'Ik mocht pas de turnzaal in als ik onder de 50 kilo woog'

Vrouwenturnen Gymnastiekbond KNGU schortte deze week het topsportprogramma voor vrouwen op. Steeds meer ex-topturnsters spreken zich uit over de cultuur van vernedering en mishandeling in de trainingszalen.

Suzanne Harmes op het WK in 2010.
Suzanne Harmes op het WK in 2010. Foto Robin Utrecht/ANP

In de ogen van haar trainer was Raffaella Bidotti de rotte appel van de groep. Ze was tien jaar en stond bedremmeld in de turnzaal terwijl hij tegen de andere meisjes zei dat ze vooral niet met haar mochten praten omdat ze „besmettelijk” zou zijn. „Soms negeerde hij me dagenlang. Zei hij geen woord tegen me. Kreeg ik geen aanwijzingen als de rest die wel kreeg.”

De trainer in kwestie is Vincent Wevers, een van de bondscoaches die deze week op non-actief is gezet door turnbond KNGU. Bidotti trainde tussen haar tiende en twaalfde onder hem in Oldenzaal en heeft daar zulke nare herinneringen aan overgehouden dat ze de sport had verbannen uit haar leven. Tót nu.

„Ik heb getwijfeld of ik mijn verhaal wilde vertellen”, zegt de 26-jarige psychologe in opleiding. „Maar nu alles weer boven komt, doe ik het wel. Om ervoor te zorgen dat andere meisjes dit nooit hoeven mee te maken. Ik ben al jaren gestopt en ik vind het nog steeds lastig om voor mezelf op te komen. Zelf keuzes te maken ook. Want waarom doet mijn mening ertoe? Toch durf ik te zeggen dat ik mijn zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde heb herwonnen.”

Bidotti is een van de vele ex-topturnsters die hun stem willen laten horen. Net als Suzanne Harmes (34), Sanne De Smet (25), Lichelle Wong (30), Dianne Teunisse (29) en Yvette Moshage (26). Na de Netflix-documentaire Athlete A (over misstanden in het Amerikaanse turnen) en de bekentenissen van de Nederlandse turntrainer Gerrit Beltman in het Noordhollands Dagblad („ik mishandelde en vernederde jonge turnsters”) willen zij hun verhaal doen.

Want al zijn ze niet fysiek mishandeld – vernederd, gekleineerd en uitgescholden zijn ze vrijwel allemaal. Harmes sprak zich al eerder uit. Anderen deden dat ook, maar buiten de media, in de hoop dat ze een cultuurverandering in gang konden zetten.

Sommigen moesten onder toeziend oog van Wevers vier keer per dag op de weegschaal staan, altijd bang om boven de gewenste vijftig kilo uit te komen. Het ideaalplaatje van Wevers: smalle tailles, strakke benen. Een van zijn pupillen stopte met eten. Ze besefte niet dat ze een steviger bouw had en misschien wel nooit zo dun zou worden als de meisjes om haar heen, wat ze ook deed. Het leidde tot een eetstoornis.

Toch praten ze met enige aarzeling over de schaduwkanten van hun jaren als topturnster. Zelfs degenen die zijn uitgefoeterd of bespot om hun gewicht, benadrukken dat mannen als Wevers wel heel goede coaches zijn, die hun beter leerden turnen. Misschien dachten ze oprecht dat het loonde hen stevig aan te pakken? Topsport is nou eenmaal niet gezellig. Misschien waren de afvallers wel te soft om voor olympisch goud te gaan. „Ik wil geen medelijden”, zegt Sanne De Smet, die ook onder Wevers trainde. „Ondanks dat het nooit goed genoeg was, vond ik Vincent ook een heel goede coach.”

Wonen in een vakantiehuisje

Gemiddeld waren ze tussen de negen en twaalf jaar toen ze hun buurtvereniging verruilden voor een topclub. Wilden ze ooit succes hebben in de topsport, dan moesten ze zo snel mogelijk naar een ritme van dertig trainingsuren per week. Wie te laat instroomde, haalde de gemiste uren nooit meer in.

Heel even was hij aardig, tot ik zijn pispaal werd

Raffaella Bidotti ex-topturnster

Raffaella Bidotti kreeg dit ook te horen. Zij en haar ouders waren verguld toen ze als tienjarige bij Jong Oranje turnde en de overstap kon maken naar TON Oldenzaal, de club van toenmalig hoofdtrainer Vincent Wevers, die door meerdere ex-pupillen is beschuldigd van fysiek geweld. „Heel even was hij aardig”, zegt Bidotti, „tot ik zijn pispaal werd”.

Ze herinnert zich een trainingsstage in Beekbergen, in het bondsgebouw. ’s Nachts verbleven ze in een vakantiepark, overdag trainden ze uren aaneen in de hal van de KNGU. „Na zeven of acht uur trainen mocht iedereen terug naar het huisje, behalve ik. ‘Ga maar een uur aan de brug hangen’, zei Vincent. Het ene moment zweeg hij, het andere schold hij me uit. Bij de eerstvolgende wedstrijd blokkeerde ik helemaal. Ik plaatste me niet voor het NK en moest bij TON vertrekken. De bond wist nooit ergens van, maar het was nota bene in hun eigen turnhal dat ik werd uitgescholden.”

Sanne De Smet trainde ook in Oldenzaal. Ze was twaalf toen ze Friesland verliet en met enkele andere turnsters in een Landal-huisje dicht bij de club ging wonen. Later trok ze in bij Vincent Wevers, zijn vrouw en zijn bekende turndochters Sanne en Lieke. „Thuis was thuis. Dan aten we gezellig, keken we een film.” Toch was dat dezelfde man die stond te zuchten toen ze op een dag 50,3 kilo woog. „Vervolgens mocht ik pas de turnzaal in als ik onder de 50 kilo zat.”

