Foto ITER

Bouw van fusiereactor in Frankrijk gaat nieuwe fase in

Kernfusie In de verre toekomst zou kernfusie een bijdrage kunnen leveren aan de energieproductie.

Het puzzelen kan beginnen. Dinsdag begon de belangrijkste fase van de bouw van ITER, de grootste testreactor voor kernfusie. Over de hele wereld zijn complexe onderdelen van soms meer dan vijftien meter groot gemaakt. Die worden nu samengebracht in Saint Paul-lez-Durance in Zuid-Frankrijk. De onderdelen worden met submillimeter nauwkeurigheid in elkaar geschoven, vertelt fysicus Marco de Baar, directeur van het Nederlandse instituut Differ, dat betrokken is bij ITER.

De afgelopen jaren zijn op het terrein hoge loodsen en kolossale betonnen geraamtes herrezen. Het hart is een 60 meter hoge, betonnen cilinder waarin de reactor komt. In de stofvrije montageloods worden gigantische magneten, koelsystemen en het vacuümvat gebouwd – waarin het zinderende kernfusieplasma gevangen gehouden wordt. Daarna worden ze in de cilinder getild. Eind 2025 moeten de eerste tests beginnen.

Met dit gigantische wetenschappelijke experiment hopen onderzoekers aan te tonen dat kernfusie – de energiebron waar ook zon op draait – in de verre toekomst een bijdrage kan leveren aan de energieproductie.

ITER zal nog geen energie leveren. Met de kennis die opgedaan wordt met ITER zal fusie-energiecentrale DEMO gebouwd worden die niet eerder dan 2060 elektriciteit aan het net zal leveren. „Fusie is geen oplossing voor de klimaatmaatregelen die nu nodig zijn”, zegt De Baar. „Maar dat betekent niet het dat geen rol heeft. De verwachting is dat de energievraag eind deze eeuw verviervoudigd is. Om daarin te voorzien hebben we een mix van energiebronnen nodig, waaronder kernfusie.”