Reportage

Ineens zit het altijd rustige noorden ‘bommetjevol’ met vakantiegangers

Toerisme De noordelijke provincies zijn (her)ontdekt als vakantiebestemming. Want: „In Drenthe is weinig corona en veel natuur.”

Fietsers op het zogeheten mammoetpad, dichtbij het Hunebedcentrum in Drenthe.
Fietsers op het zogeheten mammoetpad, dichtbij het Hunebedcentrum in Drenthe. Foto Sake Elzinga

‘Ik heb het reserveringssysteem voor morgen maar uitgezet”, zegt de in kokskleding gehesen man van Annemarie Buchner, terwijl ze zelf buiten op het terras de tafeltjes afneemt. Alle plekken in café Tante Sweel in het Drentse Zweeloo zijn de komende dagen al gereserveerd. „We moeten elke dag mensen teleurstellen”, vertelt ze. Ook de rest van het schilderachtige dorpje barst al weken uit haar voegen. Buchner: „Alle campings, bed&breakfasts, cafetaria’s en restaurants: alles zit bommetjevol.”

Volgepakte auto’s met dakkoffers en fietsendragers scheuren langs het café, gezinnen met zwaarbeladen tourfietsen, senioren op de elektrische fiets, vriendengroepen op hun motoren. „Vrijdag is wisseldag”, lacht Buchner. „Morgen begint de drukte weer van voren af aan.” Het is „véél drukker dan andere jaren” in het dorp, merkt ze. Naast de Duitsers en Belgen die haar terras aandoen, ziet ze dit jaar vooral veel toeristen uit eigen land. Vooral de Limburgers en Brabanders doorkruisen in groten getale het land voor een bezoekje aan het hoge noorden.

Niet alleen in Zweeloo is het een drukke zomer. Alle noordelijke provincies worden overspoeld met vakantiegangers. Hoewel de toerismecijfers van statistiekbureau CBS nog moeten verschijnen, is de toeristenstroom overal zichtbaar.

Volle boerencamping

Toeristen met fotocamera’s van een armlengte. In het centrum van Appingedam is dat donderdagmiddag het gesprek van de dag. Verbaasd tikt een oudere bewoner zijn buurman aan: „Daar liep er weer één met zo’n ding”, zegt hij. Ze vallen op, de toeristen die rondscharrelen in het oude centrum van Appingedam op zoek naar mooie plaatjes én vooral naar de bekende hangende keukens boven het Damsterdiep.

In de rest van de provincie hetzelfde beeld van drommen toeristen: rondom de gele kerktoren in het piepkleine Hornhuizen bij de Groningse Waddenzee, tot aan de overvolle mini-boerencamping tussen de melkveebedrijven in het Friese Kollum. Bij de sluis van Zoutkamp is het filerijden. Vrijdag moest rederij Wagenborgen extra boten inzetten naar Schiermonnikoog.

„De meeste accommodaties zijn volgeboekt”, zegt Susan Apfel van toerismebureau Marketing Groningen. „We zien minder internationale toeristen dan in een normale zomer, maar veel meer Nederlanders die hun eigen provincies weer aan het ontdekken zijn.”

„Het is twee keer zo druk als vorig jaar”, zegt Lennart van Barneveld van camping Mareland in het Groningse Winsum. „De hele zomer zijn we volgeboekt, we hadden wel twee campings kunnen vullen. Dat heb ik nog nooit meegemaakt.” Het verschil met het begin van de coronacrisis in maart noemt hij „bizar”. „Toen liep ik in mijn eentje rond op een lege camping, nu moeten we extra mensen aannemen om alles nog in goede banen te leiden”. Volgens Van Barneveld komt negentig procent van de bezoekers uit Nederland, waar dat normaal gesproken ongeveer de helft is. „Het zijn vooral veel Brabanders die naar het noorden komen omdat ze het idee hebben dat hier geen corona is geweest”.

Dat hoort ook Michelle Hamminga van het VVV-kantoor in Assen van de toeristen die ze spreekt. „Ze hebben het idee dat wij in het noorden corona-vrij zijn. In Drenthe is weinig corona en veel natuur. Je kunt alle kanten op fietsen en wandelen.”

Drenthe en Groningen horen inderdaad bij de minst besmette regio’s van West-Europa. Volgens onderzoek van de GGD’s zijn hier slechts dertig op de tienduizend geteste inwoners besmet.

„Het gaat de hele dag maar door hier”, zegt Lisa van der Laan (33), bedrijfsleider van het TOETjesparadijs in het centrum van Groningen, terwijl ze boven een gasfornuis met twee pannen in de weer is. Ze komt handen te kort om haar klanten op het terras te voorzien van pannenkoeken. Andere zomers is de binnenstad van Groningen uitgestorven – de studenten die door het jaar heen het straatbeeld domineren, vertrekken dan veelal naar hun ouders of zonnige oorden – maar nu is het er propvol.

Lees ook: Na de feestvakantie kan oma beter niet worden geknuffeld

Buitenlandse toeristen lijken voor Groningen te kiezen vanwege het soepele coronabeleid. „In Duitsland moeten we mondkapjes dragen”, vertelt de man van een gepensioneerd Duits echtpaar dat langs de kraampjes op de Vismarkt schuifelt. „En in Groningen is iedereen veel voorzichtiger met afstand houden.” Ook Brigitte Stauche (62), die vanwege de mondkapjesplicht in Duitsland daar al maanden geen winkel meer ingaat, is blij dat ze in Groningen, slechts een paar uurtjes rijden vanaf haar woonplaats, zonder mondkapje kan rondlopen in de buitenlucht. Festivalorganisatoren hebben het inmiddels ook begrepen: in de noordelijke provincies kun je nog wat gederfde inkomsten terugverdienen aan het toerisme. Zo is Frederik Noordhuis, decorbouwer voor megafestivals als Tomorrowland, een Drentse camping begonnen met zijn broer en vriendin, nadat al zijn werk kwam te vervallen na de lockdown. Direct na de opening waren alle 25 plaatsen op zijn camping De Wildevier volgeboekt. Mensen komen af op het „sfeertje dat we hebben gecreëerd”, zegt Noordhuis. „Iedereen kan lekker bij het kampvuur zitten, een barretje erbij. Het zijn de dingen die nog net kunnen in corona-tijd, voordat het echt een festival wordt”.

Ook ID&T, organisator van dancefestivals als Mysteryland, is een tijdelijke camping begonnen aan het Drentse Ermerstrand. De camping (20 hectare groot) verkoopt zichzelf als ‘de grootste chill-out van de zomer’ en is voorzien van allerlei festival-activiteiten – dans, muziek, eten, yoga – alleen dan zonder dat het een festival mag heten. In Drenthe maken ze nu zelfs kennis met de keerzijde van het toerisme: door de mega-camping is zelfs het aanliggende strand afgesloten. Waar recreanten voorheen gratis konden zwemmen, moeten ze nu een dagticket kopen bij de camping voor 19,95 euro. Omwonenden zijn er boos over, maar volgens de festivalorganisator kan het niet anders: het mag wegens corona immers niet te druk worden op het campinggebied.

Met medewerking van Mark Middel