Graag krachtiger, pittiger

Verfongelukken Een zomercursus door : eerste hulp bij waterverven. Aflevering 3.

Hoe kan het dat het schilderij er krachteloos uitziet? Hoe krijg ik het pittiger?

Probleem: Het gebrek aan pit ligt vooral aan het ontbreken van tooncontrasten. Toon zegt iets over hoe licht of donker een kleur is. Iedere kleur heeft een bepaalde toonwaarde. Denk maar aan een zwart-witfoto. Weinig tooncontrasten: weinig pit, weinig drama.

Oplossing: onze hersenen denken te weten hoe een oog of een boom eruit ziet. Je gaat dan schilderen wat je wéét, in plaats van wat je ziet. Bepaal daarom voordat je begint te schilderen eerst het toonpatroon van het onderwerp. Maak een schetsje om te bepalen waar de lichte, de donkere en de middenpartij staan. Dus niet eindeloos veel nuances van grijs, maar een simpel patroon van licht-donker-middentoon.

Dat is niet gemakkelijk, maar het is te leren. Oefen achter het stuur of tijdens een vergadering. Dwing jezelf te kijken naar wat voor je is en beslis: wat laat ik licht, wat wordt donker en wat krijgt een middentoon.

Zo’n schetsje maakt duidelijk dat het toonpatroon zich niets aantrekt van de grens van de voorwerpen: zie hieronder hoe het donker van de boom versmelt met de slagschaduw op het huis.

Oefening: Pak de kleurstroken van vorige week erbij. Knijp je ogen halfdicht om te zien of ze een lichte, donkere of een middentoon hebben. Maak een toonschets van iets in je omgeving. Pas dat toonpatroon desgewenst aan. Maak het krachtiger of juist zachter. Verplaats, laat weg of voeg toe. Het is geen foto: jij bepaalt wat er op het papier komt, niet dat wat je voor je ziet. Schilder dan dat patroon van licht en donker in kleuren met de juiste toonwaarde.


Volgende week: alweer een bonte kermis