Reportage

De recyclaar heeft nog last van het vuilniszakkenimago

Hergebruikt plastic Het is voordelig, komt in groeiende hoeveelheden beschikbaar, heeft steeds meer verschillende toepassingen. Én het is duurzaam. Toch ontwikkelt de markt voor gerecycled plastic zich moeizaam. Wat is er aan de hand?

Foto Kees van de Veen

Bij Morssinkhof Plastics in Heerenveen is de grondstof eigenlijk hetzelfde als het eindproduct. Maar het plastic dat aan het begin de fabriek ingaat, is toch heel anders dan wat eruitkomt. Dat merk je alleen al aan de geur.

Buiten, op het opslagterrein, staan honderden muf ruikende balen plastic met shampooflessen, yoghurtemmers, ijsbakjes – kleurrijke grondstoffen voor de fabriek. Er zwermt een wolk van vliegen omheen.

Tientallen meters later komt hetzelfde spul de grote blauwe hal weer uit. Maar dan fris ruikend, naar zeep, en in de vorm van kleine capsules. Het zijn een soort uitvergrote rijstkorrels, in lichte tinten: blauw, rood, groen.

De fabriek, op de overgang tussen Heerenveen en het Friese platteland, is de nieuwste recyclinglocatie van plasticsconcern Morssinkhof. Ze is pas een paar maanden in gebruik. Binnen ligt een uitgebreid stelsel van metalen tanks, buizen en lopende banden.

„Je moet het plastic versnipperen, schoonmaken en omsmelten”, vertelt Matthijs Veerman. Hij is bij Morssinkhof onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van nieuwe fabrieken. Met schoonmaken bedoelt hij écht schoonmaken. „Het moet meer dan een beetje gepoetst zijn.” Vandaar die penetrante zeepgeur.

De fabriek staat voor een reeks recente investeringen in infrastructuur om plastic te recyclen. Nederland en de rest van Europa kregen er de laatste jaren flink wat locaties bij om van gebruikt plastic nieuwe grondstof te maken. Een groeimarkt, meenden velen, met de groeiende aandacht voor de circulaire economie. Ook zagen ze dat gerecycled plastic goedkoper was dan nieuw plastic, gebaseerd op olie. Dat bood groeikansen.

Maar groot succes bleef tot nu toe uit. Klanten bleken niet altijd gemakkelijk aan het gerecyclede plastic te krijgen. Zij zien het vaak als minder goed product, dat onzuiverheden bevat. Recyclaars moeten hen overtuigen dat de kwaliteit voldoende is. Ook daalde de olieprijs flink, waardoor nieuw plastic ongekend goedkoop is geworden – en dus aanlokkelijk voor gebruikers.

Deze fabriek maakt geen vliegende start

Matthijs Veerman ontwikkelt bij Morssinkhof nieuwe fabrieken

„Deze fabriek maakt geen vliegende start”, vat Matthijs Veerman het samen. Hoewel net geopend, zijn de voorraden gereed product nu al groter dan gepland.

Dat komt ook door nóg een tegenslag: de economische schok van Covid-19. De gestokte vraag naar plastic heeft ervoor gezorgd dat de crisis in de recyclingsector compleet is. Eerder dit jaar verbrandde de Rotterdamse afvalverwerker AVR – met frisse tegenzin, laat een woordvoerder doorschemeren – plasticfolies die al gescheiden waren. De kunststof was bedoeld voor recycling, maar de vraag ontbrak. Dus gingen plastic tasjes en verpakkingsfolie in Rozenburg, middenin het havengebied, de verbrandingsoven in.

