Een bewoonster praat vanaf het balkon met haar dochter.

Foto José Colon

In ‘familieland’ Spanje stierven duizenden ouderen eenzaam in tehuizen

Spanje Spaanse ouderen in bejaardentehuizen overleefden het bewind van Franco en maakten soms ook nog de burgeroorlog mee. Velen van hen stierven dit voorjaar door corona. ‘Het is niet te verkroppen dat juist deze generatie opnieuw zo hard getroffen is.’

Het werd María Santiago middenin de coronacrisis bijna even allemaal te veel. De 49-jarige directrice van geriatrisch centrum Gure Etxea probeerde met Covid-19 besmette bewoners naar een ziekenhuis te laten vervoeren. Ongeschreven instructies van hogerhand lieten dat niet toe. De bewoners stierven voor haar ogen. Het enige wat ze kon doen was met haar moeder en haar zus, die ook in het centrum werken, doorvechten tegen het virus. Zelf werden ze ook alledrie ziek. „We hadden niet eens beschermende kleding of mondkapjes”, zegt ze in een telefoongesprek. „Het leek hier een veldhospitaal aan de frontlinie. We hebben nog altijd geen afscheid van de doden kunnen nemen. Dat doet heel veel pijn.”

Gure Etxea, in de binnenstad van Barcelona, is één van de 5.400 bejaardenhuizen in Spanje. Van de 380.000 ouderen die in deze residencias woonden, overleden er volgens cijfers van de zeventien Spaanse deelregio’s in de voorbije maanden 27.400. Tweederde van de sterfgevallen wordt in verband gebracht met Covid-19. In steden als Madrid en Barcelona stierf zelfs een op zes van de ouderen in de tehuizen. In Nederland zijn volgens cijfers van het RIVM iets minder dan drieduizend verpleeghuisbewoners overleden door Covid-19.

Het coronavirus is alweer terug. Net als de andere bejaardenhuizen in Barcelona is Gure Etxea opnieuw van de buitenwereld afgesloten. Volgens Santiago zijn er geen besmettingen en is de situatie nu wel onder controle. „Maar het is een ramp waar velen nog jaren last van zullen hebben”, zegt ze. „Het is niet te verkroppen dat juist deze generatie opnieuw zo hard getroffen is.”

Dienende rol

De bewoners van Spaanse bejaardenhuizen zijn vaak letterlijk door het leven getekend. Sommigen maakten de bloedige burgeroorlog (1936-1939) nog mee, allen leefden onder het regime van Francisco Franco (1939-1975). „Naast fysieke ongemakken heeft bijna iedereen bij ons ook mentale problemen”, zegt Santiago.

Bittere armoede en een voortdurende tweestrijd tussen republikeinen en Franquisten markeerden de Spaanse samenleving halverwege de vorige eeuw. Die was daarbij sterk patriarchaal. Mannen werden geacht keihard te werken om een eigen huis voor de familie te kunnen bouwen. Vrouwen hadden een dienende rol. Van hen werd verwacht dat ze kinderen baarden, de ouderen verzorgden en het huishouden deden. Kinderdagverblijven of bejaardentehuizen bestonden niet. Ouderen bleven tot hun dood bij een van de kinderen in huis. Daarover was geen discussie.

Historicus Artur Domingo i Barnils (67) gaat in het Catalaanse plaatsje Garriguella in gedachten ver terug in de vorige eeuw. „Mijn moeder werd in 1917 geboren”, vertelt hij telefonisch. „Ze was negentien jaar toen ze in Barcelona de burgeroorlog meemaakte. De stad werd gebombardeerd door de Italianen en door troepen van Franco. Ze kwam er tijdens de dictatuur al vroeg alleen voor te staan. Ik was acht jaar toen mijn vader op zijn 42ste overleed, maar ik kreeg zorg genoeg. We leefden in een huis vol vrouwen. Mijn oma en tante woonden ook bij ons.”

