Recensie

Recensie Muziek

Ontspanning en verrukking tijdens Delft Chamber Music Festival

Klassiek Tijdens het kamermuziekfestival in Delft is het gelegenheidsensemble wonderlijk sterk op elkaar ingespeeld.

Het ensemble samengesteld door artistiek leider en violiste Liza Ferschtman voor het Delft Chamber Music Festival. Foto Melle Meivogel
Het ensemble samengesteld door artistiek leider en violiste Liza Ferschtman voor het Delft Chamber Music Festival. Foto Melle Meivogel

Het echte Delft Chamber Music Festival mag dan afgelast zijn, op de met glas overdekte binnenplaats van Museum Prinsenhof staan in circusopstelling toch 55 stoelen. In de ‘piste’ zit een gelegenheidsensemble samengesteld door artistiek leider en violiste Liza Ferschtman. De musici staan en zitten zelf ook in een cirkel, de neuzen naar het midden.

Hoe het thema ‘eenzaamheid, verlangen en ontmoeten’ verband houdt met Beethoven zoals de aankondiging van het eerste programma belooft, blijft vaag, maar op de nog zonovergoten late middag klinkt onder meer het stuk dat Ferschtman hoe dan ook wilde programmeren: Beethovens Strijkkwintet in C Groot. Wonderlijk sterk zijn de musici op elkaar ingespeeld. Uit niets valt het gemis van maanden repetities en optredens af te leiden. Sterker, er klinkt ontspanning en verrukking. Het moet heerlijk zijn, te kunnen spelen in de opstelling waarin meestal gerepeteerd wordt. In de cirkel flitst het oogcontact heen en weer. Ferschtman uit haar primariusrol zo expressief dat miscommunicatie bijna onmogelijk wordt. Het gaat in de snelle loopjes ten koste van haar precisie, maar het geheel heeft er profijt van.

’s Avonds klinkt het prachtige Octet in F Groot van Franz Schubert, een stuk van maar liefst een uur, voor vijf strijkers en klarinet, fagot en hoorn. Een steengoede, diep lage inzet blijkt de voorbode van een sterke uitvoering vol reliëf. Zo eentje die je graag nog een paar keer wil horen, omdat de individuele stemmen zo goed te volgen zijn. Alleen in het vierde deel lijkt de kluwen wat in de knoop te raken. Het geheel vertraagt bij het overnemen van elkaars melodieën. Gelukkig komen de acht in het volgende deel opnieuw samen tot één stem op weg naar een uitermate krachtig slot.