Opinie

Pia Dijkstra’s voltooidlevenwet is onnodig

Voltooid leven Onvrede met de bestaande euthanasiewet wordt niet weggenomen met deze voltooidlevenwet, die maar een heel kleine groep bedient, schrijft .
Illustratie Getty Images

De meerderheid van de Nederlanders is niet tevreden met de bestaande euthanasiewet, zo blijkt uit verschillende onderzoeken. Veel mensen zouden de zekerheid willen hebben dat als zij in de toekomst ooit hun leven willen beëindigen, zij dat op een humane manier kunnen doen zonder dat eerst getoetst wordt of zij aan allerlei wettelijke eisen voldoen, zoals ‘ondraaglijk lijden’. Ik maak zelf wel uit of ik ondraaglijk lijd, is de gedachte. Moeten deze ontevredenen blij zijn met het ‘voltooid leven’-wetsvoorstel dat D66-Tweede Kamerlid Pia Dijkstra onlangs heeft ingediend?

Volgens Dijkstra schiet de euthanasiewet tekort. Binnen het kader van die wet kan niet tegemoet worden gekomen aan een specifieke categorie van wensen tot levensbeëindiging. Hoewel het niet in de wetstekst staat, moet het ondraaglijk lijden dat tot de doodswens leidt voortkomen uit een „medisch geclassificeerde ziekte of aandoening” zoals de Hoge Raad het in het Brongersma-arrest (2002) formuleerde. En er zou een groep hoogbejaarden bestaan die ‘hun leven voltooid achten’ ook al ontbreekt bij hen zo’n medische grondslag voor hun lijden.

Maar die groep is klein, zo bleek enkele maanden geleden uit het Perspectief-onderzoek dat onder leiding van Els van Wijngaarden en Ghislaine van Thiel is uitgevoerd. Omdat je een medische grondslag alleen in concrete gevallen kunt vaststellen, niet in een grootschalig publieksonderzoek, kozen de onderzoekers een omweg. Zij vroegen een groot aantal mensen van 55 en ouder of zij al langer dan een jaar doodswensen hadden en of zij zelf meenden dat zij ernstig ziek waren. Als dat laatste niet zo was, dachten de onderzoekers, zou hun doodswens wel niet uit ziekte voortkomen. Binnen de groep mensen met doodswensen zonder ernstige ziekte onderscheidden zij vervolgens de mensen die hun doodswens zelf omschreven als een wens om hun leven te beëindigen, en bij wie in de afgelopen week die wens sterker was dan de wens om te leven. Die subgroep was klein: 8 van de meer dan 20.000 ondervraagden, 0,03 procent van alle 55-plussers.

Geen verschil tussen oud en jong

Hoogstens een kwart van die subgroep was 75 jaar of ouder. De spreiding over leeftijdsgroepen liet met het klimmen van de jaren maar een lichte toename zien. Ook met betrekking tot hun persoonlijke kenmerken, omstandigheden en kijk op het leven werd geen onderscheid tussen ouderen en jongeren gevonden. Er blijkt dus geen significant verband te bestaan tussen leeftijd en een wens tot levensbeëindiging die niet herleid kan worden op een medische grondslag.

Als er een tweede route naar de zelfgekozen dood zou moeten komen, is er dus geen enkele reden om die met Dijkstra tot mensen van 75 en ouder te beperken. Dijkstra wil de term ‘voltooid leven’ voor haar doelgroep blijven gebruiken omdat die nu eenmaal is ingeburgerd, maar wat is ingeburgerd blijkt alleen maar een mythe te zijn. Doodswensen van ouderen die met hun leeftijd te maken hebben komen voort uit ouderdomskwalen: een erkende medische grondslag.

Dijkstra voert nog aan dat op hogere leeftijd de kans dat het leven nog een verrassende wending neemt – een nieuwe buurvrouw met wie het meteen klikt – steeds kleiner wordt, maar Van Wijngaarden c.s. hebben vastgesteld dat die kans altijd reëel blijft. Het argument is bovendien verrassend paternalistisch: Dijkstra wilde het toch juist aan de betrokkenen zelf overlaten om de kans op een wending ten goede in te schatten? Dat zou een essentieel verschil met de euthanasiewet zijn.

Lees ook dit opiniestuk: Voltooidlevenwet ondermijnt euthanasiepraktijk

Nieuwe begeleiders

Voor de tweede route naar een zelfgekozen levenseinde wil Dijkstra geen artsen inschakelen, maar voor die hele kleine doelgroep een nieuwe beroepsgroep van ‘levenseindebegeleiders’ in het leven roepen. Verpleegkundigen, psychotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen zouden na een kopstudie van een half jaar tot die beroepsgroep kunnen toetreden. Als een levenseindebegeleider een verzoek krijgt voor hulp bij zelfdoding, zou die moeten beoordelen of het verzoek vrijwillig, weloverwogen en duurzaam is. Maar zeker als de doodswens niet voortkomt uit een ziekte of aandoening, is alleen al de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de betrokkene buitengewoon complex. Dat is al een hele klus voor de meest ervaren psychiaters.

Volgens Dijkstra komen artsen niet in aanmerking, omdat zij nu eenmaal gebonden zijn aan de eis van een medische grondslag. Maar die regel geldt toch alleen zolang de wetgever die in stand laat? Als voor een maatschappelijk belangrijke taak, bijvoorbeeld het verrichten van keuringen voor een baan of een rijbewijs, medische kennis en kunde noodzakelijk zijn, kan de wetgever die taak toevertrouwen aan dokters die bereid zijn die taak op zich te nemen, ongeacht wat de rechter daar ooit over gezegd heeft en wat de beroepsgroep daarvan vond en vindt. De wetgever heeft hierover zelf het laatste woord, niet de rechter of de beroepsgroep.

De bestaande onvrede met de euthanasiewet wordt niet weggenomen met een speciale regeling voor 75-plussers. De eis van een medische grondslag is niet het echte probleem: voor zover dat obstakel nog bestaat, kan de wetgever het opruimen zonder een nieuw gilde van professionele doodsescorts met een beperkte medische scholing te creëren.

De centrale vraag waar het nu om gaat is of mensen die hun leven willen beëindigen maar geen beroep op een arts willen doen, of bij hem of haar om welke reden dan ook nul op het rekest krijgen, toegang kunnen krijgen tot dodelijke middelen. En of er dan toch niet eisen gesteld moeten worden waaraan zij moeten voldoen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.