SP’er Frank Futselaar: ‘Ze kunnen beter een ander op mijn plek zetten’

Weg van het Binnenhof SP’er Frank Futselaar zit pas drie jaar in de Kamer, maar merkte algauw de mindere kanten ervan. Nog voor hij terugkeert naar het onderwijs hoopt hij de afschaffing van het leenstelsel te bespoedigen.

Frank Futselaar voert voor SP onder meer het woord over het stikstofbeleid.
Frank Futselaar voert voor SP onder meer het woord over het stikstofbeleid. Foto Remko de Waal

Het is niet dat hij het Kamerlidmaatschap verschrikkelijk vindt. „Denk niet dat ik hier diep ongelukkig zit te wezen.” Toch was hij nog geen drie jaar Tweede Kamerlid voor de SP, toen Frank Futselaar (41) in februari al bekendmaakte dat hij na de verkiezingen niet terugkeert. Hij gaat weer het onderwijs in.

Futselaar ontvangt zijn bezoek in zijn werkkamer in Den Haag, een vertrek van hooguit acht vierkante meter. Er passen precies een bureau, een kast en een tafel met twee stoelen in. „Wie bij de werkkamer van een Kamerlid marmer verwacht, die moet ik teleurstellen”, zegt de geboren Groninger monter. Hij wijst naar het raam. Het uitzicht – de zijkant van de Ridderzaal – maakt alles goed.

Het was nooit zijn doel om de Tweede Kamer in te gaan, vertelt Futselaar. Wie zijn cv bekijkt, ziet dat het wel een logische vervolgstap was. Eerder werkte hij als medewerker voor de SP in Brussel en hij was jarenlang gemeenteraadslid in Zwolle en lid van de Provinciale Staten in Overijssel. „Mij werd toen gevraagd: wil je eens komen praten? Dat ik op een behoorlijk verkiesbare plek kwam [nummer 11 op de kandidatenlijst], was een verrassing. En heel eervol. Ik vond dat ik geen ‘nee’ kon zeggen.”

Eenmaal in Den Haag ontdekte hij de minder leuke kanten van het Kamerlidmaatschap. „Ik heb het idee dat ik naast het politieke werk voortdurend bezig zou moeten zijn om mezelf te verkopen aan de media. Ik heb helemaal geen zin in die dingen!” Aan de andere kant snapt hij wel dat het zo werkt. „Je zit hier als politicus niet alleen om het goede te doen, je partij moet ook herkozen worden.” Kortom: „Ik denk dat ze beter een ander op mijn plek kunnen zetten. Bovendien verlang ik terug naar het onderwijs.”

Ineens een landelijke crisis

‘Het onderwijs’ – dat is Hogeschool Saxion in Enschede, waar Futselaar zes jaar lang docent „politiek en humor” was bij de opleiding media, informatie en communicatie. Hij is er altijd in dienst gebleven, hij was met ‘politiek verlof’. „In mijn afwezigheid is de naam van de opleiding veranderd, tegenwoordig heet het creative business. Ik heb daar geen waardeoordeel over, want ik moet weer terug.” Hij schatert.

En toch, wie Frank Futselaar in actie ziet in de Kamer, zou zomaar vermoeden dat hij er wel lol in heeft. Hij is een vrij sterke debater, altijd met een kwinkslag („Ik denk dat ik een relatief grappig Kamerlid ben. Nou geef ik toe dat je dat al snel bent.”). Én hij heeft een belangrijke portefeuille: hij voert onder andere het woord over de stikstofproblematiek. Voor de coronacrisis draaide op het Binnenhof vrijwel alles om dat probleemdossier. „Plotseling stond ik met Rutte te debatteren”, zegt Futselaar. „Als commissie hadden we het natuurlijk al veel langer over stikstof, maar altijd in obscure landbouwoverleggen die buiten de agrarische pers niemand interessant vond. Ineens werd het een landelijke crisis.”

Natuurlijk ging ook hij zijn naam googelen, met al die media-aandacht voor ‘zijn’ dossier, zegt hij. „Ik wil mezelf niet afschilderen als iemand die daarboven staat. Je gaat toch kijken: hoe schrijven ze erover? Welke media citeren jou? En welke niet? Waarom niet? Misschien toch eens koffie drinken met die journalist? Maar nogmaals: ik vind het niet leuk en ik ben er niet zo goed in.”

Foto’s Bart Maat en Remko de Waal

Inhoudelijk is het stikstofdossier vooral frustrerend, zegt Futselaar. „We zijn nu meer dan een jaar bezig en er is nog bijna niets gebeurd. Heel wonderlijk.” Het kabinet-Rutte III is zo verdeeld dat ze het stikstofprobleem niet kúnnen oplossen, zegt de SP’er. „Het lukt ze gewoon niet om een richting op te gaan – zelfs niet de verkeerde richting. Het is een politieke houdgreep. Niet de politiek op z’n mooist. Ze tillen het gewoon over de verkiezingen heen.”

Veruit de meeste energie heeft hij gestoken in het stikstofdeel van zijn portefeuille. Maar vraag Frank Futselaar wat hij als Kamerlid het allerliefst nog zou bereiken en hij hoeft geen seconde na te denken: „Het leenstelsel afschaffen.” Als docent en tevens studiebegeleider heeft hij de gevolgen van het nieuwe stelsel gezien. „Ik merkte gewoon dat studenten anders gingen denken. De financiële druk is groter. Ze worden angstiger, willen meer op safe spelen.”

Het leenstelsel zal niet meer voor de verkiezingen worden afgeschaft, beseft Futselaar, al is hij blij dat bijna alle partijen er inmiddels afstand van nemen. Hij werkt aan een initiatiefwet die ervoor moet zorgen dat alle voorbereidingen worden getroffen om weer een beurzenstelsel in te voeren. „Ik wil zorgen dat juridisch alles klaarstaat, zodat áls het besluit wordt genomen, het ook heel snel kan. Dat studenten dan niet onnodig langer moeten wachten.” Ook vindt Futselaar dat de studenten die de afgelopen jaren fors hebben moeten lenen voor hun studie, een compensatie moeten krijgen. „Anders zijn ze wel heel erg de dupe.”

Het meest van zijn terugkeer naar de hogeschool verheugt hij zich op de hoorcolleges. Honderd, honderdvijftig studenten in een zaal. En dan mag hij anderhalf uur „ononderbroken oreren”. Hij hoopt maar dat de coronabeperkingen in april zijn opgeheven en colleges weer mogelijk zijn.