Brieven

Europese unie

Dwarsliggen over geld is Nederlandse traditie

Foto Robin Utrecht/ANP

Je zou bijna denken dat Mark Rutte de eerste Nederlandse politicus is die in Brussel dagenlang dwarsligt. Om de zeven jaar is er een marathonvergadering over wie de rekeningen van de EU betaalt. Alle Nederlandse premiers liggen daar, op één uitzondering na, al decennia dwars. In 1999 toonde Wim Kok in Berlijn dezelfde koppigheid als Rutte vorige week. In 2005 liet Jan Peter Balkenende per veto, samen met Tony Blair, een Europese Raad mislukken omdat Nederland te veel ging betalen. „Rommel van Philips uit Nederland” was het zure commentaar van de teleurgestelde voorzitter Jean-Claude Juncker toen na afloop de geluidsinstallatie niet werkte. De sfeer tussen de leiders was zó verziekt dat een therapiesessie nodig was. Pas een half jaar na de breuk kon het hervat worden. Zover is Rutte niet gegaan. Dit getwist herhaalde zich in 2012. Na een mislukte novembertop is toen het beraad over de financiering een winterlang uitgesteld. Nederland was weer de dwarsligger. De reden van ons verzet tegen almaar hogere budgetten is altijd dezelfde geweest: per hoofd van de bevolking betalen wij het meest aan Europa. De uitzondering was de Top van Edinburgh, in 1992. Tot die tijd kreeg Nederland meer geld uit Brussel dan het moest afdragen. En wel omdat de Nederlandse veehouders en akkerbouwers efficiënter zijn dan hun collega’s elders. Hun overproductie werd tot begin jaren negentig gesubsidieerd. Ineens moest premier Lubbers slikken dat Nederland veel meer naar Brussel ging overmaken. Dit ook al om de zuidelijke nieuwkomers in de EU te financieren. Lubbers werkte daar soepel aan mee, tot teleurstelling van zijn meegekomen EU-staatssecretaris Piet Dankert. Maar in de Schotse hoofdstad hoorde je in de wandelgangen dat Lubbers zo royaal was om een wit voetje te halen bij de Franse president voor zijn eigen ambities in de Europese politiek.