Erik van Lieshout: „Jij doet dus veel gevaarlijke dingen?” Ellen van Damme: „Ja, maar ik ben niet helemaal gek.”

Foto Lars van den Brink

Interview

‘Ik denk iedere keer dat het níets is wat ik maak’

Zomeravondgesprek | Erik van Lieshout en Ellen ten Damme Beiden zijn alleskunners met een onuitputtelijke drive om te maken. Ellen ten Damme en Erik van Lieshout over hippie-ouders, kunst die nu niet meer kan, faalangst en lef hebben. ‘Tuttig, da’s gewoon saai.’

Kunstenaar Erik van Lieshout is in een „supergoeie bui”, hij heeft zojuist een schilderij verkocht. Zijn Berlijnse galerie belde dat er een koper is voor zijn portret van Boris Johnson met corona. Hij giert het uit, steekt zijn armen hoog in de lucht. „Woehaa! Nou, dan kunnen we weer even vooruit. We leven met zijn drieën van ons kunstbedrijfje, met mijn vrouw die tevens mijn producent is en de editor die mijn films monteert delen we samen de pot.”

Erik van Lieshout (52) kwam zojuist aan met de auto uit Rotterdam, waar hij een atelier heeft op zuid, in de wijk Charlois. Zeven jaar is hij getrouwd met Suzanne met wie hij iedere dag samenwerkt, maar niet samenwoont – „we latten”. Hij maakte over haar in 2009 de openhartige film Sex is Sentimental waarin hij zich afvroeg of je van mensen wel net zoveel kunt houden als van kunst.

Neemt hij in zijn kunst geen blad voor de mond, nu is hij best gespannen, bekent hij in de tuin van gastvrouw Nadia Zerouali in Almere. Hij heeft gemediteerd om zijn zenuwen voor dit „gesprek met vier vrouwen” in toom te houden. „Daarbij heb ik heel hard aan mijn moeder gedacht.”

Een half uur later gaat zangeres Ellen ten Damme (52) – modieus bordeauxrood sportpak en eenzelfde kleur alpinopet – tegenover hem aan de tuintafel zitten. Ze woont op een woonboot in Amsterdam en heeft een werkloods in Wormerveer waar ze haar shows bedenkt en decors en kostuums bewaart. Ze kan niet wachten om straks weer af te reizen naar haar Franse buitenhuis in de heuvels van de Dordogne. Met haar dertig jaar jongere vriend, een pianist die ze ontmoette in het café om de hoek. „Een waanzinnig talent. Ik denk dat men nog wel van hem gaat horen.”

In de eerste minuten tast Ellen stilletjes het gezelschap af: de kale kunstenaar Erik – een uitgelaten spraakwaterval op sandalen, de stralende gastvrouw Nadia die de hele middag en avond à l’improviste in haar keuken voor ons zal koken met groenten in een hoofdrol, en twee journalisten van de cultuurredactie bij NRC. Bedachtzaam, met een zachte stem, zoekt ze naar de juiste woorden.

Hij zocht voor dit gesprek haar muziek op. Zij dacht – ten onrechte – dat hij grote kunstwerken van epoxy maakte. Dat komt vaker voor, zegt hij. „Je hebt een andere vent met dezelfde achternaam, Joep van Lieshout. Allebei komen we uit Brabant, allebei zitten we in Rotterdam. We worden vaak verward, vooral in het buitenland. Daar moet ik wel eens boeken van hem signeren, haha.”

Alleskunners zijn ze, allebei. Met zijn films, schilderijen, tekeningen en installaties doet Erik van Lieshout mee op de hoogste podia in de internationale kunstwereld. In zijn kunst snijdt hij onderwerpen aan als racisme, discriminatie, drugs, seks, geweld en doorgeschoten regelgeving. Hij wil confronteren. Zij wil vermaken. Ellen ten Damme is een podiumbeest dat sinds haar jeugd zingt, acteert, liedjes schrijft. Ze is een lenige ex-turnster die nog zo in een split kan vallen, acrobatisch op haar handen loopt en viool en piano speelt op podia van Parade tot Carré. Ook had ze een succesvolle carrière in Duitsland waar ze stadiontournees deed met rocker Udo Lindenberg.

