Opinie

Cultuurstrijd in Polen over de rug van lhbt’ers

Istanbulconventie

Commentaar

Een campagneposter voor de Europese verkiezingen in 2019 van de conservatief-nationalistische regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) windt er geen doekjes om: een gezin – man, vrouw, zoon, dochter – staat onder een paraplu met het PiS-partijlogo, waar ze schuilen tegen neerdalende regenboogkleuren. Het traditionele gezin, is de boodschap, wordt belaagd en heeft bescherming nodig.

In Polen gelden lhbt-rechten als een ‘ideologie’ die geweerd moet worden. De in juli herkozen president Andrzej Duda noemde in juni „lhbt-ideologie erger dan het communisme”. In een toenemend aantal plaatsen worden ‘lhbt-vrije zones’ uitgeroepen. De ‘ideologie’ zou door West-Europese landen worden opgedrongen en het traditionele gezin ondermijnen. Aan de minderheidsrechten waar Europa pal voor staat heeft de meerderheid in Polen geen boodschap, heet het.

Vorige week kondigde de minister van justitie, Zbigniew Ziobro, een nieuwe stap aan om erkenning van lhbt’ers verder onmogelijk te maken. Ziobro zei afstand te willen doen van de in 2015 door de Poolse regering geratificeerde Istanbulconventie – een verdrag van de Raad van Europa waarmee de ondertekenaars zich committeren aan maatregelen tegen geweld tegen vrouwen. Zo bepleit het verdrag opvangplaatsen voor slachtoffers van huiselijk geweld en een verbod op gedwongen abortus.

Bovendien stelt het verdrag dat geweld tegen vrouwen voortvloeit uit historisch ongelijke machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen, en dat stereotype genderrollen die stammen uit tijden dat vrouwen inferieur werden geacht, bevraagd moeten worden. Vandaar ook dat het verdrag gender definieert als ‘maatschappelijk bepaalde rollen, gedragingen, activiteiten en eigenschappen die in een maatschappij passend worden geacht voor vrouwen en mannen’ - een gangbare definitie van gender, dat niet synoniem is voor geslacht.

De passages over gender zijn steen des aanstoots. Ziobro noemde het verdrag eerder een „feministische uitvinding om homo-ideologie te rechtvaardigen”. In het verdrag wordt met geen woord gerept over de rechten van lhbti’ers , maar de gedachte lijkt te zijn dat emancipatie van vrouwen het traditionele gezin aan het wankelen brengt, en daarmee de deur openzet naar minder katholieke relaties of gezinssamenstellingen. Ook in andere landen werd het verdrag omgeven door desinformatie en verdraaid door complottheoretici: volgens Bulgaarse exegeten ging het erom een „derde sekse te legaliseren” en „homohuwelijken af te dwingen”.

Het plan van Ziobro markeert de cultuurstrijd in Polen zelf, waar de progressieve presidentskandidaat en burgemeester van Warschau Rafal Trzaskowski nipt verloor, en die binnen de EU, waar enkele nieuwe lidstaten een populistisch-conservatieve koers inslaan en Brussel ‘imperialisme’ verwijten als het met ‘universalistische waarden’ schermt. In dat licht lijkt deratificatie een populistische zet om de achterban tevreden te stellen en EU-bondgenoten te provoceren. Het verdrag tegen geweld tegen vrouwen, geframed als een Trojaans paard voor lhbt-rechten, wordt daarmee gereduceerd tot een politiek symbool. Dat het verdrag tegen huiselijk en seksueel geweld daarbij sneuvelt is kennelijk van ondergeschikt belang.

Ziobro kwam een week na de Europese top over het coronaherstelfonds met zijn voornemen. Daar werd op het laatste moment de ‘rechtsstaattoets’ afgezwakt, waarmee de Europese Commissie lidstaten die de rechtsstaat ondermijnen, hadden kunnen korten. Het is genoegzaam bekend dat rechten van minderheden het eerste worden geofferd in onzekere tijden. Maar de tijden worden nog veel onzekerder als mensenrechten in de EU als een bijzaak worden beschouwd.

Correctie (3 augustus 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond ten onrechte dat president Duda campagne voerde met bovengenoemde poster. De poster was onderdeel van de PiS-campagne voor de verkiezingen van het Europees Parlement in 2019.