Interview

‘IC-personeel heeft last van slaapproblemen en herbelevingen’

Annemiek Nooteboom Artsen en verpleegkundigen die met coronapatiënten werkten, zijn te uitgeput voor een tweede golf, waarschuwt Nooteboom.

Annemiek Nooteboom: „Een ‘tweede’ golf is voor iedereen een soort onheilspellende boze droom.”
Annemiek Nooteboom: „Een ‘tweede’ golf is voor iedereen een soort onheilspellende boze droom.” Foto Annabel Oosteweeghe l

Artsen en verpleegkundigen die coronapatiënten hebben verzorgd, zijn nog steeds uitgeput. Eigenlijk is het onverantwoord deze groep te laten werken bij een tweede golf. Daarvoor waarschuwt Annemiek Nooteboom, die afgelopen maanden als psycholoog in een team personeel in het Amsterdam UMC ondersteunde. Ze voerde maandenlang gesprekken met verpleegkundigen en artsen die in isolatie met coronapatiënten werkten.

Hoe gaat het met deze mensen?

„Heel veel van hen zijn nog overprikkeld, sommigen hebben last van stemmingswisselingen en zijn emotioneler. Slaapproblemen hoor ik ook vaak, dat zorgt ervoor dat ze lastiger herstellen. Er zijn mensen met symptomen van PTSS [posttraumatische stressstoornis], zoals heftige nachtmerries of herbelevingen overdag. Zo kregen sommigen overdag op werk een herbeleving, bijvoorbeeld van het overlijden van een specifieke patiënt.”

Bart Berden, ziekenhuisdirecteur in Tilburg, waarschuwde dat een deel van zijn personeel vermoeid terugkomt van vakantie. Ze zijn niet uitgerust. Herkent u dat?

„Zeker, het is zo’n stoomwals geweest die over ze heen is gekomen. Het zijn stoere mensen die gewend zijn aan hard werken en aan omgaan met de dood. Ze gingen in de adrenaline-stand. Maar voor iedereen – van schoonmakers tot de leiding – is het een enorme slijtageslag geweest.”

Wat zijn de pijnlijkste herinneringen aan de ‘eerste golf’?

„Een bekende en geliefde verpleegkundige, die tot enkele jaren geleden op de intensive care in het ziekenhuis werkte, overleed aan het virus. Elke dienst begint met een dagstart. Die dag stond bijna iedereen in de ruimte – zo’n dertig man – te huilen.

„Ook heftig was dat een aantal vaders met hele jonge kinderen zijn overleden. Een verpleegkundige begeleidde bijvoorbeeld een 41-jarige man die vanwege een andere aandoening op de intensive care lag. Ze regelde dat zijn vrouw in hetzelfde ziekenhuis kon bevallen van hun derde kind, hij heeft zijn pasgeboren zoon nog in zijn armen kunnen houden. Maar een week later werd bij hem Covid-19 vastgesteld. Daaraan overleed hij. Omdat het zo ongelooflijk heftig was, heeft de verpleegkundige nog steeds contact met de moeder.”

U begeleidt artsen en verpleegkundigen in Amsterdam. Een deel van hen heeft al een buitengewone crisis meegemaakt: de cafébrand in Volendam in 2001.

„Een enkeling heeft het vergeleken met deze crisis. De Volendamramp was heftig, zeker ook visueel: jonge mensen met heftige brandwonden. Maar het was korter en er zat een duidelijk einde aan. Deze crisis kenmerkte zich door onzekerheid. Wat hield de ziekte precies in? Zouden ze genoeg bedden hebben? Zouden ze hele moeilijke besluiten moeten nemen over voor wie er plek was? Bij de Volendamramp wisten ze: na deze stroom patiënten komt er geen nieuwe groep zieken.”

Wat vertelt het personeel over de werkomstandigheden tijdens de coronacrisis?

„Veel mensen werkten met hoofdpijn, het pak was warm en het was lastiger drinkpauzes te nemen. Vaak kregen ze blauwe plekken van de maskers, soms wondjes achter de oren. Lichamelijk is het dus zwaar.

„Maar ze vertellen vooral over de mentale belasting. Verpleegkundigen op de intensive care zijn gewend om relatief autonoom voor één patiënt te zorgen, nu zorgden ze voor vier zieken. Daardoor hadden ze het gevoel steeds tekort te schieten. Ook werkten ze opeens in teams met verpleegkundigen van andere afdelingen, van wie sommigen nog nooit op een intensive care hadden gewerkt. Het kost energie om steeds opnieuw te achterhalen hoeveel iemand kan.

„Ook moesten ze met iPads het contact met de familie onderhouden. Normaal leven geliefden ter plekke mee op de intensive care, houden ze er de hand van de patiënt vast.

Eenmaal thuis durfde een deel van het personeel vanwege het besmettingsrisico van hun werk ouders niet te zien. Sommigen hebben weken hun kinderen niet geknuffeld. Ze raakten in isolement bij hun eigen dierbaren.”

Langer vakantie nemen zou een oplossing kunnen zijn voor de oververmoeidheid?

„Het probleem is: als bepaalde mensen langer vakantie nemen, moeten anderen meer werken omdat de roosters anders niet rondkomen. We hebben nou eenmaal een tekort aan ic-verpleegkundigen in Nederland. Er moeten meer mensen worden opgeleid, maar dat is een lang traject.

„Wat wel meteen zou helpen: een beter salaris. Verpleegkundigen worden ondergewaardeerd, dat heeft een psychologisch effect. Er wordt gezegd: het gaat verpleegkundigen niet om het geld. Nee, maar ze kunnen met geld wel de kwaliteit van hun leven verbeteren. Een schoonmaakster nemen, meer opvang regelen voor de kinderen, een hogere huur betalen. Amsterdam is een dure stad, sommige mensen kwamen elke dag uit Hoorn.”

In hoeverre speelt de angst voor een ‘tweede golf’ op de werkvloer?

„Het speelt enorm. Het is een soort onheilspellende boze droom, waarvan iedereen hoopt dat het niet gaat gebeuren. Eigenlijk is het onverantwoord om deze groep mensen bij een tweede golf aan te spreken. Maar er is maar een relatief kleine groep in Nederland die kan zorgen voor beademende patiënten. Zelf ben ik bang dat een aantal artsen en verpleegkundigen bij een tweede golf door zijn hoeven zakt. En als er mensen ziek worden, wordt het zwaarder voor wie er achterblijft.

„Ik heb ongelooflijk veel mensen gesproken en nog helemaal niemand horen zeggen: ‘Kom maar op met die tweede golf’.”