Reportage

Nog meer windparken op het IJsselmeer, wat betekent dat voor de vogels?

Groene stroom Om de CO2-uitstoot terug te dringen zijn er plannen voor meer windmolens op het IJsselmeer. De Vogelbescherming vreest voor de lokale vogels. „Groene stroom die ten koste gaat van natuur is wat ons betreft niet groen.”

De komende jaren komen er in het IJsselmeer twee windparken bij: Windpark Fryslân (89 turbines) en Windplan Blauw (61 turbines). Én er zijn nieuwe plannen voor nog meer windturbines.
De komende jaren komen er in het IJsselmeer twee windparken bij: Windpark Fryslân (89 turbines) en Windplan Blauw (61 turbines). Én er zijn nieuwe plannen voor nog meer windturbines. Foto Sake Elzinga

Witte zeilbootjes slalommen op het IJsselmeer tussen witte reuzen van bijna honderd meter hoog. Vanaf de dijk bij het dorp Creil bekijken Vogelbescherming-medewerkers Jonna van Ulzen en Ruud van Beusekom het tafereel, als een moderne Don Quichot en Sancho Panza – met het verschil dat ze wél weten dat deze reuzen in werkelijkheid windmolens zijn. De noordenwind zwelt aan, de rotorbladen draaien. Drie lange linten van windmolens zoomlijnen de IJsselmeerkust, twee rijen in het water, één op het land. De molens zijn onderdeel van Windpark Noordoostpolder. In 2017 is de bouw ervan voltooid.

De komende jaren krijgt het windpark gezelschap van twee andere windparken in het IJsselmeer: Windpark Fryslân (89 turbines) en Windplan Blauw (61 turbines). En dit voorjaar zijn plannen gemaakt voor nog meer windturbines op het IJsselmeer. De dertig energieregio’s in Nederland moeten elk in een eigen Regionale Energiestrategie – de RES – vastleggen hoe ze de komende tien jaar voor extra CO2-reductie zorgen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de Nederlandse CO2-uitstoot in 2030 nog maar de helft zal bedragen van die in 1990, en daartoe moeten de energieregio’s onderzoeken hoe en waar duurzame elektriciteit opgewekt kan worden. Ook het IJsselmeer zou een mogelijke locatie kunnen zijn – zo overweegt de RES Noord-Holland Noord 38 turbines en 310 hectare aan zonnepanelen in het IJsselmeergebied te plaatsen. Andere aan het IJsselmeer grenzende energieregio’s zijn minder uitgesproken. Zo geeft RES Flevoland aan dat er ‘meer inzicht, onderzoek en draagvlak’ nodig is voor er een besluit over het onderwerp wordt genomen.

Windmolens in het IJsselmeer zijn goedkoper te exploiteren dan op de Noordzee, en het waait er vaak harder dan boven land. Maar protest is er ook. Uit vrees dat witte wieken boven het IJsselmeer, het Markermeer en de Randmeren steeds meer gaan domineren, schreef Vogelbescherming Nederland samen met Natuurmonumenten, It Fryske Gea, Het Flevo-landschap, Landschap Noord-Holland en Sportvisserij Nederland (verenigd in de Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk) in juni een brandbrief. Daarin pleitten ze voor het zoeken naar alternatieven, want ze maken zich zorgen over de invloed van zonne- en windenergie op het landschap – ze vrezen voor een ‘hek’ van windmolens rond het IJsselmeer – en op de natuur, in het bijzonder op vogels.

Foto Sake Elzinga

Barrière op de trekroute

Vlak voor ons langs scheren twee jonge boerenzwaluwen. Juist deze overgang tussen land en water is een belangrijk rust- en foerageergebied voor tal van vogelsoorten, zegt Van Beusekom van de Vogelbescherming. Ook gebruiken veel zangvogels en roofvogels de randzone van het IJsselmeer als trekroute. Maar juist in die randzone zijn de meeste windmolenparken gepland.

Naast habitatverlies en het ontstaan van barrières op de trekroute kleeft er nog een ecologisch nadeel aan de windparken, zegt Van Ulzen, terwijl we een van de binnendijkse windmolens passeren. Om de paar seconden trekt er een wiekenschaduw over haar gezicht. „Een vogel die tegen de ronddraaiende rotorbladen botst is ten dode opgeschreven.” Van Beusekom: „Snelvliegende vogels als eenden en ganzen vliegen algauw zeventig tot tachtig kilometer per uur met windje mee. Dan kun je moeilijk uitwijken voor die wieken, zeker ’s nachts.” Sommige soorten, zoals de kleine mantelmeeuw, vliegen vaak op rotorhoogte, wat hen extra gevoelig maakt. Van Ulzen: „De tijd van het jaar speelt eveneens mee. Nachten met piekmigratie, waarop veel vogels op trek zijn, kunnen ook riskant zijn. Bij mooi weer vliegen vogels over de molens heen, maar als het weer omslaat gaan ze opeens massaal naar beneden en komen ze in de wieken terecht.”

