‘Mijn kinderen moeten niet doen wat ik wil’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Ibrahim Musse (51) uit Goes. „Ik zou wel in het Europees Parlement willen komen.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

‘Zeeland is een mooie provincie. Schoon. Veel groen, bruggen. Ik hou van open landschappen. Het is mooi om op de dijk te staan bij de stormvloedkering en uit te kijken over de Noordzee.

„Al 22 jaar werk ik bij een olieraffinaderij. Je moet altijd zorgen dat je je eigen brood verdient, dan heb je autonomie. Mijn eerste baan in Nederland was in een slagerij in Nijmegen. In Zeeland ging ik appels plukken, in vakantieparken werken, bij bouwbedrijven. Ik deed een beveiligersopleiding en als beveiliger studeerde ik procestechniek – ik wilde in Somalië al de technische kant op. Een jaar of acht heb ik in ploegendiensten gewerkt.

„Tot ik alleenstaande vader werd. Ik was gescheiden van mijn vrouw, de kinderen gingen eerst met haar mee. Na een tijdje was zij niet meer in staat voor hen te zorgen. De rechter heeft besloten dat de kinderen bij mij kwamen. Drie kleine kinderen, vier, vijf en zeven. Ik ben de dagdienst ingegaan, heb mezelf omgeschoold en ben gaan werken voor de afdeling finance en accountancy.

„Het was een heel, heel drukke periode. Zes uur op, zo niet eerder. Eten maken, kinderen naar de voorschoolse opvang brengen. Na het werk: ophalen bij de naschoolse opvang. Dan moest de een zwemmen, de ander voetballen, de derde naar een vriendje.

„In het begin kwam er een keer per week een pedagoog kijken hoe ik het deed. Dat vond ik niet erg. Als ik het niet zou kunnen, wilde ik de kinderen niet in gevaar brengen. Ik kreeg alleen maar lovende woorden.

„In Somalië werd je vooral opgevoed door je moeder. Mijn vader was zakenman, zij verpleegster. Het systeem was goed, communisme-achtig. Wij droegen een schooluniform en als je niet op school kwam stond er een ambtenaar voor de deur. Vrouwen waren gelijk aan mannen, ze waren piloot, zaten in de militaire top. We gingen weleens naar de moskee, maar godsdienst was niet sterk aanwezig. Meisjes mochten op school geen hoofddoek dragen.

„Het was een vreedzame tijd, tot er een opstand kwam tegen de regering. Het leger viel uiteen in duizenden milities. Overal werd geschoten. Je wist niet wie de vijand was en wie niet. Met wat je aan hebt, ga je weg. Ik zag mijn moeder pas 21 jaar later terug.

In Thailand vroegen ze waar ik vandaan kwam. Ik zeg: uit Nederland. In Nederland vragen ze ook waar ik vandaan kom. Dat maakt mij niet boos. Ik heb een andere kleur, dat roept een vraag op.

‘In Somalië ben ik nu een buitenlander. Je wordt anders behandeld, je hoort er niet meer bij. Dat moet je accepteren. In Nederland is het precies zo. Wij waren vorig jaar in Thailand op vakantie. Daar vroegen ze waar ik vandaan kwam. Ik zeg: uit Nederland. In Nederland vragen ze ook waar ik vandaan kom. Dat maakt mij niet boos. Ik heb een andere kleur, dat roept een vraag op. Mensen zijn nieuwsgierig. Ik zie dat niet als negatief.

„Sinds een jaar of twee ben ik actief lid van de VVD. Ik ben een bewonderaar van premier Rutte. Een kalme man, hij denkt na voordat hij wat zegt. Je moet niet kortzichtig dingen zeggen om een punt te scoren of stemmen te krijgen. Dingen als: ‘Ik ga mensen terugsturen.’ Zo werkt het niet. Ik ben Nederlander. Mijn kinderen zijn hier geboren. Je moet zorgen dat zij niet anders behandeld worden terwijl ze hun best willen doen. Willen bijdragen.

„Ik zou wel in het Europees Parlement willen komen. Europa is een kleurrijk continent, Nederland is ook multiraciaal. Als iemand als ik Nederland vertegenwoordigt in de EU is dat alleen maar goed voor het beeld van Nederland. En het is goed dat de hele Nederlandse bevolking vertegenwoordigd wordt.

„Mijn kinderen zijn bezig zonder mij het leven in te gaan. Ze spreken geen Somalisch. Ik vond: daar hebben ze niets aan. Ik dacht ook: ze moeten niet zo hoeven worstelen met de taal als ik heb gedaan. De oudste ging internationaal recht studeren, ik wilde graag dat zij advocaat werd. Na een jaar zei ze: ik doe dit om jou niet teleur te stellen, maar eigenlijk wil ik het niet. Ik zei: meteen stoppen. Het was geen teleurstelling, meer een besef: ze moeten niet doen wat ik wil. Hun pad moeten ze zelf kiezen. Ik moet hen helpen te bereiken wat zij willen.

„Ze heeft gekozen voor human resource management. Haar zus doet marketing en communicatie. Mijn zoon zegt dat hij bij de marechaussee wil. Zolang ze hun best doen en verantwoordelijkheid nemen voor hun leven maak ik me geen zorgen over hun carrière. Het Nederlandse onderwijssysteem is beter dan in veel andere landen. Dat helpt.”