Opinie

Klein geluk

Marcel van Roosmalen

De dorpen in ons gebied zitten allemaal aan elkaar, als kralen aan een niet zo bijzondere ketting. Zaterdag ging ik met Leah van Roosmalen (3) winkelen in Krommenie. Bij boekhandel Stumpel legde ze alle knuffelbeesten uit het assortiment op een indrukwekkend lange rij. Als knuffelbeesten er in de top 10 van bestverkochte boeken mochten staan zag die top tien er heel anders uit, dat durfde de verkoopster wel te zeggen. Ze zei er achteraan: „Logisch toch, met zulk weer?”

De logica ontging me totaal, maar dat heb ik wel vaker in de Zaanstreek. Gelukkig voor iedereen heb ik thuis afgesproken dat ik niet meer over alles in discussie ga in dit gebied, de mensen bedoelen het goed. Het leven is aantoonbaar prettiger als je gewoon knikt.

De eigenaar van de Blokker had zijn winkel van Wormer naar Krommenie verhuisd. Hij is het soort middenstander die kruipt voor zijn klanten en daar houd ik van. Nou die houding was onveranderd. Hij kwispelde als een huisdier om me heen, vragend hoe het in het tegenwoordig in Wormer is. Het antwoord wist hij zelf ook wel, zijn dochter zit op de basisschool naast mijn huis.

„Nog hetzelfde”, zei ik.

Leah van Roosmalen sloeg me ondertussen op mijn blote benen.

„Stop met praten, ik heb dorst.”

Hand in hand staken we de straat over, naar haar favoriete terras: café Atlantic. Ze hebben er een met houten schuttingen omgeven terras – ‘binnentuin’– waaruit het voor kinderen onmogelijk ontsnappen is. Overal pijlen, looproutes en flacons met ontsmettingsvloeistof. Binnen mum van tijd had ze een toefje ontsmettingsvloeistof op haar koekje gedaan en zat ze in het houten hokje boven de glijbaan te kotsen. Met een handvol servetjes beklom ik het laddertje en begon haar en de vieze pop die ‘mama’ kan zeggen zo goed mogelijk te ontsmetten. Toen het klaar was zei ze huilend dat ze ook nog in haar broek had geplast. Bij het naar beneden klimmen stuitte ik op een moeder die haar kind juist omhoog aan het duwen was.

„U bent veel te groot voor de glijbaan”, zei ze. „En nou moet u er zeker langs?”

Zo fris als we tien minuten eerder aan kwamen paraderen, zo treurig was de aftocht met mijn nog nadruppende kind. Ze draaiden hun hoofden, zodra we uit beeld waren zouden ze ons vernietigend recenseren.

Thuis had onze printer het ook nog begeven. Voor de vorm haalde ik de printer die van mijn vader is geweest was van zolder. Woedend prutste ik wat aan de draadjes, de printervullingen bleken dezelfde als die van onze printer. Even later keken we naar een werkende printer van minstens tien jaar oud, dat kon helemaal niet. Ik was nog nooit zo blij om iets kleins.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.