Ook de van wangedrag beschuldigde Gerrit Beltman was destijds trainer in Oldenzaal. Een keer werd hij zo boos op De Smet dat hij haar naar de kleedkamer meenam en zodanig uitschold dat ze de spuugdruppels van haar gezicht moest vegen. „Ik was veertien jaar.” Ze hield last van onzekerheid. „In mijn hoofd is er nog steeds een stemmetje dat zegt: het moet beter. Maar ik ben ook perfectionistisch van mezelf. Dus in hoeverre ligt het aan de trainers?”

Lees ook ‘Ik werd over de grond gesleurd, aan mijn nek omhoog getild, tegen de muur gesmeten’

Yvette Moshage (26), die op WK’s turnde en destijds ook in het vakantiehuisje woonde, kijkt met plezier terug op haar tijd onder Wevers. „Ik heb zijn trainingen nooit als mishandeling ervaren. Hij was streng, maar bleef aan de goede kant van de lijn. Mij heeft dat ook positieve eigenschappen opgeleverd. Ik dank mijn doorzettingsvermogen aan turnen, net als het incasseren van kritiek. Ik ben in opleiding tot arts en zie dat anderen meer moeite met commentaar van dokters hebben dan ik.”

Ze trokken niet aan de bel bij hun ouders. Er was een ‘gymzaal-omerta’. Ouders kwamen er niet in en als ze in het weekend hun dochters ophaalden, praatten die liever over andere zaken. Sommigen vreesden van turnen te worden afgehaald als hun ouders wisten hoe ze werden uitgefoeterd. Wie thuis klaagde, werd als een zwakkeling beschouwd.

Verzet in Zoetermeer

Aan het begin van dit decennium sloegen enkele turnsters alarm over de kindermishandeling die in hun ogen plaatsvond in de turnhallen. Een van hen was Suzanne Harmes. Met Verona van der Leur, Gabriëlla Wammes en Renske Endel vertelde ze in het blad Helden dat hun trainer bij het Zoetermeerse Pro Patria, Frank Louter, hen dagelijks mishandelde. De turnbond ontnam hem zijn licentie. Louter spande daarop een rechtszaak tegen de KNGU aan, die hij won.

„Dat hij nog altijd trainer is bij TON, zegt mij dat de turncultuur niet is veranderd”, zegt Harmes. „Hij mishandelde kinderen structureel. Wie controleert hem vraag ik me af? Zolang Frank nog gewoon in de sport kan werken, wil ik er niets mee te maken hebben.”

Inmiddels doen meer vrouwen een boekje open over hun tijd bij Louter. Ze vertellen hoe hij jonge meisjes belachelijk maakte vanwege hun lichaam ( body-shaming). Eens zette hij een groep pupillen op een rij die hij allemaal pitbulls noemde, op een enkeling na – dat was een putbil.

„Het was een onveilig klimaat”, zegt Lichelle Wong, die van 2003 tot 2008 bij hem trainde en zijn tirades kan dromen: „Donder op mijn zaal uit met je dikke kop. Je kop staat mij niet aan.

Rot op met je snotlijf, jullie zijn een emmer snot.”

Lichelle Wong op het EK in 2008. Foto Robin Utrecht/ANP

„Ik heb tegen mijn ouders altijd gezegd dat het goed ging, maar als een onderwijsdocent zich zo zou gedragen, werd hij meteen ontslagen. Zoals Frank zijn frustraties uitte, dat was niet normaal. Er was een meisje dat haar been dacht te hebben gebroken. ‘Kijk hoe dik het is’, zei ze. ‘Maar jij heb toch ook dikke benen?’ zei hij.”

Volgens Harmes werd zijn werkwijze door anderen geaccepteerd. „Vergeet niet dat er ook andere trainers en bondsmensen in de zaal waren. Zij hoorden hoe hij met kinderen omging.”

Lees ook De turnbond móést wel ingrijpen

Dianne Teunisse, in 2010 lid van Jong Oranje en het Nederlands team, trainde ook in Zoetermeer. Zij zegt: „De omvang van de huidige opstand van oud- én huidige turnsters getuigt van een structureel probleem. Het is tijd dat alle trainers eens in de spiegel kijken. Maar ook dat de politiek, en wij als maatschappij, de trainers die spiegels voorhouden. Waarom is zo lang toegestaan dat de maatschappelijke verontwaardiging over de misstanden na goede prestaties weer verdwijnt?”

Toch wil zij ook benadrukken dat ze ook veel positieve herinneringen heeft overgehouden aan turnen, net als Lichelle Wong.

Turnrobot

Geen van de vrouwen ontving na hun carrière enige nazorg. Sommigen ervoeren dat alsof ze slechts een nummer waren geweest. En vervolgens een turnrobot die het niet meer deed. Yvette Moshage: „Ik ben gestopt vanwege een blessure. Daarna heeft nooit meer iemand gebeld. Eén belletje was al fijn geweest.”

Yvette Moshage op het EK in 2011. Foto Robin Utrecht/ANP

Raffaella Bidotti: „Toen ik Vincent Wevers later eens tegenkwam op een toernooi, liep hij me straal voorbij.” Teunisse: „Het is tijd dat er geluisterd wordt naar de sterke vrouwen en hun familieleden die zich op dit moment uitspreken en die zich in het verleden hebben uitgesproken. Ik hoop dat de meldingen die al eerder zijn gedaan óók worden onderzocht.”

Lichelle Wong zegt dat niet vergeten mag worden dat de meeste ex-topturnsters goed terecht zijn gekomen. „Ondanks óf dankzij de sport.”

Turncoach Frank Louter wil niet reageren. Vincent Wevers reageerde niet op een verzoek om een reactie.