Kunst mag schuren. Ik hou niet van beledigen, maar provoceren is wel goed

Ellen ten Damme zangeres

Beiden zijn 52. En er blijken meer overeenkomsten te zijn. Yoga. Zwemmen in natuurwater. Gek op dieren. Gepassioneerd praten ze over de vogels met wie ze ooit het huis deelden. Erik had een beo, Ellen een tamme ekster, Arie, met wie ze een voorstelling maakte.

Alles begint bij het opgroeien „in de provincie” – hij in Brabant, zij in Drenthe, maar de familie Ten Damme komt uit de Achterhoek, Winterswijk; ze gaan terug tot het jaar 1400, vertelt Ellen. „De broers en zussen van mijn opa vormden zelf een orkestje, en iedereen zat bij de harmonie. Mijn vader moest kiezen tussen muziek en sport. Hij koos voetbal, terwijl hij graag zong. Hij ging zelfs betaald voetballen bij De Graafschap. Meerdere keren speelde hij tegen Abe Lenstra, kon hij trots vertellen.”

Erik werd door zijn hippie-ouders vanaf zijn achtste meegesleept naar demonstraties. „Ieder weekend ergens anders. Dodewaard, Amsterdam, Den Haag. We waren overal tegen. Alles moest veranderen! Nicaragua, Chili. Mijn vader was een priester die zich bedacht had. Toen mijn ouders op mijn veertiende gingen scheiden, ging ik zelf actievoeren. Ik zat bij Rebel, een afdeling van de SAP, linkse communisten. En ik zette in Brabant een afdeling op van Jongeren Tegen Kruisraketten.”

Jullie groeiden op in de jaren tachtig, de No Future generatie. Hoe heeft dat jullie beïnvloed?

Ellen: „Mijn new wave/artpunkband stamde wel uit die tijd, maar ik kwam er pas in 1996 bij, toen Soviet Sex (opgericht door kunstenaars Peter Klashorst en Maarten van der Ploeg – red.) een doorstart maakte. We repeteerden in het atelier van Klashorst in de Spuistraat en traden alleen op binnen een straal van honderd meter, anders was het te ver lopen. In Hotel Winston aan de Warmoesstraat hadden we een eigen kamer die door de bandleden was beschilderd. Ook ik was afgebeeld, naakt op het plafond. Ik ging daar in bad, want dat had ik thuis niet.”

Hé, wacht even, lacht Erik. „Traden jullie in 1998 op in club Maria in Berlijn? Daar was ik bij. Ik was zéér onder de indruk van Peter Klashorst.”

Ellen: „De enige superanarchist die ik ken. De band hield op door de brand in de Roxy. Daar stond ons halve instrumentarium voor een show.”

Soms weet je zelf nog niet of je schilderijen wel goed genoeg zijn. Maar je moet ze toch altijd weer ophangen

Erik van Lieshout kunstenaar

Ellen zat vanaf haar tiende in bandjes. „In zo’n jeugdhonk, weet je wel. Ik had buttons tegen kernwapens, maar ik was verder niet zo overal tegen. De wereld ging juist een beetje langs me heen. Het was mij allemaal eh… te groot. Ik kon het niet overzien en wilde ook niet meelopen.” Peinzend: „Ik zie trouwens nog steeds niets zwart-wit, ik kan niets met stelligheid beweren. Zaken kunnen twee kanten hebben.”

Een groot verschil met jou, Erik.

Erik: „Zeg dat! Al kan ik rustig weer draaien. Ik vind dit, dat en o, maar ook dat. In mijn films snijd ik twijfel er trouwens uit. Nuance laat je weg. Dat maakt je punt duidelijker.”

We drinken muntthee in kleine Marokkaanse kopjes. Als lunch serveert Nadia gazpacho van watermeloen, tomaten en eigen vlierbloesemazijn. Iedereen duikt op de Marokkaanse dips met platbrood.

Erik heeft in de coronamaanden flink kunnen doorwerken, vertelt hij. „Ik houd van crisis. Inspirerende maanden. Merkel, Rutte, die persconferenties, de mondkapjes. Ik heb ze allemaal getekend. Ruttes gezicht ging in de crisis spreken, die werd ineens heel beeldend.” Ze lachen.

Ellen zat midden in haar Casablanca-theatertournee toen alle shows werden afgezegd. Met haar vriend „verschanste” ze zich op haar woonboot, ze ging klussen en veel koken. „Een paar dagen was ik neerslachtig: misschien gaat het wel nóóit meer door. Die tour ging net zo lekker, ik had uitverkochte zalen. En ik had net bedacht dat we een zaal als de Ziggo Dome zouden gaan doen over anderhalf jaar. Een beetje Madonna-achtig, met toeters en bellen. En ik zag uit naar openluchtoptredens in het Amsterdamse Bos. Maar helaas. Alles weg.”

