Opinie

Dit boek voorspelde de ernstige crisis van Europa

Michel Krielaars

Toen strafpleiter Inez Weski in Zomergasten genocide het refrein van alle samenlevingen noemde, besefte ik opnieuw dat de Europese geschiedenis bepaald wordt door vernietiging. De volgende ochtend pakte ik daarom de onlangs verschenen nieuwe editie van Claudio Magris’ Donau uit de kast om het hoofdstuk over zijn bezoek aan Mauthausen en de blinde volgzaamheid van Hitlers meute weer eens te lezen. Eenmaal begonnen in die erudiete mix van cultuurgeschiedenis, filosofisch traktaat en reisverslag, kon ik niet meer ophouden. Alsof de Donau me vanaf het Zwarte Woud, waar ze als een stroompje ontspringt, voor de zoveelste keer meesleurde naar de Zwarte Zee, langs alles wat zich op dat melancholieke traject heeft afgespeeld.

Telkens als ik Donau herlees, bereik ik een diepere laag in dat boek. Dat komt niet alleen door de poëtische stijl waarmee Magris mijn verbeelding prikkelt, maar ook doordat hij me, naarmate ik meer van de door hem aangehaalde schrijvers heb gelezen, de huidige chaos beter laat begrijpen.

Behalve over de Duitse, Oostenrijkse, Slavische en Turkse literatuur en geschiedenis heeft Magris het ook over het waarom van het schrijven. Hij noemt het een magere poging om ‘de absolute verlatenheid tot uiting te brengen, het niets van het leven, die momenten waarop het alleen maar leegte is, ontbering, gruwel.’ In dat licht heeft hij het over het absolute verlies, dat sprakeloos maakt en door de literatuur slechts voor een klein deel kan worden bezworen. Je begrijpt meteen waarom Kafka. die meester van de leegte, schreef zoals hij schreef.

Bijzonder aan Donau is dat Magris in 1986, drie jaar voor de val van de Muur, al ziet dat Europa in een ernstige crisis verkeert. Vooral als het gaat om het gevaar van onuitroeibare virussen, nationalisme, oorlogen en de discriminatie van minderheden. Het geeft zijn boek een bijna voorspellende waarde. Ook ziet hij dat het verleden zich voortdurend in de toekomst projecteert en algoritmes steeds meer ons leven zullen bepalen. En dan is er nog zijn verwachting dat Europa mogelijk een onbetekenende provincie wordt ‘in een geschiedenis waarover elders wordt beslist, in de regelkamers van andere rijken.’ Terwijl China toen nog ver weg was.

Volgens Magris vormt de verdwenen Duitse en Joodse cultuur van Centraal-Oost-Europa er de basis van eenheid en beschaving. Een vertegenwoordiger van die cultuur is Paul Celan. Na de genocide op de Europese Joden voelde deze ‘dichter van de Sjoa’ zich steeds minder op zijn gemak in Europa, waarvan hij met een sprong in de Seine afscheid nam.

Voor het zover was had hij een paar jaar een moeizame liefdesrelatie met de Oostenrijkse schrijfster Ingeborg Bachmann, van wie onlangs Oorlogsdagboek verscheen. Behalve dagboekfragmenten van september 1944 tot de eerste maanden na mei 1945 bevat het brieven van haar vriend Jack Hamesh, een Joodse vluchteling die als Brits soldaat naar Oostenrijk was teruggekeerd en vervolgens naar Palestina emigreerde.

Het dagboek bevat een passage, waarin de 18-jarige Bachmann tijdens de geallieerde bombardementen niet meer de schuilkelder in vlucht, maar met een boek in de tuin gaat zitten. En dan schrijft ze: ‘Ik heb me vast voorgenomen om door te lezen als de bommen komen.’ Een mooier voorbeeld van hoe een boek een wanhopig mens kan troosten bestaat bijna niet. Ook om die troost was het Weski in Zomergasten te doen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.