Opinie

Als ik oud word neem ik een hofjeswoning

Marjoleine de Vos

‘Als ik oud word neem ik blonde krullen/ [...] en ik ga zeker ook niet stinken uit mijn mond” schreef Judith Herzberg in een vrolijk gedicht dat ‘Een kinderspiegel’ heet. Vrolijke rimpels, niet van die chagrijnige lijnen, een hele lieve man ( „die tamelijk beroemd is”) , de toekomst zag er prima uit. Het is een grappig gedicht en ook wel een beetje schrijnend omdat we allemaal weten dat we het niet voor het kiezen hebben. De ouderdom komt met zorgelijke rimpels, neemt je lieve man weg, bergt je op in een kamer of een flat waar je de hele dag alleen zit en het niemand kan schelen of je wel of geen krullen hebt want het contact met de wereld is afgelopen.

Overdrijf toch niet zo. Nee. Maar als ik iets zou mogen wensen voor de ouderdom, nu ik geen kind meer ben maar ook nog niet echt oud, zou ik wensen: niet eenzaam worden. En dan bedoel ik niet dat er elke dag een clown voor mijn raam liedjes uit de oude doos ten gehore moet komen brengen, of dat een goedwillende zorgmedewerker op een toon alsof ik niet goed snik ben vraagt of ik de pannenkoek lekker vond, of erger nog, me zegt dát ik de pannenkoek lekker vond („Dat is lekker hè, lekker zoet.”) Ik bedoel zoiets als leven om je heen. Een uitzicht niet op een verlaten plantsoen – want bejaardenwoningen in het groen – maar idealiter aan de voorkant zicht op een enigszins levendig plein of hof en aan de achterkant een tuintje. Met zon en vogeltjes erin. Dan ga ik met een beverige stem op een ochtend in maart de fenolijn opbellen om te vertellen dat ik vanochtend heb gezien dat de koolmeesjes de nestkastjes inspecteerden, zo vroeg in het voorjaar!

Nu ja, gewoon: onderdeel van het leven zijn zonder bezig gehouden te moeten worden met bingo. Niet in een toestand geraken waarin ik zal gaan denken dat het fijn is dat ik dood mag. D66, ‘het redelijk alternatief’, met zijn hardnekkige doodsreguleringswens blijft iets moeilijks. Stephan Sanders schreef er al eens een goed stuk over in De Groene: „Inderdaad: een ‘redelijk alternatief’, maar een alternatief voor wat? Toch niet voor het leven?”

Al die maanden lockdown, om de oudere en kwetsbare mens te beschermen, en wat hebben we gedaan? Ouderen nog verder de eenzaamheid in gedreven, ze alle levensvreugde ontnomen, en nu begint D66 meteen weer te praten over dan maar dood mogen gaan. Hoe bizar kan het worden.

Snel weer terug naar de andere kant. Wat wíl je dan?

Floris Alkemade, de afscheid nemende rijksbouwmeester, vroeg zich af: „Wat zegt het over ons dat we de vergrijzing als een probleem hebben gedefinieerd? Wat doen we aan de vereenzaming waaronder een op de tien volwassenen lijdt?” Een van zijn antwoorden was: hofjes bouwen, en binnen bestaande bebouwing kijken wat er mogelijk is.

Laatst met vrienden van rond de zeventig, bepaald levenslustige mensen, hadden we het over de leeftijdssegregatie en hoe daaraan te ontsnappen. Oude mensen hebben niet alleen wat betreft hun woonsituatie slechts de keus (voor zover het een keus is) tussen alleen zijn, of omringd worden door uitsluitend andere ouderen. Ook daarbuiten, in de concertzaal of het restaurant heerst vaak de leeftijdsscheiding, waar jonge mensen geen last van hebben, maar oudere wel. Die zien heus wel dat de nieuwsgierigheid en de levenslust, ook al voelen ze die nog wel in zichzelf, niet van hen als groep moet komen.

Het klinkt als een beetje suffe droom, hofjes bouwen. Maar soms zijn eenvoudige antwoorden de vervulling van grote wensen. Dan neem ik later als ik oud word geen eenzaamheidslijnen bij mijn mond maar een hofjeswoning.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.