Opinie

Sinds corona is alle rechtspraak dus geheim

De Rechtsstaat

Toen ik drie weken geleden een strafzitting bijwoonde, drong het tot me door. De rechtspraak is nu al drie maanden niet meer openbaar. De burger mag er helemaal niet meer bij. Journalisten mogen naar binnen, mits tevoren aangemeld en met niet meer dan drie tegelijk. Maar publiek dus niet – nada, nobody, niemand.

We zaten in een vrij ruime zaal, maar die was met drie verdachten, drie advocaten, twee man reclassering en zes man politie op anderhalve meter meer dan vol. Ik kon er nog precies bij. Gelukkig hebben we geen tolken nodig, grimlachte een advocaat, die met laptop en dossiers op een bijzettafeltje zat te goochelen, ruim achter zijn cliënt.

Twee maanden geleden mailde een lezer die de strafzaak over de moord op haar kapper had willen bijwonen dat ze nul op het rekest kreeg. Die zitting was digitaal te volgen, onder meer voor journalisten, maar zij mocht niet inloggen. De rechtbank vreesde dat deze burger, een klant van de vermoorde kapper, via Skype de zitting ook zou opnemen. Er was weliswaar niets wat daar op wees, maar de rechtbank zag grote privacy-bezwaren. Geen risico’s met Twitter- of YouTube filmpjes. Klagen hielp niet. De rechters waren onverbiddelijk.

Nu betekent digitale openbaarheid inderdaad een zeker verlies van controle – en daar is de rechtspraak dus niet aan toe. Liever niemand op de digitale tribune, dan lieden die de rechtspraak maar in verlegenheid zouden brengen. Altijd makkelijk als je het zelf voor het zeggen hebt.

Het tekent de koudwatervrees voor openbaarheid. Maar een paar procent van de jaarlijks 1,5 miljoen uitspraken wordt gepubliceerd. Maar weinig gerechten publiceerden een zittingsagenda voor het publiek. Wie de rechtbank in wil, wordt fysiek gecontroleerd alsof-ie per definitie een gijzelingsactie van plan is.

Zelf vier ik binnenkort de tweehonderdste keer dat ik gefouilleerd mag worden en de inhoud van m’n tas met de beveiligers mag bespreken. Accrediteren zit er niet in. De rechtspraak vindt het te ingewikkeld om te beslissen wie er wel en wie er geen journalist zouden zijn – en dus te vertrouwen met een pasje. Prima, ik ben graag burger. Maar als je het gewone publiek generiek uitsluit en wel drie ‘journalisten’ toelaat, maak je dat onderscheid dus toch. Het is wachten tot een betrokken burger aanspraak maakt op een ‘journalisten’-plek. Ik had mijn eventuele plaats bij de kappersmoordzaak graag afgestaan.

Nu heb ik begrip voor de consequenties van de 1,5 meter samenleving. Alles staat op z’n kop. Rechtbanken hebben hun veilige capaciteit uitgerekend. Die schaarste moet worden verdeeld over procespartijen, tolken, deskundigen, adviseurs, journalisten, familie, ondersteuning etc. Dat ‘publiek’ er dan bij inschiet, is in de aanloop van zo’n crisis nog wel te begrijpen. Als een zaak veel publiek zou trekken kan dat andere zittingen onmogelijk maken. Eén rechtbank, de Raad van State, is inmiddels gaan experimenteren met een aanmeldsysteem voor publiek. Dat is tenminste wat.

Maar daarmee is het niet opgelost. Straks komen we uit in een bananenrepubliek, waar de rechtspraak geheim is en er alleen speciale journalisten bij mogen. Dat is niet acceptabel. Zou iemand zo’n ‘toegelaten’ journalist willen zijn? Ik liever niet. Ik voel me prima in de rij bij het fouilleren en geneer me voor m’n gereserveerde plaats in de zaal.

Ik lees in Trouw dat de rechtspraak verder wil met Skype-zittingen en beeldverbindingen – de noodwet die dat nu mogelijk maakt loopt in september alweer af. Maar zolang Skype-zittingen tot uitsluiting van het publiek leiden is dat dus ongewenst. Ook digitale zittingen moeten openbaar zijn. Dat betekent dus video-rechtszalen, met getrainde rechters en griffiers die beeldregie voeren. Dat betekent afspraken over close-ups, met advocaten, ondersteuning, deskundigen. Met in de zaal een ‘privacy-vak’, waar niemand in beeld komt. Met camera’s die laptops en stukken mee lezen, tenzij de rechter ze laat ‘blurren’.

En inderdaad, digitaal meekijkend publiek kan straks fragmenten delen. Daar valt niet aan te ontkomen. Rechters, leer er mee omgaan, de politie doet het al. Het hoort bij openbaarheid in 2020.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.