Reportage

Rockband steelt op de camping de show tussen wipkip en glijbaan

Campingtour Om toch te kunnen optreden, trekt het Nederlandse rocktrio Paceshifters langs campings van Bloemendaal tot Vlieland. „Ik denk niet dat we hiermee miljonair worden.”

De rockband ‘Paceshifters’ spelen op camping ’t Weergors tijdens hun campingtour. Met v.l.n.r. Seb Dokman, Jesper Albers en Paul Dokman.
De rockband ‘Paceshifters’ spelen op camping ’t Weergors tijdens hun campingtour. Met v.l.n.r. Seb Dokman, Jesper Albers en Paul Dokman. Dieuwertje Bravenboer

Met een schuine blik kijkt het feluitgedoste, tweekoppige animatieteam van camping ’t Weergors naar drie indringers die opeens alle aandacht opeisen. Daar, onder het golfplaten afdak, tussen de oude boerenwagen, twee wipkippen en een glijbaan van een lachende koe zit opeens een rockband zomaar de show te stelen.

Het is Paceshifters, gerespecteerd grungetrio uit het verre Wijhe, Overijssel, dat hier in Hellevoetsluis is neergestreken en alle badgasten trakteert op elf fonkelende rocksongs.

Nu de muziekindustrie in noodtoestand verkeert, alle festivals zijn afgelast en er in popzalen nog maar heel weinig mag, worden bands creatief. Het achterliggende idee: als het publiek niet naar de ons kan komen, komen wij wel naar hen toe.

Zo begon Paceshifters dit weekend aan hun allereerste campingtour. De band mag dan het afgelopen decennium al heel wat Europese clubs en festivals hebben platgespeeld, nu trekken ze in negen etappes langs polders, bossen en duingebieden, van Bloemendaal tot Vlieland. In coronatijden blijken campings opeens extra voordelig: in de buitenlucht kunnen veel meer mensen komen kijken dan in een zaal – zolang ze maar anderhalve meter afstand houden.

Akoestische set

Geniaal idee, geeft bassist Paul Dokman toe. „Maar eigenlijk heeft mijn vriendin Irene het bedacht. Toen alles werd afgelast, zei ze: straks wordt het heel druk op alle campings. Waarom gaan jullie daar niet spelen?” Drummer Jesper Albers, stomverbaasd: „Wat? Ik dacht dat jij het verzonnen had!”

Vrijdag startte de tournee in het Zuid-Hollandse Hazerswoude-Rijndijk. Het eerste etmaal camping-life blijkt er al behoorlijk te hebben ingehakt. „Ik ben brak”, zucht Jesper. „Ik kan veel slechter tegen drank dan de rest.” Paul steekt zijn linkerhand op, waarvan de blauwe middel- en ringvinger flink zijn opgezwollen. „Bij een potje voetbal ging iemand er bovenop staan.” Spelen gaat gelukkig nog, concludeert hij even later tijdens de soundcheck, omringd door huppelende kinderen die hun handen op hun oren duwen. „Niks aan het handje!”

De band – in korte broeken en op slippers – speelt beduidend zachter dan normaal. In de akoestische set ontbreken Seb Dokmans gebruikelijke scheurgitaren en raspende uithalen. Jesper – normaal gesproken een tamelijk woeste houthakker – drumt nu beheerst met kwastjes. Alleen in ‘Nothing You Can Do’ laat Seb zijn kampvuurgitaar nog even ouderwets janken, na een uitgebreide waarschuwing: „Zijn jullie klaar voor een echte rocksolo? Komt-ie!”

Campinggasten van camping ’t Weergors luisteren naar de Paceshifters.

Dieuwertje Bravenboer

Alle generaties

Extra uitdaging: hij heeft zijn Australische herder Mowgli meegenomen. „Die kan niet tegen applaus”, verontschuldigt hij zich als de hond na het openingsnummer ‘Draw a Blank’ begint te blaffen en huilen. „Als jullie klappen, wordt-ie helemaal gek. Het is zijn eerste tournee.” „En zijn laatste!”, roept een toeschouwer terug. Het publiek lacht. Mowgli blijft blaffen.

„De muziek leek me eerst nogal hard”, bekent campingeigenaar Arda Riedijk. Maar op uitdrukkelijk aanraden van een vriendin benaderde ze de band toch voor een optreden. „Toen ze een filmpje terugstuurden met akoestische nummers zag ik het helemaal zitten.”

De zachte aanpak (én de cover van Eagles-evergreen ‘Take It Easy’) werkt. Tijdens de set komen alle generaties nieuwsgierig voorbijgerold: kinderen op hoverboards of in enorme skelters, opa’s en oma’s in scootmobielen of sjokkend achter rollators. Omdat de band vlak naast de enige ingang naar waterspeelplaats zit spelen, stuiven er voortdurend gillende kleuters langs.

Helemaal achteraan op het terras van bistro ’t Karrewiel nestelen zich dan weliswaar de stamgasten die hier sowieso zouden zitten (en nu de aanbieding ‘vijf euro entree inclusief angus-burger’ niet konden weerstaan), maar hoe verder naar voren, hoe trouwer de aanhang. „Dit is een geweldige band”, jubelt de 56-jarige Vladimir Gabriel uit het Tsjechische stadje Chrudim, die aan de voorste picknicktafel zijn zoveelste halve liter wegtikt. „Het is de vijftiende keer”, zegt hij. Morgen rijdt hij weer naar huis, 1.100 kilometer.

De leden van Paceshifters op camping ’t Weergors tijdens hun campingtour.

Dieuwertje Bravenboer

Nieuwe plaat

Verderop zit Nick Dokman, die samen met zijn maat Glenn Mosterd de band van zijn jongere broertjes achterna racet, op de fiets. „We hadden vandaag volle bak tegenwind”, hijgt hij. „Een mooi lokaal rondje, dachten we, toen de eerste vier campings bij ons in de buurt waren vastgelegd. Maar toen werden het er negen door het hele land. Nu moeten we 850 kilometer fietsen.”

Na de show storten fans zich op de speciale campingmerchandise. Vooral de emaillen koffiemokken (opschrift: ‘Bakkie’) „gaan heel hard”, zegt Jesper. „De helft is al weg!” „Ik denk niet dat we hiermee miljonair worden”, relativeert Paul. Zelf werkt hij in de bouw, Seb en Jesper geven gitaar- en drumlessen om rond te komen. „We hebben net een nieuwe plaat opgenomen, Brand New Plan, die we zelf hebben betaald. Dat hadden we met festivals willen terugverdienen.”

Hij wijst naar de bandbus, die behalve met instrumenten ook is gevuld met hengels en schepnetten. „Alles wat we niet aan benzine hoeven te betalen is meegenomen. Een gratis vakantie is ook prima.”