Lees ook dit zomeravondgesprek ‘Je bent soms zo bang het verkeerde te zeggen dat je maar liever niets zegt’

Erik: „Dan verlies je veel geld?”

Ellen: „Ja. En daar ben je niet voor verzekerd. Gelukkig verdien ik goed en heb ik een buffer. Maar als je geen enkele reserve hebt…”

Erik: „Ja, dan is het mooi afzien. Daar weet ik alles van. Als kunstenaar verdien je namelijk nóóit iets. Je bent eraan gewend om van niks te leven.”

Maar jij bent een van de succesvolste kunstenaars van Nederland?

Erik: „Ja, maar zonder geld. In Nederland kunnen maar drie kunstenaars goed van hun werk leven: Rineke Dijkstra, Marlene Dumas en Joep van Lieshout. De rest zit er allemaal onder. Ik stel in alle grote musea tentoon, maar ik krijg daar nooit een honorarium voor.”

Dat moet hij toch even uitleggen. In 2018 won hij de Heinekenprijs voor de Kunst van 100.000 euro.

Ellen: „Een ton?”

Erik: „Ja. Supervet. Dat geld moet wel worden besteed aan je werk. Eerdere winnaars maakten een boek. Nou eh,… ik maakte een nogal kritische film over Heineken. Zij hadden toen net dat gedoe in Afrika met animeermeisjes, die niet alleen bier moesten promoten maar ook naar bed gingen met leidinggevenden. Ik twijfelde over dat geld en ben vervolgens naar Afrika gegaan om de prijs als het ware terug te geven. Heineken kreeg subsidie van de Bill Gates Foundation om medicijnen uit te delen. Wij zijn er een apotheek gaan opzetten. Hup, raam erin. Deur erin. En dat hebben we toen allemaal gefilmd.”

De film ging dus ook over jouw schuldgevoel, en hoe je om moet gaan met een multinational die niet helemaal koosjer is, maar van wie jij wel geld aanneemt.

Erik: „Inderdaad. Heineken was not amused. Op een gegeven moment heb ik me in een interview in het lokale blaadje van Deurne ook laten gaan. Ik zei van alles. Over hoe stom Heineken was. En dat het Van Abbemuseum, waar ik in het kader van die prijs een tentoonstelling had, het saaiste museum van Nederland was. Toen mocht ik niets meer van ze zeggen. Het werd moeilijk en zuur.”

Alles is vervelend in de kunstwereld joh, zucht hij. „Overal zijn restricties. Maar het is goed om met conflict te werken. Want dan kan ik iets proberen te veranderen!”

Je zei eens: al mijn kunst is supermoralistisch.

Erik: „In deze coronatijd spuit het moralisme helemaal m’n oren uit. Ik werd overal zo kwaad over. Ik zag geen vliegtuigen en dacht: oh, straks gaat iedereen weer vliegen. De kunstwereld is één groot globalistisch netwerk. Ik bedoel, er wordt kunst gemaakt over het klimaat. En dan stappen we straks weer gerust met 150.000 man het vliegtuig in voor weer een biënnale. Dat kan gewoon niet meer! Je kunt niet kritisch zijn en dan toch gaan! Dat is zo hypocriet.”

We komen op kunst die nu niet meer zou kunnen. In de jaren negentig maakte Erik cartoon-achtige schilderijen van onder meer zwarte mensen aan het spit. Ze waren humoristisch bedoeld. „Ondenkbaar nu”, zegt hij direct. „Het was een andere tijd.” En zijn karikaturale tekeningenserie van Pim Fortuyn, die de Rotterdamse politicus compleet belachelijk maakte? „Dat was een breekijzer dat nodig was.”

Ellen maakte in 2002 een videoclip bij het nummer ‘Vegas’, waarin zij als islamitische vrouw ging zoenen met Katja Schuurman die de Heilige maagd Maria was. „De regisseur vreesde dat het in bepaalde kringen niet zo goed zou vallen. Begrepen wij niéts van.”

Erik: „Goed dat je dat gedaan hebt.”

