‘In Italië bestaat bij zowel rechts als links nog veel homofobie’

Italië Maandag begint de Italiaanse Kamer van Afgevaardigden na zeker zes eerdere pogingen aan de behandeling van een wetsvoorstel tegen onder andere homo- en transfobie. „We wachten hier al zeker dertig jaar op.”

Deelnemer aan de Gay Pride in het Italiaanse Turijn in 2017
Deelnemer aan de Gay Pride in het Italiaanse Turijn in 2017 Foto Nicolò Campo/Getty Images

‘Wat het betekent om in Italië homoseksueel te zijn?” Fabrizio Marrazzo gaat er nog sneller van praten dan hij al deed. „Dat betekent dat je wordt gediscrimineerd. Overal. Op school, op je werk, in de plaats waar je woont, helaas vaak ook binnen je familie. Dat je wordt uitgescholden als je ervoor uitkomt. En daarom móét deze wet nu eindelijk worden aangenomen. We wachten er al zeker dertig jaar op.”

Maandag begint de Italiaanse Kamer van Afgevaardigden aan de behandeling van een wetsvoorstel tegen misogynie en ‘homotransfobie’ (een term die in Italië wordt gebruikt). De kern ervan is vrij simpel: het bestaande verbod van discriminatie op basis van ras en geloof wordt uitgebreid. Ook seksuele geaardheid en geslacht worden eronder geschaard.

„Andere landen in West-Europa hebben allang wetten hiervoor aangenomen, maar in Italië bestaat bij zowel rechts als links nog veel homofobie”, zegt Marrazzo, woordvoerder van het Gay Center in Rome. In zijn analyse houdt een kleine maar zeer actieve minderheid met steun van een deel van de katholieke kerk verandering tegen, hoewel een „misschien iets minder resolute” meerderheid akkoord is met maatregelen tegen homofobie.

Eerder zijn zeker zes pogingen gedaan om discriminatie op grond van seksuele geaardheid strafbaar te maken. Steeds is het mislukt. Een jaar of zes geleden durfde de toenmalige centrum-linkse coalitie het plan niet in behandeling te brengen in de Senaat, omdat dit tot een coalitiebreuk had kunnen leiden. Nu zijn de vooruitzichten beter: de commissie voor Justitie van de Kamer heeft vorige week het wetsvoorstel goedgekeurd. Maar rechtse partijen maken zich op voor fel verzet.

Trouwverlof

„Het wordt echt tijd”, zegt Marrazzo in een telefoongesprek. Dat een 19-jarige geen rijbewijs kreeg omdat hij door zijn homoseksualiteit „niet de psychofysieke vereisten” had om auto te rijden, is de verleden tijd uit 2001, en na vijftien jaar procederen door de rechter gecorrigeerd. Maar nog steeds kan het gebeuren, vertelt Marrazzo, dat twee mannen die twee weken op trouwverlof zijn gegaan, na terugkomst worden ontslagen, omdat volgens hun werkgever een huwelijk van twee mannen niet onder dat verlof valt.

De vrijheid van meningsuiting is in gevaar, roepen rechtse partijen in koor.

Het is een van de zaken die zijn aangekaart bij het landelijke alarmnummer dat Marrazzo met zijn organisatie opzette. Zomaar wat incidenten van de afgelopen weken. In het centrum van Rome worden twee meisjes op straat uitgescholden en bespuugd omdat ze elkaars hand vasthouden. Op het strand van Ostia komt de uitbater van een etablissement tussenbeide als twee jonge mannen kussend selfies maken; als ze daar niet mee stoppen belt hij de politie. Op het station van Vernazza, bij het kustgebied Cinque Terre, worden twee mannen die elkaar kussen uitgescholden en geslagen. In een dorpje bij Rome gaat een man van vijftig een homoseksueel stel op straat met een stok te lijf, een dag nadat hij al scheldend en trappend bij hen naar binnen stormde.

