Opinie

‘Met wie deel jij het bed’ is wél een belangrijke vraag

‘Ik adoreer de Nederlandse vrouw. Ik hou van wit vlees’. In een openhartig interview over zijn afkomst in de Volkskrant kwam de in Egypte geboren acteur Saabri Saad El Hamus afgelopen week onomwonden uit voor zijn erotische voorkeur. Kom er maar eens om in deze tijd, waar het witte vlees schuldig en geprivilegieerd is en minder gunstige stereotypen van witte vrouwen het publieke domein beheersen.

Ik werd vrolijk van de onbekommerdheid waarmee El Hamus de interetnische én interculturele liefde een levenslustig opkontje geeft. Het deed me denken aan de gesprekken die ik ooit voerde over gemengde liefde met een aantal Turkse hoogopgeleide jonge vrouwen. Zij spraken over hun witte Nederlandse geliefden als hadden ze de erotische hoofdprijs gewonnen („Erik is zó lang, zó blond en zó knap. Hij vroeg ook eerst of hij me mocht zoenen, geweldig, dat zou een Turkse man nooit doen”). De gesprekken waren ongeremd, vrij van censuur, pijnlijk en grappig – en gingen over het exotische verschil van afkomst als bron van aantrekkingskracht. Waar ik in de oer-Hollandse Erik een tamelijk saaie doorsneeman zag, kreeg hij zowaar wat sexy glans wanneer ik hem bezag door de ogen van Ayça.

Ten tijde van Black Lives Matters is er in Nederland opnieuw een discussie opgelaaid over de interetnische liefde. In de boeiende podcast De plantage van onze voorouders ontstaat een pijnlijke botsing tussen de makers, als de witte Nederlandse Maartje Duin en de bruine Nederlandse van Surinaams afkomst Peggy Bouva het hebben over partnerkeuze. Als Bouva aangeeft dat zij het niet zou toejuichen als haar dochter met een wit vriendje zou thuiskomen, reageert Duin geschokt. Bouva geeft aan dat in zulke relaties „de zwarte gemeenschap het onderspit moet delven” en „haar cultuur zou kunnen verwateren”. „Maar die kant moeten we toch niet op willen?”, aldus Duin, „…dat iedereen zich gaat terugtrekken in de eigen kleur?”

Waar Duin zich afvraagt of je ook in een relatie je gemeenschap kunt „representeren”, meent Bouva dat zulke relaties verscheurde families opleveren en dat je niet iets zou moeten opgeven van je identiteit. Maar, stelt Duin, dat doe je toch sowieso, in de liefde, iets van jezelf opgeven?

Ik probeer mij in Bouva te verplaatsen, want Bouva staat in anti-racistische kringen niet alleen in haar opvatting dat een witte partner een vorm van verraad betekent. Is haar positie wellicht te vergelijken met feministen in de jaren zeventig die bewust lesbische relaties aangingen omdat ze niet met hun ‘onderdrukker’ naar bed wilden gaan? Aan die opvatting zitten meerdere intrigerende aspecten. Het maakt de rol van biologie en instinct bij partnerkeuze minder gewichtig. En is liefde als vorm van zelfverlies niet sowieso een al te romantische opvatting en bovendien een slecht recept voor een bestendige relatie?

Veel feministen zijn echter van hun radicale seksuele politieke keuze teruggekomen. Het persoonlijke mag dan politiek zijn, wie het politieke oplegt aan zijn persoonlijke leven, komt in een tamelijk vreugdeloze dictatuur terecht.

Over vreugde gesproken, de tijd waarin de gemengde koppels je in de culturele verbeelding om de oren vlogen, zoals in Theo van Goghs tv-serie Najib & Julia of in de filmkomedie Shouf Shouf Habibi lijkt gelijktijdig teloorgegaan met het ideaal van de multiculturele samenleving. Jammer, want het zou juist nu verfrissend kunnen zijn om het al te rigide zwart-wit denken te doorbreken. „Ik zal nooit vragen met wie je het bed deelt”, zei Janine Abbring tijdens Zomergasten vorig weekeinde tegen Inez Weski. Ik denk dat je het wel moet vragen. Met wie je het bed deelt, wie dat mag weten en wie niet, en hoe de culturele verbeelding er mee om gaat – dat is geen onbenullig wissewasje waarover niet gesproken zou mogen worden. Integendeel, het maakt vooroordelen, grensoverschrijdingen en taboes vaak in één klap duidelijk.

Waar de (Nederlandse) film het gemengde stel in de kou laat staan, is de tv-serie Oogappels een aangename uitzondering in de culturele verbeelding. Daarin zijn gemengde relaties vanzelfsprekend. Ze worden niet nadrukkelijk gethematiseerd noch zijn de stellen overdreven gelukkig (‘integratietelevisie’). Als ‘superdiversiteit’ het gemeenschappelijke toekomstvisioen is (wat mij betreft wel), hebben we veel meer van dit soort voorbeelden nodig op het witte doek en in het échte leven.

Stine Jensen is filosoof en schrijver. Zij vervangt deze week Rosanne Hertzberger.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.