„Nou,” zegt ze, „die muziekclip is dus wel gecensureerd. Dat vond ik wel stom. Kunst mag schuren. Ik hou niet van beledigen, maar provoceren is wel goed. Je moet toch voorbeelden stellen?” Erik knikt nadrukkelijk.

Tijd voor een wandeling. Nadia’s achtertuin uit, het bos in. Vergeet geen kersen te plukken, geeft Nadia ons nog mee. „De bomen hangen er vol mee.”

Ellen verwondert zich over de boomhoge berenklauwen die we tegenkomen. „Net Jurassic Park.” Terwijl Erik even achter een dikke zwarte kater aan dwaalt, neemt Ellen vogelgeluiden op met haar telefoon. Ze willen naar de schaapskooi. Daar vist een herder met een soort hengel wat schapen uit de kudde. „Waarom worden die schapen nou apart genomen?”, vraagt Ellen bezorgd aan Erik. „Wat is de keuze die ze hebben? Wol of vlees?”

Ellen is duidelijk meer op haar gemak nu ze kan dartelen en dansen over het gras. „Ze is echt expressief, hè”, merkt Erik op. Onderweg stelt ze hem vragen als: „Waar teken je het liefst mee?” Een hard contékrijtje is het beste, zegt hij. Met verf wordt het papier al gauw blubberig. Hij werkt ook veel met plakplastic. „Dat snijd ik uit, zodat er vormen en lijnen achterblijven op het papier. Ken je Matisse? Die heeft ook veel geknipt en geplakt.”

Ellen: „Op welk materiaal doe je dat?”

Erik: „Op dik papier. Het zijn eigenlijk een soort affiches.”

Terug in de tuin pakt Ellen haar telefoon om hem te googlen. „Sorry dat ik de verkeerde Van Lieshout in mijn hoofd had.” Ze scrolt langs een aantal van zijn tekeningen en schilderijen. Portretten van Brexit-types en Euro-politici, maar ook nationalistische symbolen. Kijk, legt Erik haar uit, „tuttig, da’s gewoon saai”. Hij glimt als ze langs een protestdoek uit 2014 komt: „Ja die is mooi hè? Die hangt in het MoMA.”

De artisjokken met vinaigrette staan net op tafel als donkere wolken boven ons samentrekken. Niet lang daarna barst een hevig onweer los. We rennen met borden en glazen naar een lange tafel in de leefkeuken. Het gesprek wordt nu steeds losser.

Erik: „De eerste single die ik kocht? Public Image Ltd. met ‘This is Not a Love Song’.”

Ellen: „De mijne was ‘Denis’ van Blondie. Vorig jaar was ik trouwens met Debbie Harry op vakantie in Costa Rica. Dat vond ze wel grappig om te horen, dat zíj mijn eerste singletje was.”

Erik, met grote ogen: „Ben jij op vakantie geweest met Blondie?”

Nadia serveert botanische gin met tonic. Op verzoek alcoholvrij. Erik is deze maand precies tien jaar geleden gestopt met drinken.

„Dronk je structureel zoveel?”, vraagt Ellen.

„Ik was twee keer per week dronken”, zegt Erik. „Vooral op openingen ging ik veel te veel drinken. Dat was niet goed. Ik heb toen nog wel vijf jaar geblowd, maar ook daar ben ik nu vijf jaar mee gestopt. Nou, dat was nog veel moeilijker. Als er iets was, liep ik naar de coffeeshop.”

Ellen: „Ik drink wel, maar heel weinig. Als zangeres heb je daar helemaal niks aan. Ik ben het liefst fit. Tijdens zo’n tournee moet ik veel dansen en bewegen. Ook vind ik dat als mensen een dure kaart voor jouw show kopen, je gewoon zo goed mogelijk moet proberen te zijn. En ik denk vaak: jongens, het leven is toch leuk genoeg, waarom moet dat toch allemaal?”

Erik: „Als je jong bent, wil je toch gekke dingen doen? Op straat slempen, coke scoren op de Nieuwe Binnenweg. Dat is toch prachtig?”

Onherroepelijk dient het thema ouder worden zich aan. Ellen zegt zich erop te verheugen. „Dat je niet langer als een jong mokkel wordt gezien. Ik heb altijd gezegd: op mijn zestigste ben ik op mijn best. Dan heb ik zoveel levenservaring. En dan ben ik net nog goed genoeg bij stem. Die zal daarna vast minder worden.”