Dit is nog maar het topje van de ijsberg, zegt Marrazzo. Voor veel mensen buiten de lhbt-gemeenschap blijft het geweld onzichtbaar. Hij vertelt dat er bij de Gay helplijn jaarlijks tegen de twintigduizend meldingen binnenkomen, ruim vijftig per dag. Een op de tien is volgens hem ernstig. Veel slachtoffers bellen wel, maar willen er verder geen werk van maken. Dat er nog geen wet is op homofobie speelt een rol. Maar „een overgrote meerderheid” van de bellers laat het bij het telefoontje omdat de buitenwereld nog niet weet dat ze lhbt’er zijn. „Helaas hebben veel mensen het gevoel dat je in Italië als lhbt’er beter onzichtbaar kunt blijven.”

Culturele achterstand

De indiener van de wet, Alessandro Zan van de centrum-linkse Democratische Partij, hoopt dat de wet een keerpunt wordt. „Italië is geen homofoob land, maar er bestaat in een deel van de samenleving een culturele achterstand”, zegt hij in een Facebook-gesprek met buitenlandse journalisten. „Je ziet dat bijvoorbeeld sterk in kleinere steden. De wet is voor iedereen een signaal dat er iets moet veranderen. Als de politiek zoiets zegt, is voor iedereen duidelijk dat anders-geaarde mensen door de staat worden beschermd tegen discriminatie en haat. En de slachtoffers van haat moeten het gevoel krijgen burger als ieder ander te zijn.”

Hij hoopt op een vergelijkbaar effect als met de invoering van het homohuwelijk, in 2016. „Stellen trouwden op het stadhuis, ze nodigden hun vrienden uit, gaven er ruchtbaarheid aan. Dat heeft tot een zekere culturele verandering geleid, tot meer aandacht en begrip.”

Tegenstanders van de wet zetten grof geschut in. De vrijheid van meningsuiting is in gevaar, roepen de rechts-populistische Lega en de rechts-nationalistische Fratelli d’Italia in koor. Voor je het weet worden mensen vervolgd omdat ze het traditionele gezin verdedigen, waarschuwde vice-fractieleider van de Lega, Alessandro Pagano. Het plan om op de middelbare school aandacht te geven aan discriminatie op basis van seksuele geaardheid, wordt afgeschilderd als een poging tot indoctrinatie.

Rol van de kerk

Ook bisschoppen protesteren. Om te beginnen is de wet niet nodig, want er is al genoeg bescherming tegen discriminatie, schreven ze begin juni in een verklaring. Bovendien bedreigt deze wet volgens de kerkleiders de persoonlijke vrijheid en het recht het ergens niet mee eens te zijn.

Lees ook: Als Gerald een leuke jongen zag, moest hij acuut in gebed

Kamerlid Zan zegt zich geen grote zorgen te maken. „Er zijn naast de bisschoppen genoeg priesters die, met paus Franciscus, zeggen dat het de missie van de kerk is om mensen te verwelkomen.” En lhtb-activist Marrazzo merkt op dat de opstelling van de kerk onder Franciscus „veel ontspannener” is geworden. „Het was daarvóór een totaal en absoluut nee.’’

Marrazzo denkt dat de katholieke wortels van de Italiaanse samenleving op zich geen verklaring zijn voor de nog altijd moeilijke positie van lhtb’ers. Spanje en Portugal hebben vergelijkbare diep-katholieke wortels. Marazzo: „Daar hebben ze veel meer rechten. Misschien komt dat omdat die landen lang onder een dictatuur hebben geleefd. Mensen herinneren zich wat het is om gediscrimineerd te worden. Mede daardoor is de samenleving daar opener. Het zou best kunnen dat de veranderingen in die landen wat sneller zijn gegaan dan veel mensen wilden, dat de politiek voorop liep. In Italië is het andersom. Hier hebben we keer op keer gezien dat de politiek veranderingen tegenhield waar de samenleving om vroeg”, zoals met de wetten over abortus en echtscheiding.