Dat overkwam ook de Amsterdamse afvalverwerker AEB. Het bedrijf sprak in mei van een „dilemma”. Opslag van de folies was onwenselijk vanwege brandgevaar en mogelijke stankoverlast, maar afzet was ook geen optie. Half mei begon AEB met het verbranden ervan.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66), verantwoordelijk voor milieu, moest daar expliciet toestemming voor geven: volgens het Landelijk Afvalbeheerplan is het niet de bedoeling dat gescheiden plastic wordt verbrand. En dat terwijl ze begin maart nog namens Nederland het Europese Plastic Pact ondertekende, dat bedrijven doelen stelt om meer gerecycled plastic te gebruiken. Samen met Frankrijk en Denemarken was Nederland initiatiefnemer. De tientallen – vrijwillig – deelnemende ondernemingen moeten de komende vijf jaar zo’n 20 procent minder plastic uit aardolie gebruiken in hun verpakkingen. Opzet is te voorkomen dat plastic afval onnodig in het milieu terechtkomt, of dat bij verbranding ervan onnodig veel CO2 vrijkomt.

Voor de recyclaars, die fors geïnvesteerd hebben, is dat pact extra zuur. Zij verkeren nu juist in de problemen en hun grondstof wordt verbrand. Hoe kan dat? Waarom is het zo moeilijk hun product aan de man te brengen? En valt er iets aan te doen?

Lees ook: Europees plasticpact ontbeert harde afspraken

Foto Kees van de Veen

Sorteren op kleur

In de hal van Morssinkhof staat een weinig opvallende, maar cruciale kleine machine: de kleursorteerder. Op een lopende band schiet het plastic eraan voorbij, een camera registreert de kleuren. Een korte, felle luchtstroom blaast de kunststof vervolgens per kleur in de juiste bak. Daarna kan je er weer korrels van gaan maken met een bepaalde kleur. Klinkt logisch, maar voor de recyclingwereld was dat een grote stap. Het van oorsprong Achterhoekse Morssinkhof (vijfhonderd werknemers, tien Europese fabrieken) heeft jaren onderzoek gedaan, onder andere met IKEA en Philips, naar het op kleur sorteren van afval.

Plastic korrels waren tot nu toe vaak grijs, omdat alle kleuren afvalplastic bij elkaar werden gegooid. En daar hadden fabrikanten van bijvoorbeeld shampooflessen geen zin in: met een grijze fles trek je in de supermarkt geen aandacht van gehaaste consumenten. „Het imago van gerecycled plastic was laagwaardig”, zegt Veerman. „Bloempotten, bouwemmers, bermpaaltjes en vuilniszakken.”

De gekleurde korrels moeten daar nu verandering in brengen.

Morssinkhof investeerde er graag in, gezien de gunstige toekomstperspectieven. In de sector was de verwachting algemeen dat potentiële afnemers onder druk van consumenten en politiek meer aandacht zouden krijgen voor de duurzaamheid van hun verpakkingen. Als het dan ook nog eens zou lukken de kwaliteit van de hergebruikte grondstof omhoog te krijgen, zou het materiaal bijvoorbeeld óók eindelijk in die shampooflessen gebruikt kunnen worden. En dan was er nog die lage prijs van het gerecyclede plastic. Misschien wel de belangrijkste reden.

De afgelopen jaren kwamen er veel fabrieken bij, bétere fabrieken ook, en niet alleen in Nederland. Dat leidde tot een flinke capaciteitsgroei. Goede recente cijfers over de omvang van de sector bestaan overigens niet, wel van sommige types plastic. Zo groeide de capaciteit om LDPE te verwerken – grondstof voor plastic zakjes – in Europa sinds 2015 van 1,5 miljoen ton per jaar naar 2,3 miljoen ton, aldus brancheorganisatie Plastics Recyclers Europe.

Foto Kees van de Veen
Plastic van diverse kleuren scheiden geeft meer mogelijkheden voor hergebruik.
Foto Kees van de Veen

Supermarktkratten

Toch blijft het lastig om gerecycled plastic te verkopen, hoezeer het product de tijdgeest ook mee heeft. Bij sommige soorten gaat het prima: fabrikanten van supermarktkratten of emmers gebruiken het graag. Sommige recyclers richten zich daarom specifiek op die afnemers, ook met hun nieuwe capaciteit. Maar als het belangrijk is hoe een product eruit ziet, wordt het minder eenvoudig. Al zou je innovatieve duurzame grondstof prima in shampooflessen toepasbaar zijn, je moet de afnemer er vaak nog wel van overtuigen.

