Satire De Nieuwe is terug: ‘Moeder bevalt van 12-ling’

Tijdschrift Satirisch blad De Nieuwe ligt vrijdag na een kwart eeuw weer in de kiosk. Van nepnieuws is geen sprake zegt de maker, pulpbladenkoning Peter J. Muller.

De nieuwe editie De Nieuwe: ‘geen nepnieuws’
De nieuwe editie De Nieuwe: ‘geen nepnieuws’ Beeld De Nieuwe

Het begon een jaar geleden met een slechtnieuwsgesprek in het ziekenhuis, vertelt tijdschriftenmaker Peter Muller (73). Prostaatkanker. Goed behandelbaar, maar toch. „Ik viel in een zwart gat. Ik dacht: ik moet bezig blijven, anders verzink ik in somber gepeins. Me focussen op wat ik het liefste doe: bladen maken. En welk blad was er nou leuker dan De Nieuwe?”

Of die titel een belletje doet rinkelen, zal generatie-afhankelijk zijn. De Nieuwe lag begin jaren negentig in de winkel als het Nederlandse neefje van het Amerikaanse Weekly World News, een als boulevardblad vermomde fabeltjeskrant met ‘nieuws’ over Bigfoot en aliens en signalementen van Elvis. Fake news avant la lettre, maar onschuldig. Muller, bekend als oprichter van Candy en Weekend, vond het kostelijk en draaide een Nederlandse versie in elkaar, deels met vertaalde kopij. In 1995 was het weekblad niet meer kostendekkend.

Een kwart eeuw later reïncarneert De Nieuwe als maandblad (oplage 10.000). De inhoud is vanouds absurd en sensationeel. Op de cover een man met een tong van 28 centimeter: ‘Man heeft langste tong ter wereld!’ Binnenin: ‘Baby geboren met gouden tand!’ Allemaal ‘de waarheid, en niets dan de waarheid’, zoals de slogan belooft. Muller: „Het gewone nieuws is grauw. Veel mensen zakken tegenwoordig weg in somberheid. Wij maken een lange neus naar het nieuws en brengen de wonderen weer tot leven.”

Lees ook: De terugkeer van fabeltjeskrant Weekly World News

Opvallend is dat Weekly World News, dat in 2007 voor het laatst in print verscheen, vorig jaar ook al een comeback maakte. De nieuwe hoofdredacteur zei toen ongeveer hetzelfde als Muller: de Amerikaanse media zijn grimmig en gepolariseerd en men snakt naar humor en verwondering.

Niche

Peter Muller werd vooral bekend door in 1968 het even omstreden als succesvolle seksblad Candy op te richten. Het leverde hem het imago van ‘seksbaron’ op, waar Muller zelf verlegen mee was. Na Candy richtte hij nog een trits (pulp)bladen op. Begin dit jaar verscheen zijn autobiografie Seksbaron tegen wil en dank, maar die „loopt door gebrek aan media-aandacht voor geen meter”.

Ook bij De Nieuwe is succes niet gegarandeerd. De bladenmarkt zit door ontlezing, digitalisering en, recenter, de coronacrisis in zwaar weer, maar Muller denkt een goede niche te hebben gevonden. „Online heb je De Speld, maar satire in print bestaat nog niet. Dit voegt iets toe.” Waar satirische media als De Speld en Zondag met Lubach inhaken op maatschappelijke discussies, doet De Nieuwe dat bewust nauwelijks. „Wij hebben geen politieke boodschap.”

Op een flink hogere dosis kleureninkt na is De Nieuwe niet al te veel veranderd ten opzichte van de jaren negentig, wat het blad een nostalgische uitstraling geeft. De doelgroep bestaat volgens Muller uit „mediamensen, intellectuelen, maar ook de gewone man en vrouw die gewoon een blaadje wil lezen”. Het wordt behalve in kiosken en boekhandels in Nederland en België ook verspreid in feestwinkels en coffeeshops. „De Nieuwe sluit goed aan bij de belevingswereld van de gemiddelde blower.”

Muller betaalt het project in eerste instantie uit eigen zak. Dat kan hij drie edities volhouden: daarna moet hij break-even draaien, wat bij een losse verkoop van drieduizend stuks lukt. De artikelen schrijft hij deels zelf. Zoon Daan doet de opmaak, dochter Suzanne de marketing en merchandise: mokken, T-shirts, scheetkussens.

„In de jaren negentig werd De Nieuwe niet begrepen”, zegt laatstgenoemde, in het dagelijks leven copywriter. „Tegenwoordig zijn mensen beter bekend met satire.”

Geen nepnieuws

De Nieuwe verspreidt geen nepnieuws, benadrukt Peter Muller: bewust misleiden is niet het doel. Wel wordt met de verwachtingen van de lezer gespeeld. In het hoofdredactioneel noemt Muller zijn blad het enige overgebleven nieuwsmedium dat lezers níet voorliegt. Het feit dat in het blad ook verhalen staan die wél zouden kloppen – zoals de Fransman die een vliegtuig opat – maakt het spiegelpaleis compleet. „Daardoor ga je je bij elk verhaal afvragen of het misschien toch waar zou kunnen zijn.”

Toch zal het niet gaan als in de jaren negentig, toen een verhaal over een tweekoppige karper in De Nieuwe in volle ernst werd gefactcheckt door de IJmuider Courant (het artikel staat ingelijst op Mullers schoorsteenmantel). Of de vrouw wier moeder was overleden, die in De Nieuwe las dat een priester had ontdekt dat de hemel vol was en in paniek de redactie belde – waarop Muller haar geruststelde.

In het nieuwe nummer wordt onthuld dat de priester inmiddels is overleden. Of er plek voor hem was in de hemel, is niet bekend.