Veel theatergezelschappen in zwaar weer na wegvallen subsidie

Kunstsubsidies Tientallen instellingen raken vanaf 2021 hun meerjarige subsidie van het Fonds Podiumkunsten kwijt. Voor veel gezelschappen dreigt daarmee hun voortbestaan in gevaar te komen.

Mimetheatergroep Bambie krijgt na acht jaar afwezigheid opnieuw subsidie van het Fonds Podiumkunsten.
Mimetheatergroep Bambie krijgt na acht jaar afwezigheid opnieuw subsidie van het Fonds Podiumkunsten. Foto Roger Cremers

Wel een positieve beoordeling van de artistieke plannen voor de komende vier jaar, maar toch geen toekenning van de gevraagde subsidie. Dat slechte nieuws kwam maandag voor onder meer de theatergroepen Maatschappij Discordia, Dood Paard en Suburbia en muziekgezelschappen als de Instant Composers Pool, De Ereprijs en Pynarello.

Lees ook: Theatergezelschap Dood Paard verdwijnt door subsidiestop

Maandagochtend maakte het Fonds Podiumkunsten (FPK) bekend hoe de vierjarige subsidiëring van muziek- en theatergezelschappen er vanaf 2021 uit gaat zien. Het beschikbare budget van 21 miljoen euro per jaar werd ruim twee keer overvraagd. Tientallen instellingen raken hun subsidie kwijt. Onder de afvallers zitten gevestigde namen, zoals Orkater, de Amsterdam Klezmer Band, het Jazz Orchestra of the Concertgebouw en De Kift.

Samen met het advies van de Raad voor Cultuur over de verdeling van de Basisinfrastructuur in het aankomende Kunstenplan (2021-2024), dat in juni uitkwam, geeft deze beoordeling van het FPK een belangrijke indruk van hoe het gesubsidieerde culturele veld er de komende vier jaar uit gaat zien.

Lees ook het interview met de voorzitter van de Raad voor Cultuur, Marijke van Hees

Dat beeld is niet rooskleurig. De door de coronacrisis toch al ernstig getroffen podiumkunstensector dreigt diverse bekende gezelschappen te verliezen. Van de 202 producerende instellingen die subsidie aanvroegen, werden in totaal 149 aanvragen positief beoordeeld. Slechts een krappe meerderheid daarvan (78 instellingen) krijgt het gevraagde bedrag ook daadwerkelijk.

Onder de 78 gehonoreerde instellingen zitten 33 nieuwkomers, zoals het Amsterdams Andalusisch Orkest, theatermaker Eva Line de Boer (Stichting Euphoria), dansmaker Jasper van Luijk (Shifft) en ROSE stories, dat het afgelopen jaar succes oogstte met de voorstelling Melk & Dadels. Ook was er heuglijk nieuws voor mimetheatergroep Bambie, dat na acht jaar afwezigheid volgend jaar opnieuw in de meerjarige regeling wordt opgenomen. Vermelding verdient ook de redding van kamerkoor Cappella Amsterdam, dat de vorige periode buiten de boot viel, en vier jaar overbrugde zonder rijkssubsidie.

Een van de gezelschappen die ondanks een positieve beoordeling geen geld krijgt, is theatergezelschap Vis à Vis uit Almere. Volgens woordvoerder Mascha Selhorst is het rapport maandagochtend „met verbazing” gelezen. „We worden heel positief beoordeeld, als een zeer interessante toevoeging aan het podiumkunstenlandschap, met een uitgesproken signatuur. Dat kunnen we slecht rijmen met deze uitkomst. Het voelt heel tegenstrijdig.”

De toekomst van het gezelschap is daarmee uiterst onzeker. „We gaan nu onderzoeken of we nog andere wegen kunnen bewandelen”, zegt Selhorst. „En lobbyen in Den Haag, dat is nu belangrijk.”

Ook Jan Joris Lamers van Maatschappij Discordia maakt zich zorgen over de toekomst. „We hebben bij Discordia wel vaker zonder subsidie gewerkt, maar het is de vraag of we dat nog een keer aankunnen.”

Festivals

Het budget voor subsidiëring van festivals gewijd aan podiumkunsten is ten opzichte van vier jaar geleden aanzienlijk gestegen. Dit komt doordat de Tweede Kamer op 2 juli een motie heeft aangenomen om festival Eurosonic Noorderslag alsnog op te nemen in de basisinfrastructuur. De ruim 6 miljoen euro die nu beschikbaar is voor het meerjarig ondersteunen van festivals wordt verdeeld onder 58 aanvragers in heel Nederland. Alle positief beoordeelde festivals kunnen de komende vier jaar rekenen op subsidie. Nieuwkomers zijn onder meer metalfestival Roadburn in Tilburg en het Drentse FestiValderAa.

Opvallende overeenkomsten tussen de gehonoreerde makers zijn interdisciplinariteit en maatschappelijk engagement, schrijft Henriëtte Post, directeur van het FPK, in haar inleiding op de besluiten. „Makers zijn naar buiten gericht en laten zich meer inspireren door wat er dagelijks om hen heen gebeurt dan door een bepaalde kunstvorm.”

Tegelijkertijd spreekt ze van „een bittere pil” voor veel theatermakers en instellingen. Het fonds werd voor de aankomende periode behoorlijk gekort op het budget. Aanzienlijk minder instellingen kunnen daardoor de komende vier jaar rekenen op structurele subsidie: 78 gezelschappen en makers, tegenover 111 nu.

Post reflecteert uitvoerig op de maatschappelijke aandacht voor racisme, onder meer naar aanleiding van de dood van George Floyd. „Het thema speelt natuurlijk al veel langer, maar er lijkt nu daadwerkelijk momentum voor een fundamentele ‘reset’”, schrijft ze. Het fonds constateert „een luide roep om een cultuursector die de veelkleurige samenstelling van de bevolking beter weerspiegelt” en hoopt via haar besluitvorming bij te dragen aan „een evenwichtige representatie” van de samenleving in de sector. In de beoordelingscommissies van het fonds zit nu altijd meer dan één lid met een andere culturele achtergrond.