Van het bermpaaltjesimago kom je niet zomaar af. Recyclaars als Morssinkhof bezweren dat ze inmiddels in een stabiele stroom korrels kunnen leveren van hoge kwaliteit en in verschillende kleuren, maar potentiële klanten blijken terughoudend. Die moeten met flink wat tests overtuigd worden van de zuiverheid, de geur en de kwaliteit.

Lees ook: Dit plastic kan meer zijn dan een suffe bloempot

En ja, soms moeten ze het ook aandurven de kleur van een verpakking of product aan te passen. Natuurlijk zijn er merken die dat doen en zich committeren aan gerecycled materiaal en het Plastic Pact – maar heel veel doen dat niet. De bonte verzameling plastic bestek die je in het onderste segment van de winkelstraat tegenkomt, bestaat nog vooral uit nieuw plastic.

Maar probleem nummer één, volgens de recyclaars: de onverwachte concurrentie van nieuw, goedkoop plastic. De afgelopen jaren daalde de olieprijs snel. Mede door de schalie-boom in de Verenigde Staten werd het steeds goedkoper om nieuw plastic te maken, op basis van olie.

Daar kwamen ook nieuwe petrochemische fabrieken bij. Grote concerns als Shell en Ineos voorzien ook een wereldwijde groei in de vraag naar plastics, met name vanuit opkomende economieën als India. Maar vooralsnog leidden die ontwikkelingen, in combinatie met de economische gevolgen van de handelsoorlog tussen de VS en China, vooral tot een lagere prijs van plastics.

Zo bleef van het cruciaal geachte prijsvoordeel van gerecycled plastic weinig over. Hoewel de prijzen wat schommelen, kosten beide soorten kunststoffen rond de 85 cent per kilo. Drie jaar terug lag de prijs van nieuw plastic rond de 1,30 euro, en dat was voor veel producenten een belangrijke motivatie voor hun investering.

„Dit is precies waar wij in 2017 bang voor waren”, zegt Veerman van Morssinkhof. Probeer een kandidaat nu maar eens te overtuigen voor jouw materiaal te kiezen. Over de vraaguitval door de coronacrisis komt zijn fabriek wel heen, meent hij. „Maar die olieprijs vinden we spannender.”

Voorzover recyclingbedrijven publiek rapporteren, hebben ze het ook over die moeilijke marktomstandigheden. Morssinkhof geeft geen resultaten. Een andere Nederlandse recyclaar, Van Werven, doet dat een beetje: het bedrijf meldt dat de recyclingstak in 2019 verlies heeft geleden – dus al vóór de vraaguitval door corona. Hoe groot het verlies is, blijft onduidelijk.

Van Werven refereert in zijn jaarverslag expliciet aan de olieprijs. De daling ervan betekent niet alleen dat het lastig is klanten te trekken, maar óók dat allerlei bestaande, essentiële recyclaatklanten overstappen naar nieuw plastic – een stap ‘terug’, dus.

Bij Morssinkhof kennen ze dat gedrag ook. Veerman: „Je hoort dan tussen de regels door van een klant: we hebben een minder goed jaar, onze recyclaatambities zijn wat lager.”

Namen wil hij niet noemen. Wel zegt hij dat het om uiteenlopende klanten gaat – producenten van typische recyclaatproducten als emmers, én grote bedrijven die bezig zijn met duurzaamheid.

Op welke schaal sprake is van teruggeschroefde ambities, is lastig vast te stellen. NRC benaderde drie producenten van typische recyclaatproducten – kliko’s, verfemmers – om te praten over hun materiaalkeuze, maar kreeg geen reacties.

Foto Kees van de Veen

Vicieuze cirkel

De recyclingsector zit simpelweg in een lastig parket, concludeerde adviesbureau KPMG eind vorig jaar in een rapport, en komt er maar moeilijk uit. De olieprijs is wispelturig, en met nieuw plastic, vaak gemaakt door grote multinationals, is de concurrentiestrijd hard. Winstmarges liggen laag, rond de 5 procent, waardoor aanpassing aan een dalende olieprijs moeilijk is.