Als Domingo het Spanje van weleer vergelijkt met het land nu, ziet hij een andere wereld. „Mijn moeder verstelde pantalons om wat geld te verdienen. Buiten op straat mochten we geen Catalaans praten. Je voelde de onderdrukking. Het was een lijden in stilte. De ouderen vormden een zwijgende generatie. Deels om hun kinderen te beschermen. Die gunden ze een veel beter leven dan ze zelf hadden.”

Het is niet te verkroppen dat juist deze generatie opnieuw zo hard getroffen is.

María Santiagodirectrice, Gure Etxea

Domingo kreeg de kans om geschiedenis te studeren. Als 25-jarige maakte hij in 1978 de overgang mee van dictatuur naar democratie. Het verschil met de rest van West-Europa was enorm. Te groot voor veel oudere Spanjaarden, die het verleden niet goed achter zich konden laten en dachten dat Spanje de moderne landen nooit zou inhalen. Voor jongeren als Domingo was dat anders. „Buitenlandse toeristen vergaapten zich misschien aan de oude, vredige mannetjes op dorpspleinen; wij zagen mensen uit andere landen liever als een voorbeeld”, zegt Domingo. „Europa hield ons een spiegel voor van een modernere samenleving. De algehele mentaliteit veranderde.”

Hoewel naaste familie in de 21ste eeuw nog altijd een belangrijke plaats inneemt, verrezen vanaf de jaren 80 steeds meer bejaardenhuizen. Deze casas para la tercera edad werden aanvankelijk veelal weggestopt in dorpjes op het platteland – als iets om je voor te schamen. „Het werd toch als een soort nederlaag gezien als je je ouders naar een tehuis bracht. En voor de ouderen zelf was het heel stigmatiserend”, legt Domingo uit. Toch gebeurde het meer en meer. „Jongeren wilden in het nieuwe Spanje carrière maken. Vrouwen eisten hun plek op de arbeidsmarkt op. Het zorgen voor oude, zieke mensen paste steeds minder bij het modernere stadsleven.”

Bewoonster van geriatrisch centrum Gure Etxea in de binnenstad van Barcelona. Het is weer afgesloten van de buitenwereld. Foto José Colon

‘Horrorhuis’

Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) worden Spanjaarden, na Japanners, wereldwijd het oudst. Er zijn in Spanje 17.000 mensen van honderd jaar en ouder. En omdat er sinds 2015 minder Spanjaarden worden geboren dan er dood gaan, zal de vergrijzing flink doorzetten.

Het bedrijfsleven ontdekte een nieuwe markt voor ouderen met geld en overal in Spanje kwamen privé-tehuizen waar bejaarden voor gemiddeld 2.000 euro per maand kost, inwoning en verzorging krijgen. Zo opende in Barcelona geriatrisch centrum Gure Etxea in 1984 zijn deuren als een ‘familiebedrijf’ waar plaats is voor veertig bewoners. De Spaanse overheid kon niet achterblijven en zette veel goedkopere publieke en semi-publieke complexen voor ‘de derde generatie’ neer. In Spanje ontstond zo een scherpe tweedeling in de ouderenzorg.

Ook de zevenhonderd huizen in Madrid vormen een mix van publieke en private instellingen. Tomás Bernardo (55) hikte lang aan tegen het besluit zijn vader Casimiro naar een tehuis te brengen. Zijn vader behoorde tot de miljoenen Spanjaarden die het Spaanse platteland in de vorige eeuw verruilden voor Madrid. „Mijn vader kwam uit de provincie Salamanca. Hij hield zijn gezin met allerlei baantjes overeind. Het was altijd zijn wens dat zijn kinderen zouden kunnen studeren. En dat is ook gebeurd”, vertelt Tomás Bernardo. „Als kind wil je er dan ook voor hem zijn. De laatste jaren ging het steeds slechter met hem. We hebben vorig jaar in overleg besloten mijn vader weg te brengen naar een tehuis met een goede naam.”

