Verdwalen in het Brusselse maskerlabyrint

De correspondent De prozaïsche Belgische mondkapjesregels zijn licht absurd, ervaart correspondent Clara van de Wiel.

Van huis gaan zonder masker op zak heeft men in Brussel al eerder afgeleerd.
Van huis gaan zonder masker op zak heeft men in Brussel al eerder afgeleerd. Foto John Thys/AFP

Het valt niet direct op, in een stad die sowieso niet zuinig is met verkeersborden en richtingaanwijzers. Maar let je erop, dan zie je het ineens: over de bekende blauw-met-rode parkeerborden zit een wit, geplastificeerd, blaadje geplakt: ‘Masque obligatoire’.

Terwijl het in Nederland tot felle twisten leidt, rukte het mondkapje in België de afgelopen maanden haast geruisloos op. Na de tram volgden de supermarkt, de bioscoop en de markt. En sinds vorig weekend mogen gemeenten de ‘maskers’ – zoals ze in Vlaanderen worden genoemd – ook verplicht stellen op drukke plekken waar het moeilijk afstand houden is.

Welke plekken dat zijn blijkt voor flink wat interpretatie vatbaar. In Kortrijk is het kapje al overal verplicht, net als in Antwerpen, waar de groei van het aantal besmettingen afgelopen week tot grote zorgen leidde. Het hyperlokale mondkapjesbeleid merk je het fraaist in hoofdstad Brussel, conglomeraat van negentien losse gemeenten, met elk een eigen burgemeester die de eigen autoriteit fier verdedigt. Verplaats je door Brussel en je kruist al gauw meerdere gemeentes. En allemaal publiceerden ze deze week een eigen politieverordening met de precieze plekken waar het masker „of elk ander alternatief in stof” verplicht is.

Onder elkaar gezet vormen ze een maskerlabyrint, een haast prozaïsche lijst van snippers straat. In de gemeente Schaarbeek het deel van de Haachtsesteenweg vanaf het Poggeplein in de richting van Sint-Joost-ten-Node. Op de Oudergemlaan in Etterbeek tussen nummers 336 tot 358 en 313 tot 333. Op de Dekenijstraat in Ukkel tussen het kruispunt Brugmannlaan en het Homère Goossensplein. Op de Roodebeeksesteenweg in Sint-Lambrechts-Woluwe tussen huisnummer 236 en 264. In Sint-Agatha-Berchem mag wandelen in het Wilderbos maskerloos, maar moet het masker wel rond de ingang van het park gedragen worden.

Maskerlappendeken

Meestal geldt het gebod alleen van 08.00 tot 18.00 uur op maandag tot zaterdag, maar soms tot 22.00 uur of gewoon altijd. Verschil zit ook in de manier waarop gemeenten omgaan met fietsers en hardlopers. De Antwerpse gouverneur kondigde al aan dat de eenzame jogger op een zandweg zich geen zorgen hoeft te maken, maar in de Brusselse straten zie je fietsers en hardlopers het zekere voor het onzekere nemen. Overtreding kan een boete van 250 euro opleveren, de eerste werd deze week al uitgedeeld.

Lees ook dit interview met ‘de Belgische Jaap van Dissel’: ‘Mondkapplicht moeilijk uit te leggen, zeker aan egoïst’

Is zo’n maskerlappendeken onwerkbaar, zoals de Nederlander vreest? De Brusselaar haalt er veelal zijn schouders over op. Van huis gaan zonder masker op zak heeft men al eerder afgeleerd. Sinds afgelopen week dragen de meeste het standaard op de kin, in de hand, of (tip!) met het elastiek om de bovenarm. Kapje op, kapje af. Aan licht absurdistische bureaucratie raak je in de Belgische hoofdstad snel gewend.

‘Opgelet!’, staat op de hekken rond het Jourdanplein waarop de maskerplicht staat afgekondigd. Het schaduwloze plein is op een bloedhete donderdagmiddag uitgestorven, op een enkele (gemaskerde) vuilophaler na. Druk is het alleen aan de zijkanten, op de terrassen, waar blote monden bier mogen drinken.

Maar strijk drie meter naar rechts neer, op een openbaar bankje, en het masker is verplicht. Behalve als je net friet hebt gehaald. Zittend met eten of drinken mag het masker even af.