Opinie

Vonnis tegen Viruswaanzin is er een om in te lijsten

Opportunistische groepen als Viruswaanzin spelen een ‘naar spelletje met de rechtsstaat’. De rechter blijft kalm, de populisten spelen met vuur, schrijft oud-raadsheer Fred Hammerstein in de Togacolumn.
Demonstranten voeren deze week actie tegen de coronamaatregelen op het Malieveld. Actiegroep Viruswaanzin organiseerde de bijeenkomst.
Demonstranten voeren deze week actie tegen de coronamaatregelen op het Malieveld. Actiegroep Viruswaanzin organiseerde de bijeenkomst. Foto Remko de Waal/ANP

Op 24 juli 2020 heeft de voorzieningenrechter in Den Haag alle vorderingen van de stichting Viruswaarheid (beter bekend als actiegroep Viruswaanzin) afgewezen. Deze waren erop gericht dat de Staat alle beperkende maatregelen om verspreiding van Covid-19 te voorkomen, zou intrekken. De uitspraak komt op een moment dat de zorgen over een mogelijke tweede golf toenemen en er heftig discussie wordt gevoerd over het al dan niet dragen van mondkapjes en het strenger optreden van de overheid.

De omstandigheden laten zien dat er in Nederland sterk tegengestelde opvattingen bestaan over de ernst van de pandemie die ons allen treft en de wijze waarop we daarmee moeten omgaan. Voor juristen zou de belangrijkste les moeten zijn dat het gaat om problemen die meestal niet met juridische middelen kunnen worden opgelost. Laten we de problemen niet verergeren door het voeren van nodeloze juridische procedures.

Daarmee is niet gezegd dat dat er geen juridische problematiek bestaat: de overheidsmaatregelen treffen alle burgers in hun vrijheid en hebben soms ernstige persoonlijke en economische gevolgen. Aan niemand zal het recht ontzegd mogen worden op te komen voor haar of zijn belangen en stelling te nemen tegen maatregelen die niet deugen.

Niet stil zitten

Niettemin vraag ik aandacht voor de bijzondere aard van de problemen die aan het begin van de crisis door de minister-president pregnant is verwoord: we moeten voor 100 procent handelen met 50 procent kennis. Of anders gezegd: de overheid kan niet stil blijven zitten maar moet koers zien te houden in dichte mist. Een ding is zeker: zonder maatregelen was de ramp waarschijnlijk niet te overzien geweest, zoals de situatie in de VS, Brazilië en Mexico bijvoorbeeld aantoont.

Wat leert ons het vonnis van de Haagse voorzieningenrechter? In de eerste plaats dat ook fundamentele rechten van burgers beperkt kunnen worden in tijden van een crisis, als de onderhavige op basis van noodverordeningen. Natuurlijk zijn dit lapmiddelen, maar de rechter gunt de overheid de tijd om wetgeving tot stand te brengen die een meer solide juridische basis vormt. Die wet ligt momenteel bij het parlement - de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 - en wordt druk becommentarieerd en bekritiseerd in zowel de media als door de wetenschap.

Waar het de rechter betreft, mag er in de eerste plaats vanuit worden gegaan dat naarmate de urgentie en de nood hoger zijn, de overheid meer ruimte zal krijgen om grondrechtenbeperkende maatregelen te voorzien van een deugdelijke juridische basis. Het is onverstandig om juridisch te muggenziften als ingrijpen niet achterwege kan blijven, hetgeen onverlet laat dat er ongetwijfeld ook nog een tijd zal komen waarin kritisch wordt teruggekeken op het overheidsoptreden. Dat neemt niet weg dat er wel uitzicht moet zijn op een zorgvuldige besluitvorming en er een behoorlijke democratische legitimatie voor de te nemen veiligheidsmaatregelen moet komen, zeker naarmate de pandemie langer voortduurt.