Kleine en middelgrote bedrijven die zich aan recycling wagen, zijn volgens het rapport zeer ondernemend, maar hebben het vaak niet makkelijk. Daardoor blijft investeren in verdere kwaliteitsverbeteringen soms lastig. Er is sprake van een „vicieuze cirkel”, aldus KPMG.

Morssinkhof deed in de aanloop naar de fabriek in Heerenveen een zet die achteraf gunstig blijkt en nu goed van pas komt in de opstartfase. Na het onderzoek naar kleurenscheiding twijfelde het bedrijf nog flink over de bouw van de fabriek. Was er echt genoeg zekerheid dat klanten interesse zouden hebben? En oké, hoe onlogisch ook, wat als de olieprijs tóch nog verder zou dalen?

Inmiddels kun je in IKEA-winkels afvalbakken vinden die gemaakt zijn van Morssinkhofs plastic

Een oplossing diende zich aan in de vorm van IKEA. Het ‘woonwarenhuis uit Zweden’ zag wel wat in de kwaliteitsexperimenten die Morssinkhof had uitgevoerd. Uit oogpunt van duurzaamheid sprak de meubelgigant de intentie uit een bepaalde hoeveelheid plastic af te nemen én het bedrijf besloot een belang van 15 procent in Morssinkhof te nemen. Van dat kapitaal – een onbekend bedrag – kon de fabriek in Heerenveen gebouwd worden.

Inmiddels kun je in de IKEA-winkels afvalbakken vinden – Fniss en Hallbar - die gemaakt zijn van Morssinkhofs plastic. Veerman: „We grappen vaak: we zijn een volledig Nederlands bedrijf gebleven.” Daarmee refereert hij aan de stichting die boven IKEA staat, en die in Nederland is geregistreerd.

Kwaliteitsverbetering

Valt de vicieuze cirkel waar de sector in zit op een of andere manier nog structureel te doorbreken, althans als de coronacrisis voorbij is? KPMG weet een antwoord: meer fusies en overnames in de recyclingbranche. Zo komt meer geld beschikbaar voor investeringen in kwaliteitsverbetering. Ook nuttig, volgens het rapport, zijn samenwerkingen zoals die van IKEA en Morssinkhof.

De bedrijfstak zelf kijkt steeds nadrukkelijker naar de overheid. Idealiter komt er een eind aan de vrijwilligheid om gerecycled plastic te gebruiken, zoals in het Europese Plastic Pact, en wordt het in de hele Europese Unie verplicht een bepaalde hoeveelheid recyclaat bij te mengen. De huidige afzetcrisis heeft die roep alleen maar versterkt.

Staatssecretaris Van Veldhoven heeft al eerder aangegeven daar wel wat in te zien. Maar zo’n plicht kan niet alleen in Nederland gelden, antwoordde ze begin juli op Kamervragen. „Voorschrijven dat een product een verplicht percentage recyclaat moet bevatten is effectiever op EU-niveau en waarborgt het gelijke speelveld.” Van Veldhoven zegt te lobbyen bij haar Europese ambtsgenoten voor zo’n percentage.

Tot dat er is, blijft het spannend voor de recyclaars. Nu nog kunnen zij gebruikmaken van NOW-regeling, waarbij de overheid tijdelijk een deel van hun loonkosten opvangt. Uit het register van ontvangers van deze steun, dat begin juli openbaar werd, valt op te maken dat veel grote recyclingbedrijven in Nederland voor tien- tot honderdduizenden euro’s gebruik hebben gemaakt van deze regeling.

Morssinkhof gaat intussen door met pogingen klanten te werven. Veerman: „Ik maak soms foto’s in de supermarkt van verpakkingen. Dan benaderen we zelf een bedrijf en zeggen we: wist je dat je dit ook van recyclaat kan maken?”

Daags na het gesprek mailt hij enthousiast: voor het eerst zijn twee grote shampoomerken – de namen mag hij nog niet geven – overtuigd. Binnenkort gaan ze plastic afnemen van zijn fabriek.