevoren aan dat ze het online lesgeven best spannend vonden. Na een maand waren dat er al een stuk minder. Ze kregen meer vertrouwen in hun eigen kunnen. „Ze hebben zichzelf heel veel aangeleerd in korte tijd”, zegt Van der Spoel. „En het grappige is: ze konden het online lesgeven beter dan ze zelf hadden verwacht.”

Doordat docenten door de coronacrisis heel snel hun onderwijs moesten omvormen naar afstandslessen, zijn ze opnieuw over de inhoud van hun vakgebied gaan nadenken. „Ze moesten kritisch kijken: welke stof doet er nu écht toe”, zegt Van der Spoel. Docenten zeggen dat ze creatiever zijn geworden in het vormgeven van hun lessen. „Er is enorm geprofessionaliseerd en geïnnoveerd.”

Leerlingen en studenten namen op hun beurt ook meer verantwoordelijkheid voor hun leerproces, zagen docenten. Ze werkten zelfstandiger, waren beter in staat om te plannen. Docenten hadden daarnaast het idee dat ze gemotiveerder waren. Maar er zijn kanttekeningen: niet elke leerling of student heeft evenveel baat bij afstandsonderwijs – dat zijn juist degenen die al goed presteren. En bij de toegenomen motivatie kan het novelty aspect meespelen, zegt Van der Spoel. „Als iets nieuw is, is het leuk. De vraag is of dat beklijft.”

Lees ook dit interview met Irene van der Spoel: ‘Het is ontzettend belangrijk dat ouders zeggen: kom op, we gaan aan de slag’

2. Docenten willen na de crisis ict blijven inzetten

Docenten zijn veel meer ict gaan gebruiken door de coronacrisis en willen dat ook blijven doen. Ze denken dat de onderwijskwaliteit erdoor verbetert en dat het onderwijs er efficiënter en persoonlijker van kan worden. Van der Spoel: „Als je bepaalde dingen automatiseert, zoals het nakijken van een proefwerk, houd je meer tijd over om dingen te doen die alleen mensen kunnen.”

Ze legt uit: als je tijdens de wiskundeles de abc-formule uitlegt, gaat een deel van de leerlingen ermee aan de slag, een ander deel denkt ‘dat wist ik wel zo ongeveer’, een deel let niet op en weer een ander deel snapt er niets van. „Je geeft dus uitleg die niet iedereen nodig heeft.” Wat je ook kunt doen: een instructiefilmpje en opdrachten geven op drie niveaus, die worden nagekeken door een computer. „Vervolgens loop je door de klas, kijk je wie het snapt en wie niet, en geef je persoonlijke uitleg.” Dat kan efficiënter én effectiever zijn dan sommen maken in een schrift, zegt ze. „Daarbij hebben leerlingen na afloop pas door dat ze het fout hadden, in plaats van dat ze direct feedback krijgen. En je bent geen tijd kwijt aan nakijken.”

Van de populairder wordende adaptieve software, waarbij de stof zich aanpast aan het niveau van de leerling of student, is ze geen voorstander. „De leerling of student moet juist zelf leren inschatten of hij het snapt. Als je dat altijd overlaat aan software, ontwikkel je die vaardigheid niet. Daar ga je in je leven een keer tegenaan lopen.”

Lees ook: Vijf lessen die we hebben geleerd van twee maanden thuisonderwijs

3. ‘Samenwerkend leren’ bleek online moeilijker dan verwacht

Docenten konden van tevoren best goed inschatten hoe moeilijk ze online lesgeven zouden vinden. Alleen ‘samenwerkend leren’ bleek moeilijker dan gedacht. „In een klas kun je makkelijker zeggen: maak een groepje van vier en ga zelf aan de slag”, zegt Van der Spoel. „Online gaat dat niet zomaar.”

Toch willen docenten hier ook na de crisis ict voor blijven gebruiken – bijvoorbeeld door twee mensen samen te laten werken in een Google Document. Ze willen dat ook voor ‘activerende werkvormen’ (iets opzoeken of een puzzel maken), om te toetsen hoever iemand is met de stof en om feedback en instructie te geven. Veel docenten geven aan verder te willen met het concept flipping the classroom, zegt Van der Spoel: de les wordt dan als het ware ‘omgedraaid’ door van tevoren een instructievideo mee te geven en het lesuur te gebruiken voor het beantwoorden van vragen en de verwerking van de stof.

4. Docenten misten contact en raakten overwerkt

Docenten zeiden de interactie met leerlingen en studenten te missen. Maar: soms ging contact online juist makkelijker, omdat leerlingen wel een mailtje durven sturen terwijl ze in de les stil blijven. Een ander negatief aspect van de afgelopen maanden is dat er zó veel informatie op docenten afkwam over online lesgeven, dat ze zich vaak machteloos voelden, soms zelfs gedemotiveerd.

Vóór corona ging digitalisering van het onderwijs moeizaam, zegt Van der Spoel. Dat vindt ze niet zo gek. „Uit de theorie blijkt dat je eerst de meerwaarde moet inzien voordat je het echt gaat doen. Moet je je voorstellen dat je iets al dertig jaar zo doet en dat werkt nog steeds: dan ga je niet zomaar een jaar van je leven investeren terwijl je niet zeker weet of het iets oplevert. Dat lijkt me een gezonde houding. Veel dingen werken offline óók, ze zijn vaak alleen minder efficiënt.”