Ondanks waarschuwingen kwam redding voor vissen Oostvaardersplassen te laat

Flevoland Beleid om het waterpeil te verlagen en twee hete zomers zorgden voor vissensterfte in de Oostvaardersplassen. Een reddingsplan kwam niet op tijd, blijkt uit Wob-documenten.
Een luchtfoto van de Oostvaardersplassen.
Een luchtfoto van de Oostvaardersplassen. Foto Frank Maters/ANP

Het provinciebestuur, waterschap en Staatsbosbeheer zijn er niet in geslaagd 60.000 vissen te redden in de Oostvaardersplassen, terwijl er wel al voor naderende problemen was gewaarschuwd. Uit stukken die Omroep Flevoland via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) boven tafel kreeg, blijkt dat er plannen waren om de dood van de dieren te voorkomen, maar die niet werden uitgevoerd tot het te laat was.

De provincie Flevoland voerde sinds oktober 2018 een zogenoemde ‘moeras-reset’ uit in de Oostvaardersplassen. Dat beleid moest het waterpeil in de plassen omlaagbrengen, om zo te zorgen voor meer riet voor vogels. De duizenden karpers in de plassen zouden in het najaar van 2019 overgebracht worden naar het Markermeer. Door de warme zomers van 2018 en 2019, in het bijzonder het laatste weekend van juli, zakte het waterpeil sneller dan verwacht. Daardoor ontstond er een zuurstof- en voedseltekort in het water, met de dood van 60.000 vissen tot gevolg.

Hoewel de provincie in juli vorig jaar de eerste tekenen van vissensterfte ontving van verschillende experts en onderzoekbureaus, kwam een oplossing voor het redden van de dieren weken te laat vanwege langlopend intern overleg, regelgeving en vergunningsaanvragen. Dat concludeert Omroep Flevoland op basis van de openbaar gemaakte documenten. Met dit reddingsplan zou de provincie water uit de Markerplassen naar de Oostvaardersplassen overbrengen, wat zo’n 120.000 euro zou hebben gekost.

Wanbeleid

Begin augustus concludeerde adviesbureau AT-KB dat er door het warme weekend eind juli slechts honderden vissen nog in leven waren. „Het lijkt niet zinvol op korte en lange termijn veel inspanning te zetten op het redden van deze resterende vissen”, aldus het bureau. Daarop besloot de provincie het reddingsplan af te blazen.

Eind vorig jaar beschuldigde de Flevolandse Partij voor de Dieren de Gedeputeerde Staten dat de vissensterfte te wijten was aan wanbeleid. Omdat de provincie gewaarschuwd was voor een sneller dalend waterpeil bij perioden van warmte, had de provincie de vissen moeten weghalen. De gedeputeerden stelden destijds dat de sterfte een natuurlijk fenomeen betrof, en niet het gevolg was van wanbeleid.