Monte Hermoso haalde in maart het wereldnieuws als het ‘horrorhuis’ waar de lijken in de kelders lagen opgestapeld. Binnen een paar weken vielen er twintig doden. Casimiro Bernardo was één van hen. Na middernacht ging de telefoon. Verschrikt nam Tomás Bernardo op. „Bent u de zoon van Casimiro Bernardo?”, vroeg een medewerker van Monte Hermoso. „Uw vader is overleden, u kunt zijn lichaam komen ophalen.”

Tot op de dag vandaag heeft Tomás Bernardo geen antwoord gekregen op zijn vragen. Was zijn 85-jarige vader echt besmet? Waarom hebben ze hem niet naar het ziekenhuis gebracht? Onder welke omstandigheden is hij gestorven? „We hebben helemaal niets meer gehoord”, zegt Tomás Bernardo vier maanden na de dood van zijn vader. „We kunnen alleen maar justitie haar werk laten doen. Maar de kans dat er opheldering komt is heel klein.”

Rouwmonumentjes

De dramatische situatie in Monte Hermoso staat niet op zichzelf. Het is een van de veertien Madrileense bejaardenhuizen waarvan de leiding is overgenomen door de regionale overheid. Justitie doet onderzoek naar de slachtoffers die dagen achtereen in lijkkisten werden opgeslagen in een ijsstadion omdat de mortuaria vol waren. Overal in de hoofdstad zijn voor residencias geïmproviseerde rouwmonumentjes geplaatst ter nagedachtenis aan de duizenden die stierven in de tehuizen. Bloemen en briefjes herinneren aan de overledenen.

Achteraf is gebleken dat ziekenhuizen op het hoogtepunt van de crisis in maart en april te verstaan is gegeven geen ouderen met Covid-19 uit tehuizen meer op te nemen. Meer dan tweehonderd families hebben naar aanleiding daarvan een klacht ingediend tegen de regionale overheid.

Als ambulances weigeren doodzieke patiënten op te halen, staan ook wij machteloos.

María Santiagodirectrice, Gure Etxea

Directrice María Santiago moest in Gure Etxea afscheid nemen van dertien van de veertig bewoners. Bij vijf van hen werd met zekerheid vastgesteld dat ze met Covid-19 waren besmet. „De exacte cijfers zullen nooit meer duidelijk worden. Simpelweg omdat er heel vaak geen testen zijn gedaan”, zegt Santiago. „We hebben geprobeerd zo open mogelijk te communiceren met de families van onze bewoners. Maar als ambulances weigeren doodzieke patiënten op te halen, staan ook wij machteloos. En dat is gebeurd. De nabestaanden moesten het doen met de urn met as van hun geliefden.”

De wijze waarop duizenden ouderen tijdens de pandemie aan hun einde kwamen, zal een diep litteken achterlaten in Spanje. En María Santiago vreest dat er amper lessen getrokken zullen worden. „Als ik in Barcelona de metro of de bus in stap, zie ik veel jongeren zonder mondkapje. Alsof het allemaal alweer achter ons ligt”, verzucht ze. Maar de stad heeft te maken met een tweede uitbraak en opnieuw zijn haar bewoners het kwetsbaarst. Santiago: „Nee, Spanjaarden leren doorgaans niet veel van hun geschiedenis.”

 

Beeld vanaf de eerste verdieping. Foto José Colon

Bewoonster met lichamelijke en geestelijke beperkingen in het deel voor niet besmette bewoners. Foto José Colon

Verzorgend personeel houdt een bewoonster vast voor een coronatest. Foto José Colon

Een bewoonster viert haar 95ste verjaardag. Foto José Colon

Een bewoonster wacht op hulp van het personeel. Foto José Colon

Een uitvaartondernemer neemt het lichaam van een overleden bewoner mee. Foto José Colon

Dozen vol bezittingen van bewoners. Foto José Colon

Een donkere kamer in Gure Etxea. Foto José Colon