Erik vindt het moeilijk, ouder worden, zegt hij. „Ik ben zo’n type dat alles wil doen. Ik ben bang dat ik dadelijk iets gemist heb. Stel je voor dat ik een paar schilderijen niet gemaakt zou hebben! Of dat een bepaalde film er niet gekomen is? Je bent nu in een fase van je carrière dat je geen rotzooi meer kan laten zien. Ik denk daar veel over na. In meditaties stellen Suzanne en ik ons wel eens de dood voor. Jarig zijn vind ik ook verschrikkelijk. Heb jij dat niet?”

Ellen, aarzelend: „Als je, zoals ik, een dodelijke ziekte hebt gehad, kijk je er misschien iets anders tegenaan. Ik heb twee keer borstkanker gehad. De eerste keer was zestien jaar geleden, drie jaar geleden in mijn andere borst. Ik heb nu twee keer een borstsparende operatie gehad.”

Erik, verschrikt: „Oh jakkie.”

Ellen: „Maar als je dáár goed doorheen komt, ben je euforisch en vind je alles geweldig. Dan ben je blij dat je jarig bent.”

Over haar ziekteproces maakte ze in 2007 een documentaire. Ze liet zich filmen terwijl ze chemokuren kreeg in het ziekenhuis. „Als je hoort dat je kanker hebt, denk je meteen: dan ga ik zeker dood. Ik vroeg een bevriende cameraman het ziekteproces te filmen. Maar ik bleef vrij fit, en plande al die chemo’s gewoon om mijn optredens heen. In de film zie je dat ik met de artsen overleg: sorry, maar dan kan ik niet, want dan treed ik op.”

Je kreeg ook kritiek, dat je het deed voorkomen alsof chemo niet erger is dan een griepje.

Ellen: „Hoe mensen met kanker omgaan is voor iedereen anders. Het hele traject kwam mij bekend voor. Mijn toenmalige vriend Robin had eerder ook kanker, ik heb hem een jaar lang verzorgd. Sommigen zeggen hun baan op of verbreken hun relatie. De media belichten vaak alleen de zwaarste gevallen, de mensen die er heel beroerd aan toe zijn.”

Ze wil maar zeggen: het kan ook anders gaan. „Je komt er goed doorheen, zet een pruik op en na een paar maanden is het weer weg. Het gevaarlijke is dat door al die negatieve berichten mensen bang worden gemaakt voor allerlei behandelingen. Nu is die film een soort voorlichting. Kanker hoeft helemaal niet zo afschuwelijk te zijn. Het is een vrolijke film, geen melodrama.”

Erik: „Wow, dat heb je goed gedaan! Stoer. Dat heeft zin.”

Haar leven heeft ze niet omgegooid. „Ik heb alleen een dieper besef van eindigheid, dat het ieder moment afgelopen kan zijn en je er dus maar het beste van kan proberen te maken.”

Foto Lars van den Brink

Ze vertelt hoe ze acrobatische acts heeft gedaan op een groot paard, voor het buitenspektakel De Stormruiters. „En dan ook nog op zo’n hoge dijk, verblind door het licht.”

Erik, bewonderend: „Jij doet dus veel gevaarlijke dingen?”

Ellen: „Ja, maar ik ben niet helemaal gek. Ik zou niet zomaar van een rots in het water springen. Dan wil ik toch eerst weten of het water wel diep genoeg is. Ik zie andere mensen iets doen, en denk dan: dus het kan. Als ik het zelf zou moeten uitvinden, zou ik het niet zo snel doen. En echt leuk vind ik het ook niet altijd. Dat je heel lang in de nok moet hangen voor een voorstelling begint bijvoorbeeld, tussen die lampen. Dan ben ik toch weer blij als ik eenmaal beneden ben. Maar live optreden geeft een fijne spanning.”

Erik schudt zijn hoofd. „Ik schijt al in mijn broek bij een opening.” Hij vertelt over zijn faalangst. „Ik denk iedere keer dat het gewoon níéts is wat ik maak. Soms weet je zelf nog niet of je schilderijen wel goed genoeg zijn. Maar je moet ze toch altijd weer ophangen.”

En dan recensies. „Ik heb daar grote angst voor. Ik kan er niet tegen, terwijl ze meestal best goed zijn.” Grinnikt: „Moet ik weer die meditatietechnieken toepassen.”

