Reportage

De garages in Baltimore hebben geen onderdelen, geen klanten en geen omzet

Amerikaanse auto-industrie De economie van de VS krimpt historisch. Kleine autobedrijfjes voelen de pijn: personeel moet weg, het eigen salaris omlaag.

Gesloten winkel in New York. De Amerikaanse economie is door de coronacrisis ongekend hard geraakt. In het tweede kwartaal kromp de economie met 9,5 procent.
Gesloten winkel in New York. De Amerikaanse economie is door de coronacrisis ongekend hard geraakt. In het tweede kwartaal kromp de economie met 9,5 procent. Spencer Platt / AFP

‘Ha meneer Stanfield, goedemorgen! Nee hij is nog niet klaar. We wachten op het achterlicht. Als dat binnenkomt, bel ik u meteen.”

Melissa Triole van reparatiebedrijf Security Autobody in Baltimore kijkt veelbetekenend als ze de hoorn neerlegt in haar kantoortje met VW-stempels op de muur. Dit is precies hoe de economische crisis de keten van de autobranche heeft aangetast, wil ze maar zeggen. Autofabrikant Chrysler stuurt nog maar eenmaal per dag trucks de deur uit met auto-onderdelen. Ford heeft een groot deel van zijn lopende band stilgezet om ruimte te maken voor de productie van beademingsapparaten – op dringend verzoek van de Amerikaanse regering.

Donderdag bracht het ministerie van Handel de economische cijfers over het tweede kwartaal van 2020 naar buiten. Het bruto nationaal product is in de voorjaarsmaanden met 9,5 procent gedaald, over het jaar gemeten zou dat neerkomen op een historisch diepe val van 32,9 procent.

Lees ook: het stuk over de dramatische economische cijfers in de Verenigde Staten

Herstructurering

De ene sector wordt harder getroffen dan de andere. Transport, horeca en detailhandel moeten zich volgens analisten opmaken voor een grote herstructurering. Maar de crisis ten gevolge van de Covid-19-pandemie heeft overal diepe sporen getrokken, ook in de auto-industrie – de sector die het nationale product van de Verenigde Staten maakt.

Zet de tweede kwartalen van 2019 en 2020 naast elkaar. General Motors verkocht vorig jaar bijna 750.000 auto’s. Nu nog geen 500.000. Ford ging van ruim 650.000 naar ruim 430.000 voertuigen.

„Tweedehands auto’s zijn nu juist erg in trek”, zegt Kuljit Singh, eigenaar van Baltimore Autosales, een blokkendoos van garages en containers aan Monroe Avenue in de arme westkant van de stad. „Een auto die een half jaar geleden op de veiling voor 6.000 dollar werd verkocht, gaat nu voor 8.000 dollar van de hand.”

Singh heeft flink moeten bijsturen door de crisis. Het meeste geld verdiende hij met zijn taxiservice. Maar mensen verplaatsen zich veel minder en driekwart van zijn taxi’s staat nu stil, schat hij. Voor de crisis repareerden de monteurs van Baltimore Autosales alleen auto’s die ze zelf hadden verkocht. Nu is iedereen welkom. Er rijdt juist een Chevrolet met een motorkap die met touw aan het chassis is vastgebonden de werkplaats in. „Die is niet van ons”, zegt Singh.

Bij Security Autobody repareren ze bijna alleen nog maar de heel zwaar beschadigde auto’s, zegt eigenaar Melissa Triole. Dat is geen keuze van haar. Dat is het gevolg van de crisis. „Mensen hebben geen werk en dus te weinig geld om de 500 dollar eigen risico van hun verzekering te betalen. We zien hier bijna alleen nog maar auto’s die niet meer kunnen rijden.”

Security Autobody is gevestigd in Woodlawn, een voorstadje van Baltimore, iets minder armoedig dan de stedelijke wijken. Daar zit bijvoorbeeld Bannex Auto, van de twintigjarige eigenaar Anthony Ramos, op de hoek van een straat waar van om het andere huis de ramen en deuren zijn dichtgetimmerd met houten platen. Zijn grootste probleem tijdens de crisis is niet zozeer dat hij minder tweedehands auto’s verkoopt en minder repareert. Het is dat de afgelopen week al vier keer is ingebroken op zijn omheinde terrein in West-Baltimore. „Vanochtend om zeven uur is er weer iemand over het hek geklommen om hier te stelen.” Is dat een crisisverschijnsel? „We hadden het eerst nooit”, zegt Ramos.

Lees ook over de crisis in de Europese auto-industrie

Omzet gekelderd

De problemen van Triole en haar autobedrijf lopen parallel met de economische crisis van het hele land. „Alleen in wat heviger mate”, zegt ze. In juni 2019 zette ze zo’n 220.000 dollar om. „En het was elk jaar beter gegaan, dus we rekenden in juni dit jaar op 230.000 dollar.” Het werd krap 80.000.

Triole en haar zus hebben hun eigen salaris gekort („gelukkig ben ik van mezelf al zuinig”), ze heeft de helft van haar personeel naar huis moeten sturen. „Een van hen zat bij ons vanaf het begin in 2009. Het is alsof je je broer ontslaat.” Er is toch de paycheck protection van de regering? Bedrijven krijgen toch geld om hun personeel in dienst te houden? Triole, geregistreerd als Republikeins kiezer, zucht. „De regering heeft geld uitgetrokken voor acht weken. En de lockdown duurt nu al drie maanden.”

De politieke verdeeldheid tussen Democraten en Republikeinen houdt een nieuw steunpakket op. Tien weken geleden stemde de Democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden in met een steunpakket, waarin flink wat geld voor werklozen was vrijgemaakt en geld voor staten om hun eigen beleid te voeren. Afgelopen week kwam de Republikeinse meerderheid in de Senaat met een geheel ander voorstel. Het is maar de vraag wanneer welk steunpakket wordt uitgerold. „Ze moeten de politiek uit deze crisis halen”, zegt Triole.