Legendarisch blunderfeest

Hans Ree

Toen Anand en Kramnik aan het begin van het Legends of Chess onlinetoernooi een spannende partij hadden gespeeld die door Kramnik was gewonnen, buitelden commentatoren en gewone kijkers over elkaar heen om juist Anand uitbundig te complimenteren.

Het was een legendarische partij geweest, vonden ze. Een meesterwerk, de partij van het jaar en een van Anands mooiste partijen. Jammer dat hij door tijdnood verloren had.

Het was inderdaad een bezienswaardige partij, maar als je die met een schaakprogramma naspeelde, zag je dat Anand eerst groot voordeel had, maar het liet glippen, waarna het ongeveer gelijk stond, en dat vervolgens Kramnik een enorm voordeel kreeg. Maar ook Kramnik gaf dat voordeel uit handen en toen stond Anand een zet voor het einde op + 11. Dat is computertaal, die tegenwoordig ook door mensen wordt gesproken. In oude mensentaal betekent het dat Anand een voordeel had dat meer dan een dame waard was. Toen deed hij een verschrikkelijke zet waarna hij meteen op moest geven.

Zo ziet dus een ‘legendarische’ partij tussen twee oud-wereldkampioenen er uit in de tijd van de snelle online toernooien; als een blunderfeest. Een commentator schreef dat juist die blunders een traktatie voor de toeschouwers zijn. Spanning en sensatie toch? Maar ik ween, en bid dat we het straks weer mogen zien dat de grote denkers tijd krijgen om na te denken. Anand wil dat ook graag en zei: „Ik heb meer Zoom gezien dan ik me ooit hoop te herinneren.”

Toch kun je ook bij dat snelle schaak vaak zien hoe goed de topschakers zijn. Ik was bijvoorbeeld onder de indruk toen Magnus Carlsen als toeschouwer bij een partij Nakamura - Ding uit een vorig toernooi, na Dings zet 31...Kh7-g8 meteen twitterde: „De zwarte koning komt terecht op b7, dat is zeker.” En inderdaad, elf zetten later stond die koning op b7. Anderen piekeren zich suf over wat er kan gebeuren, maar Carlsen weet het in een seconde.

Dat ‘Legends of Chess’ had eerst een kwalificatietoernooi en daarna spelen de vier besten tot aanstaande woensdag de halve finales en de finale. Het zijn Carlsen, Nepomniatsjtsji, Svidler en Giri.

Carlsen was in het kwalificatietoernooi een soeverein heerser door al zijn negen mini-matches te winnen. Soms vlogen ze al in het begin als motten naar het licht.

Magnus Carlsen - Ding Liren, Legends of Chess 2020

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pf3 d5 4. Pc3 c6 5. Lg5 h6 6. Lh4 dxc4 7. e4 g5 8. Lg3 b5 9. Le2 Lb7 10. 0-0 Pbd7 11. Pd2 Db6 12. a4 a6 13. e5 Pd5 14. Pde4 c5 15. Pxd5 Lxd5 16. Pc3 cxd4 17. Pxd5 exd5 18. Lh5 Deze stelling was in 2007 al eens voorgekomen in een partij waarin zwart met 18...Lg7 19. e6 0-0 20. exd7 Tad8 een zeer dubieus stukoffer bracht, maar wel won. 18...Pc5 Nu staat zwart verloren. Hij had waarschijnlijk wel een stuk moeten offeren, maar op een andere manier. Na 18...Le7 19. e6 Dxe6 20. Te1 Df6 21. Lg4 0-0 22. Lxd7 Ld6 gaat het misschien nog. 19. Dxd4 Nu zijn zowel 20. Dxd5 als 20. e6 dodelijke dreigingen. 19...De6 Ook na 19...Lg7 20. Dxd5 0-0 21. Lxf7+ heeft wit een winnende aanval. 20. Lg4 Pb3 21. Dd1 Dc6 22. axb5 Dxb5 23. e6

Zie diagram

Zwarts koning in het midden is reddeloos. 23...fxe6 24. Lxe6 Ta7 25. Lxd5 Pxa1 26. Df3 Zwart gaf op.