In Spanje gaat de vale gier in aantal achteruit op plaatsen met veel windmolens

In 2018 oordeelde de Raad van State nog dat Windpark Fryslân mocht worden aangelegd omdat er voldoende onderzoek zou zijn gedaan naar het effect van de windturbines op de natuur. ‘Voldoende’ lijkt daarin een rekbaar begrip: er zijn nog veel onduidelijkheden over de gevolgen voor de natuur. Zo is onbekend hoeveel vogels door windmolens omkomen – zeker in het IJsselmeer of op zee, waar de dode exemplaren kopje onder gaan. Op het land worden dode vogels soms weggehaald door katten en vossen voordat ze geteld zijn, en daardoor lijkt het sterftecijfer lager. Nederland hanteert een norm van 1 procent extra sterfte per jaar door windturbines. Uit recent onderzoek van Wageningen Universiteit blijkt dat de huidige grenswaarden voor aanvaardbare vogelsterfte door windturbines grote langetermijneffecten hebben. Het aantal vogels van een soort kan in tien jaar tijd soms met ruim driekwart afnemen. Van Beusekom: „In 2018 kwam in Flevoland een zeearend om het leven door een botsing met een windmolenwiek. Zeearenden krijgen één of twee jongen per jaar. Als een paar daarvan tegen een windmolen aanvliegen, dan heeft dat algauw grote invloed op de populatie.” Ook uit buitenlands onderzoek blijkt de nadelige invloed van windmolens op vogels: zo gaat in Spanje de vale gier in aantal achteruit op plaatsen met veel windmolens.

‘Toestand is zorgelijk’

Een mogelijke oplossing zou zijn om windmolens tijdelijk uit te schakelen tijdens de vogeltrek, zegt Judy Shamoun-Baranes, hoogleraar ecologie aan de Universiteit van Amsterdam. In samenwerking met Rijkswaterstaat kijkt ze met collega’s hoofdzakelijk naar windenergie op zee. „We gebruiken radarbeelden om de aantallen trekvogels te monitoren en willen zo betrouwbare voorspellingen leveren: over 48 uur verwachten we hier piekmigratie. Dan kunnen de windmolens tijdelijk worden uitgezet.”

Juist in een toch al versnipperd landschap kunnen windmolens negatieve gevolgen hebben, zegt ze. „Zo’n windpark zal op zichzelf niet het einde van de vogels betekenen. Maar als je alles optelt – landgebruik, gifstoffen, het verdwijnen van broedgebieden, de achteruitgang van insecten – dan is de toestand zorgelijk.”

Van Beusekom van Vogelbescherming pakt zijn verrekijker. „Kokmeeuw. Pontische meeuw. Visdief. Allemaal soorten die hier in Flevoland broeden.” Op een paaltje droogt een aalscholver zijn vleugel. „Die zoekt voedsel in het IJsselmeer.”

Odile Rasch, programmamanager RES Noord-Holland Noord, benadrukt dat de plannen nog lang niet definitief zijn, en dat er op basis van de concept-RES veel reacties zijn binnengekomen. Zo stond eind juni in lokale media dat het college van Medemblik geen extra windmolens in de gemeente wil plaatsen, maar wel nadenkt over zonnepanelen op land en op het water. Rasch: „Het zoekgebied waarbinnen we naar een locatie zoeken voor de windmolens en zonnepanelen is bewust groot ingetekend omdat we veel belangen moeten meewegen: die van de vogels, ruimtelijke impact, vaarroutes, visserij en recreatie.”

Foto Sake Elzinga

Logische keuze

Sovon Vogelonderzoek Nederland ontwikkelt nu in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een kaart, waarop wordt aangegeven waar windmolens kunnen staan zonder voor sterke verstoring te zorgen. Odile Rasch noemt zulke kaarten „goede bronnen” voor verder onderzoek.

Van Ulzen van de Vogelbescherming, fel: „Wij zijn niet tegen windenergie. Ik wil mijn laptop kunnen opladen in het stopcontact, én ik wil tegelijkertijd niet dat de poolkappen smelten. Dus dan is duurzame energie een logische keuze. Alleen is het zo zonde dat oplossingen voor de klimaatcrisis soms lijnrecht indruisen tegen oplossingen voor de biodiversiteitscrisis.” Een deel van het probleem ligt volgens haar bij de regionale aanpak van de energiestrategieën. „Het ontbreekt aan regie van bovenaf.”

Jop Fackeldey van de energieregio Flevoland is het daar niet mee eens. „Juist als je een regio goed kent kun je veel beter tot een afgewogen oordeel komen. De RES is in die zin juist een reactie op het eerdere landelijke energieakkoord, waarbij windmolens werden verdeeld over Nederland, zonder regionale input.” Veel omwonenden kwamen daartegen in verzet. In Groningen en Drenthe kwam het zelfs tot gewelddadige acties.

Een oplossing zou kunnen liggen in een slimme combinatie van landschapsfuncties, zegt Van Ulzen. „Bijvoorbeeld door windmolenparken te combineren met zonnepanelen. Dat zorgt voor een stabiel energienet – als de zon niet schijnt, waait het vaak, en vice versa – en voorkomt bovendien dat er een te groot areaal volgebouwd raakt met ofwel windparken ofwel zonneparken.” Turend over het water: „We zijn absoluut voor groene stroom. Maar stroom die ten koste gaat van de natuur is wat ons betreft niet groen.”

Foto Sake Elzinga