De faalangst gaat terug op zijn jeugd, toen hij in de ogen van zijn ouders „altijd alles fout deed”. „Ik zou nooit verder komen dan de mavo. Tijdens therapie kom je erachter hoe klein je eigenlijk nog was en dat je veel meer liefde nodig had dan je gekregen hebt. We waren met vier kinderen thuis, en mijn ouders waren altijd bezig.”

We merken op dat ze allebei veel van zichzelf in hun kunst leggen. Dat maakt kwetsbaar. Ze knikken. Ellen: „In zo’n maakproces ga je door fases. Eerst is er niks. Dan komen die ideeën. Moet je keuzes maken. En dan slaat de twijfel toe.”

Erik: „Ik maak eerst allemaal stomme, belachelijke dingen die nergens toe doen. Dat weet je al, maar je moet ze toch doen, want anders ga je te snel naar je doel. Dus ik moet rommelen. Die creatieve manie is noodzakelijk. Het gevaar van je werkproces steeds beter te leren kennen is dat je te snel je doel bereikt.”

Lees ook dit zomeravondgesprek ‘In de filosofie wordt erg neergekeken op gewoontes, maar ik geloof erin’

Is met pensioen gaan voorstelbaar in de wereld van de kunsten? Ze betwijfelen het. Ellen: „Vijf jaar geleden kocht ik een huis in Frankrijk en dacht: ik ga met pensioen. Taarten bakken, de tuin. Heel bejaard. Normale dingen doen waar ik anders nooit tijd voor heb. Na twee weken was ik daar weer vanaf. Toen begon het meteen weer te borrelen: ik wil die show nog maken, en die cd.”

Erik, resoluut: „Ik zal altijd kunst blijven maken. Ik denk dat ik nog een heel eind vooruit kan. Mijn ontwikkeling is nog niet af. Ik moet nu proberen te gaan verzachten, mijn ego iets onderdrukken. Ego is voor kunst een heel goed onderwerp. Maar het is tijd dat het ego kleiner wordt en de kunst groter.”

Ellen knikt. „Maar als ik lelijk ga zingen, hoop ik dat iemand me waarschuwt!”

Straks zullen ze in de voortuin in de stromende regen als oude vrienden afscheid nemen. Nu schenkt Nadia Zerouali kruidige koffie met kardemom. En zegt hoe de muziek van de 84-jarige Libanese diva Fairouz haar nog zo ontroeren kan. „Echt een oude vrouw, maar als ze gaat zingen maakt dat niet meer uit.” O, veert Ellen op. Ze blijkt het bedwelmende nummer ‘Nassam Alayna Al Hawa’ van Fairouz te zingen in haar theatershow Casablanca. Als Ellen het spontaan inzet, in nagenoeg perfect Arabisch, is Nadia zichtbaar ontroerd.

„Wow, ik ben er gewoon stil van. Dat is echt moeilijk hoor, dat durft bijna niemand. Maar jij kunt het gewoon.” Ellen bloost, mompelt iets over video’s bestuderen en kijkt verlegen naar haar bord.

Erik, trots: „Natuurlijk, want zij gaat naar Ziggo Dome!”


Ellen ten Damme

Ellen Ten Damme (Warnsveld, 1967) is zangeres en actrice. Met theatraliteit als grote troef, ze deed de Kleinkunstacademie in Amsterdam, kan ze pop, rock, chansons of Duits repertoire dwingend voor het voetlicht brengen. Haar albums Durf jij?, Het Regende Zon en Alles Draait bevatten teksten van Ilja Leonard Pfeijffer. Ze won de Gouden Notenkraker in 2010. Half augustus start haar Allez-Hop tournee in de theaters.


Erik van Lieshout

Erik van Lieshout (Deurne, 1968) maakt spraakmakende, radicaal persoonlijke kunst. Zijn oeuvre bestaat uit tekeningen, collages, schilderijen en video-installaties. Hij won in 2018 de Heineken Prijs voor Kunst. Van Lieshout studeerde aan de Academie voor Kunst en Vormgeving ’s-Hertogenbosch en De Ateliers. Op 3 september opent zijn tentoonstelling ‘Art Blasé’ bij Annet Gelink Gallery in Amsterdam.

Over de fotografie

Voor de dubbelportretten bij deze interviewserie gebruikte fotograaf Lars van den Brink de double exposure-functie, waarbij de camera twee beelden over elkaar heen legt. Vroeger ontstonden zulke in elkaar overvloeiende foto’s soms spontaan, als het filmpje niet goed doordraaide.