Opinie

Stof als aerosolen rond de renners

Wilfried de Jong

Het liep al tegen zessen – Annemiek van Vleuten had als glorieuze winnaar bij de vrouwen het zand al lang uit haar haren gewassen – toen Wout van Aert een onverharde weg op reed. De lage zon stond recht in zijn gezicht. Naar elkaar groeiende bomen aan weerszijden vormden een tunnel van takken.

Je hoefde niet ’s ochtends in een kerk in Siena eerst een geglazuurde Madonna met de vingertoppen aangeraakt te hebben om in dit wielertafereel iets goddelijks te zien.

Van Aert verdween in het licht, wat overbleef was een weg vol stof.

In mijn mailbox zakte een vliegticket naar Italië inmiddels buiten beeld. Ik had langs de kant kunnen staan om mijn zomerpak onder te laten stoffen door de renners in de wielerklassieker Strade Bianche, een tocht door Toscaanse heuvels met 63 kilometer aan droge grintpaden.

Maar ik durfde de lucht niet in. Een verhaal van een vriend over vliegtuigen en volgepakte transitbussen die je naar de aankomsthal reden, hield me tegen. Ik was de enige niet. Langs het parcours was weliswaar publiek, maar toch niet zoveel als in voorgaande edities.

Uit de koers kreeg ik berichten van een vriendin. Ze stond langs de kant in de bloedhitte en zag de kopgroep voorbijtrekken. Van Aert, in slomo opgenomen, de rug gekromd en het vizier op de steentjes. Even later ging ze op de foto met een oude Italiaan, verkleed als wielrenner uit vervlogen tijden. Stofbril op zijn voorhoofd, binnenband om zijn nek.

Twee verhitte koppen, op een halve meter van elkaar. ‘Distanza, per favore!’

Het wielrennen verdreef corona even naar de achtergrond. Italië had als zwaar getroffen natie misschien nog het meeste recht op een zomers dagje rammen op de fiets. Helemaal zonder zorgen werd de koers niet gereden; als aerosolen net zo lang in de lucht bleven hangen als de stofdeeltjes rond de renners, gingen we nog een zware tijd tegemoet.

Inmiddels was Wout van Aert weer zichtbaar. Hij reed in zijn eentje over de laatste, oplopende grintstrook Le Tolfe. Boven op de helling draaide hij om een hoekhuis heen. Ik kijk daar ieder jaar naar uit; bij de rand van de muur van dat pand, naast de regenpijp, is het pleisterwerk al jaren afgebrokkeld. Het is een kwartiertje klussen – stucwerk met een hoektroffel – maar Italianen laten het liever zo, zoals ook de onverharde wegen niet geasfalteerd worden.

Van Aert arriveerde als eerste op de Piazza Del Campo in Siena. Hij stortte van zijn fiets en ging op de grond zitten. Zoals De Dam tijdens de laatste dodenherdenking had ik gehoopt op een volkomen leeg plein; hooguit een zwerm duiven en onder een luifel een ober in wit schort met een sigaret in zijn mond.

Er klonk gejuich, microfoons met extra lange armen schoven naar de mond van de winnaar. Daar was de eerste vraag al. De euforie na een intens gemiste wielerklassieker won het van de stilte.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.