Zomermaanden, pruimentijd

Wat eten we? Waar komt de uitdrukking ‘Tot in de pruimentijd!’ toch vandaan?

Foto Getty Images

Tot in de pruimentijd! Het is een tamelijk ouderwetse Nederlandse uitdrukking en toch hoor je hem nog weleens. Wanneer je dit bij een afscheid zegt, bedoel je eigenlijk: tot in de zomer, wanneer de Betuwse Kwetsen, de Czars, de Jubileums, de Opals, de Monarchs, de Reine Claudes, de Reine Victoria’s, de Voyageurs en al die andere schitterende, sappige pruimen die in ons land worden geteeld, plukklaar dan wel aan het rijpen zijn.

Er bestaan diverse verhalen over de herkomst van die toch wat curieuze pruimengroet – ik bedoel: waarom pruimentijd en geen kersentijd, tuinbonen- of courgettetijd? De meest tot de verbeelding sprekende neemt ons mee naar de eerste helft van de zeventiende eeuw. Locatie: het Muiderslot, buitenverblijf van niemand minder dan Pieter Corneliszoon Hooft.

De beroemde dichter placht gedurende de zomermaanden zijn veelal even beroemde dichtende vrienden te ontvangen op dit Middeleeuwse kasteel. Dat moeten heerlijke logeerpartijen zijn geweest. Overdag wat lummelen en luieren in de slottuin. Stoeltje onder een van de vele pruimenbomen, beetje lezen, beetje indommelen. ’s Avonds dineren, discussiëren en musiceren met gelijkgestemde geesten.

Onder Hoofts vaste gasten bevonden zich onder anderen Joost van den Vondel, Constantijn Huygens en de zussen Anna Roemers Visscher en Maria Tesselschade. Aan het einde van de zomer zouden deze literaire vrienden afscheid van elkaar hebben genomen met de woorden: Tot in de pruimentijd. Ofwel: Tot volgende zomer.

Nu was dat strikt genomen helemaal niet zo’n precieze tijdsaanduiding. Niet voor niets schrijf ik hierboven over ‘plukklaar dan wel aan het rijpen’. Verschillende pruimenrassen rijpen namelijk in verschillende perioden. Ze worden door kwekers ingedeeld in zeer vroege, vroege, middentijdse, late en zeer late rassen.

Zeer laat ras

De ovale, donkerpaarse Opal bijvoorbeeld, is van de zeer vroege soort: hij is al rijp in juli. De kleine, ronde, geelgroene Reine Claude Verte is een middentijdse: plukklaar in augustus. De Reine Victoria, rozerood en groter en ronder dan de Opal is een late: rijp vanaf eind augustus. Een voorbeeld van een zeer laat ras is de Anna Späth. Deze langwerpige blauwpaarse pruim sluit vanaf half september tot aan begin oktober het seizoen af.

In Nederland worden een stuk of honderd pruimenrassen geteeld, waarvan maar een heel klein deel, alleen de lucratiefste rassen, op commerciële schaal. De belangrijkste daarvan zijn de Opal en de Reine Victoria. Vergeleken met ander zomers steenfruit, zoals perziken en nectarines, eten we in ons land vrij weinig pruimen. Steeds minder zelfs; in de afgelopen drie decennia is het areaal pruimen gehalveerd. Best zonde, als je bedenkt dat perziken en nectarines uit het buitenland moeten komen terwijl pruimen het juist zo goed doen in ons klimaat.

Nog even terug naar die jaloersmakende zomers op het Muiderslot. Of het waar is dat ‘tot in de pruimentijd’ daar ontstond is niet helemaal zeker. Maar er stonden wel degelijk veel pruimenbomen in de tuin, en die pruimen vormden op z’n minst één van de verleidingen van het verblijf op het slot. In 1636 schrijft P.C. Hooft aan Maria Tesselschade: ‘De prujmen beginnen al teffens op een bodt te rijpen, en te roepen Tesseltje, Tesseltjes mondtje.’ Wie kan zo’n roep nou weerstaan?