Keurig betaald met de parkeer-app en toch een bekeuring

Digitalisering Tot aan de Hoge Raad procedeerde hoogleraar Corien Prins over een parkeerboete. Is zo'n parkeer-app te vertrouwen?

Foto Lex van Lieshout/ANP

Foto Lex van Lieshout/ANP

Twee jaar geleden parkeerde Corien Prins haar auto in de Utrechtsestraat in het centrum van Tilburg. Ze betaalde met haar parkeer-app, die aangaf dat ze daar een uur mocht staan. Prima, want ze hoefde alleen iets af te geven. Bij terugkomst zat er toch een parkeerboete op de ruit. Op de plek waar ze had geparkeerd mocht ze volgens de bekeuring alleen staan met een dagkaart.

Prins, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Recht en Informatisering aan Tilburg University, liet het er niet bij zitten.

Prins denkt al jaren na over de manier waarop digitalisering de verhouding tussen de burger en de overheid verandert. Dat de burger steeds ‘doorzichtiger’ wordt, doordat er meer informatie over hem beschikbaar komt. Hoe burgers in de knel kunnen komen als computers beslissingen nemen.

Er bleek iets anders aan de hand. „Aan het begin van de straat bleek een bord te staan, dat waarschuwt dat je er alleen met een dagkaart mag staan. Maar mijn app zei iets anders”, aldus Prins. Ze maakte bezwaar tegen de bekeuring, maar moest tot haar verbazing toch betalen. „De gemeente stelde dat zij hier niets aan kon doen, want de app werd geëxploiteerd door een extern bedrijf. Kortom: jammer voor de burger die vertrouwt op de app en al lang niet meer op zoek gaat naar het bord aan het begin van de straat”, aldus Prins.

Lees ook dit artikel over de risico's van grootschalige digitalisering

Ze begon een rechtszaak om helder te krijgen wie er verantwoordelijk is voor fouten in een parkeer-app: de burger of de overheid. Tijdens de rechtsgang bleek dat de gemeente de informatie voor de apps aanlevert bij het Nationaal Parkeer Register. Deze database voedt de parkeer-apps van de exploitanten. Toch oordeelden zowel de rechtbank in Breda als het gerechtshof Den Bosch dat de gemeente niet verantwoordelijk was voor Prins’ parkeerproblemen. „Zij baseerden zich op het uitgangspunt dat iedere burger de plicht heeft zich te vergewissen van alle relevante informatie”, zegt Marc Spuijbroek van advocatenkantoor Stibbe, dat Prins kosteloos bijstond vanwege het principiële karakter van de zaak. „Maar als de burger altijd nog op zoek moet naar het fysieke bord, dan is een parkeer-app feitelijk geen informatiebron en verliest daarmee een belangrijk deel van z’n functie”, aldus Spuijbroek.

‘Niet netjes ingetekend’

De Hoge Raad stelde Prins in het gelijk. Aangezien de Tilburgse parkeerverordening geen onderscheid maakt tussen betaling via een app of een parkeerautomaat, kan de burger niet worden verweten alleen af te gaan op informatie in de app. Prins vindt het belangrijk dat burgers nu weten dat ze een bekeuring niet zomaar hoeven te accepteren, wanneer er verschil is tussen de digitale informatie en die in de echte wereld.

Maar ze wil nog iets aan de kaak stellen. Prins: „Tot de dag van vandaag heeft Tilburg niets gedaan om de fout te herstellen. Terwijl de ambtenaar van de gemeente tijdens de zitting in Den Bosch al zei dat het vaker fout gaat. De data van zo’n parkeer-app bieden gemeenten een schat aan informatie, maar de burger is de dupe als het misgaat.”

In een schriftelijke reactie laat de gemeente weten dat de tekening van het gebied waar een dagkaart-tarief geldt twee jaar geleden „niet netjes” was ingetekend. „Op het moment van de uitspraak van de Hoge Raad was de kaart al verbeterd en de gemeente Tilburg is bezig om de kaarten nog nauwkeuriger in te tekenen”.