‘Ik ga bijna nooit ‘gewoon’ op vakantie’

Spitsuur Hulpverlener Ans Feijen (63) stopte met werken, maar bleef hulp verlenen. Ze reist veel, houdt van kinderen en van stilte. „Ik ben graag samen met mensen die leven vanuit hun hart.”

Foto David Galjaard

Ans: „Ik heb altijd veel tegelijk gedaan in mijn leven. Toen ik nog in Rotterdam woonde, had ik een praktijk als zelfstandig therapeut voor ouders en kinderen. Daarnaast werkte ik als psychiatrisch verpleegkundige, onder andere in een verslavingskliniek. In die jaren heb ik me ingezet voor de vrouwenhulpverlening en reisde ik veel, soms wel twee of drie keer per jaar, naar een natuurvolk. Twee jaar geleden ben ik gestopt met werken. Maar na een reis naar West-Papoea, begin dit jaar, waar ik veel met getraumatiseerde kinderen omging, heb ik besloten toch nog even door te gaan. Ik hou van kinderen, wie ze ook zijn. Ik vind het belangrijk dat ze geborgenheid krijgen en de ruimte om zichzelf te zijn. Ik zal ze nooit afrekenen op negatief gedrag. Bovendien is er in de jeugdzorg in Nederland een groot tekort aan personeel.

„Reizen kost veel geld, maar als ik ergens ben, leef ik wel heel basic. Ik ben graag samen met mensen die leven vanuit hun hart. En die mensen vind je bij natuurvolken. Zo ben ik bij de Toeareg in de Sahara geweest, in Groenland, Tibet, Ladakh, Guatemala en dit voorjaar was het de zesde keer dat ik bij de Papoea’s was. Ik ga er nooit heen als ontwikkelingswerker, eerder als bondgenote, gast en vriendin. We kunnen veel van elkaar leren. De Papoea’s leven en werken vanuit innige verbondenheid met elkaar en de omringende natuur. Deze keer vertelde de bevolking me veel over de Indonesische repressie en vroegen zij mij hun vaak zeer schrijnende verhalen bekend te maken en te berichten over de kracht en schoonheid van de Papoea-cultuur. In samenwerking met een aantal vrouwen heb ik me ingezet voor traumahulpverlening voor kinderen die ernstig getroffen zijn door het oorlogsgeweld. Helaas brak de coronacrisis uit en moest ik halsoverkop vertrekken voordat de luchthaven dichtging.”

Elkaars beste maatje

Ans: „Zelf heb ik geen kinderen. Ik heb diverse relaties gehad. Met Jan ben ik al ruim 42 jaar bevriend, we zijn elkaars beste maatje. Officieel ben ik alleenstaand, maar zo voel ik me niet. Daarvoor voel ik me te veel verbonden met anderen.

„Ik heb een jaar een gezinshuis gehad voor kinderen. Dat is ook de reden dat ik naar de Achterhoek verhuisd ben. Het was goed om voor deze pleegkinderen te zorgen en jammer dat er door het faillissement van de stichting een einde aan kwam. Al merkte ik dat zo’n dagelijks ritme van opstaan, naar school, uit school, buitenspelen, eten koken, een spelletje doen en dan naar bed op den duur niet goed bij me past. Ik heb meer ruimte en vrijheid nodig.

„Na de middelbare school heb ik in Rotterdam een experimentele opleiding in de verpleegkunde gedaan. Daarna heb ik nog veel opleidingen gevolgd: therapeutisch, psychosociaal en agogisch. En eigenlijk studeer ik nog steeds. Ik ben meer dan twintig jaar intensief betrokken geweest bij het boeddhisme. Maar op een bepaald moment vond ik dat dit toch te veel nadruk legt op onthechting en het bereiken van de verlichting. Ik wilde me juist meer verbínden met het aardse en een bijdrage leveren aan de wereld. Toen ben ik me in het sjamanisme gaan verdiepen, dat zich juist met alles verbonden voelt.

„Ook natuurgeneeskunde interesseert me. Wat ik daarin leer, gebruik ik in mijn werk. Werken met water of vuur is voor kinderen met agressieproblemen erg belangrijk. Maar ook kinderen die te veel in hun schulp zijn gekropen, hebben er vaak veel baat bij als ze een eigen vuurtje mogen hoeden. Ja, kinderen zijn echt een passie van me.

„Ik houd ook van stilte. De lockdown heb ik dan ook ervaren als een heel goede tijd, hoewel ik na die reis naar West-Papoea wel drie weken in quarantaine moest zonder mijn verhalen echt kwijt te kunnen. Dat was moeilijk. Er was me zoveel verteld! Er was daar zoveel ruimte en liefde! Ik vind het samenzijn met mensen nu weer extra fijn, omdat het ineens niet meer vanzelfsprekend was om elkaar aan te kunnen aanraken en echt te ontmoeten. Ik hoop dat we de creativiteit van de lockdown kunnen vasthouden.

Roman schrijven

Ans: „Ook in Nederland leef ik eenvoudig. Ik geef geld uit aan mijn tuin, aan kamerplanten, aan biologische voeding en aan boeken. Ook mijn reizen kosten natuurlijk geld. Ik ga bijna nooit ‘gewoon’ op vakantie. Twee jaar geleden ben ik ruim een maand naar de Azoren geweest, maar toen heb ik een roman geschreven. Het gaat over mensen die bij elkaar betrokken raken als een stervende vrouw hun vertelt dat ze nog één keer terug wil naar Ladakh om afscheid te kunnen nemen van haar pleegkind. Het is mijn tweede roman, ik houd van schrijven.

„Ik ben wel benieuwd wat ik ga doen als ik ooit écht met pensioen ga. Misschien weer iets met keramiek, daar heb ik ook een korte opleiding in gedaan of nog een derde boek schrijven. Maar ik wil ook graag nog veel mooie reizen maken en blijven opkomen voor de belangen van de Papoea’s. Ik weet wél dat ik in Nederland blijf wonen. Het leven is goed hier. Soms mis ik in Barchem de reuring van de stad, maar de rust en natuur van de Achterhoek vind ik belangrijker.”