Geen virus meer

In de tweede plaats mag de Staat varen op adviezen van deskundigen en is het niet aan de rechter om in een kort geding een “battle of the experts” te beslechten. Daarmee wordt aan de Staat niet een absolute vrijheid gegeven, maar ligt de grens waar in redelijkheid geen twijfel kan bestaan dat de geraadpleegde deskundigen met adviezen komen die in het licht van andere opvattingen onhoudbaar zijn. Het is derhalve niet billijk om de betrouwbaarheid van de deskundigen al te gemakkelijk ter discussie te stellen. Het is mij in dit kader een raadsel waarop de stichting Viruswaarheid haar standpunt heeft gebaseerd dat er in Nederland geen virus meer rondwaart.

In de derde plaats geeft de voorzieningenrechter naar mijn mening haarscherp aan waar de grens ligt: pas als de Staat evident onjuiste keuzes maakt en daarom in redelijkheid niet heeft kunnen besluiten de nog geldende maatregelen te handhaven, is er ruimte voor ingrijpen door de rechter. Hierbij geldt bovendien, zoals reeds gezegd, dat de regering – anders dan veel commentatoren – niet de luxe heeft om met wijsheid achteraf te kunnen oordelen wat beter had gekund.

Enig juiste

In de vierde plaats wijst de rechter Viruswaarheid er fijntjes op dat de Staat niet eraan gehouden is haar ervan te overtuigen dat de gekozen aanpak de beste en de enig juiste is. „Viruswaarheid c.s. pretenderen wel dat te weten, maar het siert de Staat dat hij erkent niet 100 procent zeker te weten of de gekozen aanpak achteraf de beste zal blijken. De Staat stelt simpelweg keuzes te maken op basis van gedegen deskundige voorlichting, daarbij rekening houdend met alle (ook economische) belangen en met diverse onzekerheden rondom het virus.”

Dit vonnis is er een om in te lijsten. Tegenover het inhoudsloze geblaat van een groep mensen die meent de waarheid in pacht te hebben, geeft de voorzieningenrechter een trefzekere en nuchtere beschouwing over wat wel en niet mogelijk is. Anders dan de eisers menen, bestaat er geen absolute waarheid en is er een overheid nodig die zorgvuldige afwegingen maakt op basis van deskundige adviezen zonder dat aan iemand de garantie kan worden gegeven dat het goed afloopt.

Als de coronatijd ons iets heeft geleerd, of had moeten leren, is het dat we mensen nodig hebben die hun verantwoordelijkheid nemen, niet wijken voor de waan van de dag, zich baseren op feiten voor zover aanwezig en op oordelen van deskundigen die niet over een nacht ijs gaan. Het is voor onze samenleving een zegen dat er rechters zijn die dit onderkennen en ons behoeden voor de ondermijning van het gezag van de overheid dat we nu juist zo hard nodig hebben, maar ook rechtsbescherming bieden tegen die overheid als daaraan behoefte bestaat.

Geen steun

In de grond was dat de reden voor de hartenkreten in mijn vorige column. De schreeuwers in deze samenleving verdienen geen steun. Zij gebruiken de rechtspraak puur opportunistisch: als ze gelijk krijgen is dat hun vanzelfsprekende gelijk en als ze ongelijk krijgen is de rechter een onbetrouwbaar sujet.

In dit nare spelletje met de rechtsstaat ontbreekt ook de wraking van de rechter nooit: ook hier werd de rechter gewraakt op gronden die nergens op slaan. En ook hier bleef de rechtspraak kalm onder. Zelfs deze onzinnige wraking wordt netjes behandeld en keurig gemotiveerd afgewezen. De rechtstaat is daarmee zeer geholpen. De populisten beseffen niet dat ze met vuur spelen.

Fred Hammerstein was tot 2016 raadsheer in de Hoge Raad. Dit is een gastbijdrage aan de Togacolumn, die wordt geschreven door een advocaat, een officier of een rechter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.